Oefentoets Biologie: Immuniteit | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Immuniteit

1/2 Nieuw vaccin tegen reuma.

In Nederland lijdt twee procent van de bevolking aan de een of andere vorm van reuma.
Veel artsen gaan ervan uit dat reuma een auto-immuunziekte is, een ziekte die ontstaat door een fout in het immuunsysteem. Bij reuma herkent het immuunsysteem een bepaald eiwit uit het gewrichtskapsel niet meer als lichaamseigen en zet de aanval in op dat eiwit.
Het gevolg is dat de gewrichtsbekleding wordt afgestoten en er een ontstekingsreactie optreedt. Onderzoekers proberen een remedie te vinden tegen deze ziekte door in te grijpen in het immuunsysteem. Bij dit onderzoek gebruiken ze ratten met reuma als proefdieren. Bepaalde witte bloedcellen, die antistoffen vormen in de rat, worden buiten het lichaam bewerkt met de bedoeling dat ze het gewrichtseiwit weer als lichaamseigen herkennen. Vervolgens worden deze bewerkte witte bloedcellen als vaccin teruggebracht in de ratten. De reumaverschijnselen bij de ratten verminderen als gevolg daarvan. Of dit ook bij mensen zo werkt, moet nog worden afgewacht.

De term vaccin die de onderzoekers gebruiken voor de bewerkte witte bloedcellen is niet overeenkomstig de normale betekenis van het begrip vaccin. Leg uit waarom niet.

Immuniteit

2/2 Nieuw vaccin tegen reuma.

Bij het opbouwen van normale immuniteit worden antistoffen gevormd tegen antigenen.

Komt de rol van het eiwit uit het gewrichtskapsel bij reuma (zie tekst) overeen met de rol van antistoffen of met de rol van antigenen bij normale immuniteit? Geef een verklaring voor je antwoord.

Immuniteit

1/3 Virussen.
Zie figuur B 1406 van de bijlage.

De meeste virussen bestaan uit een streng DNA, waaromheen zich een eiwitmantel bevindt. Het virus-DNA wordt bij een infectie in gastheercellen overgebracht. Na het binnendringen van het virus-DNA in de gastheercel kunnen in deze gastheercel nieuwe complete virussen worden geproduceerd. Deze nieuwe virussen kunnen andere gastheercellen infecteren. Dit proces is schematisch weergegeven in de afbeelding.
Bij de afweer van de mens tegen virussen spelen witte bloedcellen een belangrijke rol.
Bepaald witte bloedcellen herkennen de besmette cellen en vernietigen deze. Daarnaast kunnen witte bloedcellen antistoffen tegen virusantigenen vormen.

Welke van de in de tekst genoemde virusdelen kunnen als antigeen dienen waartegen de witte bloedcellen van de mens antistoffen vormen?

afbeeldingafbeelding

Immuniteit

2/3 Virussen.

Enkele leerlingen wordt gevraagd uit te leggen waardoor het virus-DNA in staat is om gastheercellen viruseiwitten te laten produceren.

Leerling 1 beweert dat elk virus zo aan de gastheer is aangepast dat het virus-DNA precies overeenkomt met het gastheer-DNA.
Leerling 2 beweert dat het virus behalve virus-DNA ook virus-ribosomen in de gastheercel overbrengt waardoor de gastheercel eiwitmantels kan gaan maken. Het virus-DNA verdubbelt zich.
Leerling 3 beweert dat het principe van codering in het DNA in de hele natuur hetzelfde is. De gastheercellen zullen dan ook op grond van het virus-DNA viruseiwitten kunnen produceren.

Welke leerling heeft een juiste uitspraak gedaan?

Immuniteit

3/3 Virussen.

Bij een Aidstest onderzoekt men of iemand seropositief is. Seropositief betekent dat zich in het bloedserum bepaalde eiwitten bevinden die wijzen op besmetting met HIV, het virus dat AIDS veroorzaakt. Hoewel de Aidstest zeer gevoelig is, is een besmetting enkele dagen na de besmetting nog niet aan te tonen.

De aanwezigheid van welke stoffen wordt door een positieve Aidstest vastgesteld?

Ziekten

1/7 Afwijkend hemoglobine.
Zie figuur A 1034 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

Sikkelcelanemie en a-thalassemie zijn ziekten bij de mens die worden veroorzaakt door afwijkend hemoglobine. Het gen dat bij sikkelcelanemie is veranderd, maakt deel uit van chromosoom 11, terwijl een afwijkend gen van chromosoom 16 a-thalassemie veroorzaakt. De twee onveranderde genen zijn samen verantwoordelijk voor goed werkende hemoglobinemoleculen. Ze coderen respectievelijk voor b- en a-hemoglobine. Sikkelcelanemie en a-thalassemie treden alleen op bij mensen die homozygoot zijn voor het betreffende, afwijkende gen. De ziekten worden gekenmerkt door klachten als lusteloosheid en vermoeidheid.

Malaria is een ziekte die wordt veroorzaakt door de eencellige Plasmodium. Bij de ontwikkeling en verspreiding van de parasiet dienen de mens en de mug afwisselend als gastheer (zie de afbeelding A 1034).

De malariamuggen steken om bloed op te zuigen. Als een mug iemand steekt die al besmet is, krijgt zij, met het opgezogen bloed, voortplantingscellen van de parasiet binnen. In de darm van de mug (3 in de afbeelding) vindt bevruchting plaats. Hierna vermeerdert de parasiet zich en komt ten slotte in de speekselklieren van de mug. Als de mug vervolgens iemand steekt die nog niet besmet is, worden kiemen (sporozoïeten in de afbeelding) van Plasmodium bij het volgende slachtoffer geïnjecteerd. De kiemen komen daarna in de lever (1 in de afbeelding) terecht, waar ze zich ontwikkelen. In de lever deelt de parasiet zich ongeslachtelijk. In een bepaalde ontwikkelingsfase komen de eencelligen in het bloed in rode bloedcellen terecht (2 in de afbeelding). Daarin delen ze zich, tot de rode bloedcel uiteenvalt, waarna de nieuwe generatie parasieten opnieuw rode bloedcellen binnendringt. Dit herhaalt zich meerdere keren. Symptomen van malaria zijn koortsaanvallen, bloedarmoede en een opgezette milt.

Zie volgende scherm


-

Immuniteit

Ziekte en genezing.

Bij een pasgeborene wordt het slijmvlies van het spijsverteringskanaal vooral beschermd door antistoffen van het type IgA uit moedermelk.

Hoe wordt deze via de moedermelk verkregen immuniteit genoemd?

Immuniteit

1/3 Zoenen.

Zoenen is lekker, maar kan ook goed voor je zijn. Uit onderzoek bleek dat zoenen kan helpen tegen reacties op pollen (hooikoorts) en op de huisstofmijt.

Hoe noemt men dergelijke reacties in de medische wereld?

Dat noemt men [invulveld] reacties.

Immuniteit

2/3 Zoenen.

Bij zoenen spelen de lippen een zeer belangrijke rol.

Dat komt doordat lippen zeer rijk zijn aan …………………..

[invulveld]

Immuniteit

3/3 Zoenen.
Zie figuur B 5483 van de bijlage.

Tijdens een hartstochtelijke zoen verbruik je in 10 seconden ongeveer 1,1 kcal.
Maar om net zo veel te verbranden als een marathonloper, moet je wel erg lang zoenen! Kristina Reinhart en Nikola Matovic (zie afbeelding hiernaast) hebben het wereldrecord met 32 uur, 7 minuten en 14 seconden.
Gegeven is dat een marathonloper in 2 uur en 10 minuten 11.700 kJ heeft verbruikt.

Laat met een berekening zien of Kristina en Nikola de marathonloper overtreffen (er vanuit gaande dat ze steeds hartstochtelijk blijven zoenen).

afbeeldingafbeelding

Ziekten

1/6 Joes Kloppenburg.

Lees de tekst hieronder.

In 1996 wilde Joes Kloppenburg even wat eten voordat hij naar discotheek 'Dansen bij Jansen' zou gaan. Met een vriend liep hij naar de snackbar, een paar deuren verder. Vier opgefokte, dronken jongens waren daar ruzie aan het zoeken. Ze provoceerden en sloegen mensen in elkaar. Joes riep: ‘Kappen nou!’ Het werkte als een rode lap. Joes werd geschopt en geslagen, tot hij dood was. Hij was 26 jaar.

Op die bewuste dag werd de familie Kloppenburg ’s ochtends vroeg uit bed gebeld. Vader Kloppenburg vertelt wat er daarna gebeurde: ‘Om kwart voor zes zijn we in de politieauto naar het ziekenhuis gereden. Daar troffen we onze zoon aan, voorzien van allemaal slangen. In gradaties werd verteld wat er aan de hand was, elke keer een stapje erger. Dat hadden we op dat moment niet in de gaten, maar we wisten wel dat het ernstig was. Achteraf gezien was hij toen al klinisch dood.’ Om er 100% zeker van te zijn dat Joes écht was overleden, werd in het ziekenhuis nog twee keer de hersenfunctie getest. De tests bewezen het onherroepelijke.

Korte tijd later meldde zich een arts bij de familie om te praten over donatie. De vader van Joes: ‘Later besefte ik hoe moeilijk het voor hem moet zijn geweest om ons zó kort na wat er was gebeurd, over donatie te benaderen. Hij bracht het onderwerp voorzichtig, maar draaide er niet omheen. Eerst sprak hij mij alleen aan, hij zocht een aanspreekpunt, en daarna ook de andere familieleden. We hebben ons teruggetrokken om te overleggen. Ieder heeft zijn zegje gedaan. We werden niet opgejaagd.
Er werd alleen gevraagd òf, en zo ja, wàt.’ De familie besloot het hart, de nieren, de lever en de longen van Joes beschikbaar te stellen.

(Vrij naar: Gevraagd: Donoren – U ook, Nierstichting/VNU, september 1998)

Immuniteit

1/2 GFT-bakken.
Zie figuur B 5526 van de bijlage.

De Deense arts Torben Sigsgaard (zie afbeelding hiernaast) volgde een aantal vuilnismannen die regelmatig GFT-bakken (biobakken) leegden. In die bakken leven miljarden bacteriën en schimmels. Hij ontdekte dat de vuilnismannen bij het veelvuldig openen van de bakken vaak last kregen van koorts, spierpijn en hoofdpijn. Het bleek dat hun afweerapparaat geprikkeld raakte door stoffen van de bacteriën en schimmels.

Geef de biologische term voor de stoffen van bacteriën en schimmels die het afweersysteem van de vuilnismannen prikkelen.

[invulveld]

afbeeldingafbeelding

Immuniteit

2/2 GFT-bakken.

Sigsgaard gaf het publiek een aantal aanbevelingen om de problemen voor de vuilnismannen te verminderen. Een daarvan was, de bak op een schaduwrijke plek te zetten, waardoor de luchttemperatuur in de bak 5-8ºC lager is dan op een zonnige plek.

Leg uit dat dit de problemen verminderen kan.

Immuniteit

1/2 Malaria.

De malariaparasiet is een ééncellig diertje dat kan voorkomen in het bloed van de mens en kan worden verspreid door malariamuggen.
Medewerkers van de Universiteit van Amsterdam doen samen met collega's uit Oxford malaria-onderzoek in Zuidoost-Azië. Daar treffen zij schrikbarend veel volwassen patiënten die lijden aan zeer ernstige vormen van deze ziekte. En juist daar is de resistentie een groot probleem. "Je kunt de mensen niet meer met de klassieke middelen behandelen", zegt één van de onderzoekers. "Kinderen krijgen na het stoppen van de borstvoeding malaria en dan begint voor hen een morbide loterij. Gaat het kind dood, dan houdt alles op. Overleeft het, dan krijgt het daarmee de kans om steeds meer weerstand op te bouwen". Het radicaal willen uitroeien van muggen en malariaparasieten vinden veel experts inmiddels een gevaarlijke strategie. "Na die uitroeiing in een bepaald gebied zit je met een bevolking die geen weerstand heeft. De eerste de beste besmetting maakt ze doodziek. Dat zie je bij mensen in Zuidoost-Azië die uit de bergen naar de laaglanden trekken. Ze krijgen malaria met ernstige complicaties. De kreet van de experts op dit moment is: we moeten een anti-ziektemiddel hebben, geen anti-parasietmiddel".

(Naar: Vrij Nederland 11-1-1992.)

Volgens het artikel is de resistentie een groot probleem geworden, waardoor de mensen niet meer met de klassieke middelen zijn te behandelen.

Wordt hiermee bedoeld de resistentie van de malariaparasiet, van de malariamug of van de mens?



-

Immuniteit

2/2 Malaria.

Een kind dat malaria krijgt en het overleeft, kan steeds meer afweer opbouwen.

Welke verandering in het lichaam van het kind gaat hiermee gepaard?

Immuniteit

1/2 Koe redt konijn.

Het teruglopen van de konijnenstand wordt vooral veroorzaakt door een nieuwe virusziekte (VHS). Konijnen die besmet worden met het VHS-virus, krijgen na 24 tot 48 uur hoge koorts en sterven dan binnen enkele uren.

Leg uit waardoor het afweersysteem van het konijn na infectie met dit virus, de dood van het konijn niet kan voorkomen.

Immuniteit

2/2 Koe redt konijn.

In een ingezonden brief in een dagblad staat het voorstel om eenmalig een aantal konijnen te vangen en te vaccineren. Hierdoor zou de konijnenpopulatie in de Amsterdamse Waterleidingduinen gered kunnen worden.

Zal zo'n vaccinatieprogramma wel of geen effect hebben?
Hoe komt dat?

Immuniteit

Koning der dieren.

In een veestapel kan tuberculose heersen, waar het vee nauwelijks last van heeft, maar waar de leeuw zeer vatbaar voor is. Daarom is inenten van de veestapel een goede maatregel ter bescherming van de leeuw.
Hierover worden twee beweringen gedaan.

1. Door de veestapel in te enten verdwijnt de tuberculosebacterie uit het gebied, zodat de leeuw niet meer besmet kan worden.
2. Door het eten van ingeënt vee, wordt de leeuw immuun tegen tuberculose.

Welke van bovenstaande beweringen is of zijn juist?