Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 275CDEFG
In welke richting neem de ijskap op Groenland in de periode 2006 - 2009 dominant toe?
Deze oefening bevat 8 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. Ook als oefentoets in te plannen vanuit Wikiwijs. Bedoeld om leerlingen gericht te laten oefenen en hun atlasvaardigheden te toetsen, bij een specifiek onderwerp.
8
Aardrijkskunde
VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis
VO
ODD
cc-by-sa-40
In welke richting neem de ijskap op Groenland in de periode 2006 - 2009 dominant toe?
Werd in de buurt van Qaanaaq de ijskap in de periode 2006-2009 dikker of dunner?
Wordt de ijskap in de buurt van Nuuk dikker of dunner?
Wanneer was er meer sprake van afname van de ijskap in de buurt van Upernavik?
Op welke van de volgende momenten lag Spitsbergen in het ijs?
Op welke van de volgende momenten lag Noordland in het ijs?
Geef aan welke van de volgende stellingen juist zijn:
I. In Maart 2001 kwam het zeeijs tot het vaste land van Noorwegen.
II. In Maart 2013 had het zeeijs zijn grootste bereik.
Geef aan welke van de volgende stellingen juist zijn:
I. In de winter wordt Groenland nooit volledig omringd door zeeijs.
II. In september 2000 was er wel een westelijke doorvaart maar geen oostelijke doorvaart mogelijk.