Oefentoets Aardrijkskunde: Weer en klimaat - landklimaat | HAVO 3/VMBO theoretische leerweg, 4/VWO 2

Ontdek de kenmerken van een landklimaat met deze digitale toets, gericht op studenten en geïnteresseerden in klimaatwetenschappen. Test je kennis over temperatuurverschillen, neerslagpatronen en de wereldwijde verspreiding van landklimaten volgens de Köppen-classificatie. - 15 vragen

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Kenmerken van een landklimaat

Een landklimaat wordt gekenmerkt door:

Hoofdletters van het landklimaat volgens Köppen

Welke hoofdletter hoort bij een landklimaat in Köppen?

Koudste maand in een landklimaat

Hoe koud is de koudste maand gemiddeld in een landklimaat?

Gemiddelde temperatuur van de warmste maand

Hoe warm is de warmste maand gemiddeld?

Klimaatkenmerken van een gematigd gebied

Verspreiding van landklimaat wereldwijd

Waar komt landklimaat voornamelijk voor?

Betekenis van 'Df' in klimaatclassificatie

Wat betekent 'Df' in klimaatclassificatie?

Landklimaat: Kies het juiste land

Welk land heeft (deels) landklimaat?

Kenmerken van landklimaat

Kies twee kenmerken van landklimaat:

Subtypes van vochtig landklimaat

Welke subtypes horen bij vochtig landklimaat (Df)? (kies twee)

Gemiddelde temperatuur koudste maand

De gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan ___ °C.

[invulveld]

Invloed van zee-opwarming op landklimaat

Landklimaat wordt sterk beïnvloed door zee-opwarming. Juist of onjuist?

Temperatuurverschil tussen zomer en winter

Hoeveel graden kan het temperatuurverschil tussen zomer en winter zijn?

[invulveld]

Subtype-codes en hun omschrijvingen

Koppel de subtype-code aan juiste omschrijving:

  • Warme zomer, geen droog seizoen

  • Gematigde zomer, geen droog seizoen

  • Koele zomer, max 4 warme maanden

  • Dfa

  • Dfb

  • Dfc

Rangschikking van klimaattypen op temperatuur

Rangschik de klimaattypen op oplopende thermische amplitude:

  1. Zeeklimaat (Cfb)

  2. Gematigd landklimaat (Dfb)

  3. Warm landklimaat (Dfa)

  4. Subarctisch landklimaat (Dfc)