Oefentoets Biologie: Assimilatie | VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie

De lichtreactie & donkerreactie bij de fotosynthese.

Men kan de bruto-reactievergelijking van de lichtreactie bij de fotosynthese als volgt weergeven:

12H2 O + 12NADP + nADP + nP ® 12NADPH2 + 6O2 + nATP

De donkerreactie heeft dan de volgende bruto-vergelijking:

Assimilatie

Reactieschema van de fotosynthese.
Zie figuur B 219 van de bijlage.

In het gegeven reactieschema van de fotosynthese hebben de nummers 1, 2 en 3 betrekking op

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Chemisch gebonden energie.

Chemisch gebonden energie heeft voor organismen een voordeel boven andere vormen van energie.

Dit voordeel is dat chemisch gebonden energie kan worden

Assimilatie

Geïsoleerde chloroplasten in water.

Van geïsoleerde chloroplasten die zich in water bevinden, wordt onder verschillende omstandigheden nagegaan of zij in staat zijn glucose en/of zuurstof te vormen.

Omstandigheden:

1. bij experiment 1: in het licht; met toevoeging van NADPH2 en ATP.
2. bij experiment 2: in het licht; geen extra toevoeging.
3. bij experiment 3: in het donker; met toevoeging van NADPH2 en ATP.

In alle gevallen is koolstofdioxide aanwezig.

Bij welk(e) experiment(en) kan glucose gevormd worden en bij welk(e) zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Assimilatiereacties.

In organismen kunnen de volgende stofwisselingsreacties optreden:

1. het ontstaan van koolstofdioxide uit glucose;
2. het ontstaan van eiwitten uit aminozuren;
3. het ontstaan van glucose uit water en koolstofdioxide;
4. het ontstaan van glucose uit glycogeen.

Welke van deze reacties worden tot de assimilatie gerekend?

Assimilatie

ATP gebruik door groene planten.

Waarvoor gebruiken groene planten het ATP, dat gedurende de lichtreactie van de fotosynthese is gevormd?

Dit ATP wordt gebruikt voor processen waarbij

Assimilatie

ATP & deelprocessen van de fotosynthese.

Bij enkele deelprocessen van de fotosynthese is onder meer ATP nodig.

Van welk proces of van welke processen is deze ATP vooral afkomstig?

Assimilatie

De O2 -opname en de O2 -afgifte.
Zie figuur B 2516 van de bijlage.

De invloed van de verlichtingssterkte op de O2 -opname en de O2 -afgifte door een plant wordt bepaald. Dit wordt gedaan bij de temperaturen 15°C en 25°C. De resultaten zijn in het diagram weergegeven. Bij verlichtingssterkte P is slechts een factor beperkend voor de fotosynthese.

Welke factor is dit bij een temperatuur van 15°C?
En welke factor bij een temperatuur van 25°C?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Twee groepen stekjes bij verschillende nitraatconcentraties.
Zie figuur B 106 van de bijlage.

Twee groepen stekjes van dezelfde plant worden bij verschillende nitraatconcentraties opgekweekt. De ene groep bij verlichtingssterkte 1.
De andere groep bij verlichtingssterkte 2.
Het verband tussen nitraatconcentratie en drooggewicht van de stekjes bij de twee verlichtingssterkten staat aangegeven in het afgebeelde diagram.

Worden in traject P bij verlichtingssterkte 1 grotere hoeveelheden koolhydraten en/of eiwitten gevormd dan bij verlichtingssterkte 2 of evenveel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Schaduwbladeren & zonnebladeren.
Zie figuur B 204 van de bijlage.

Bij bomen hebben de bladeren van de onderste takken (schaduwbladeren) vaak andere eigenschappen dan die van de bovenste takken (zonnebladeren).
In het diagram is het verband weergegeven tussen de verlichtingssterkte en de CO2 -opname van schaduwbladeren en die van zonnebladeren van een beuk.

Welke grafiek geldt voor de schaduwbladeren?
Is bij de schaduwbladeren bij P de verlichtingssterkte beperkend?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Fotosynthese bij een bepaalde plant.
Zie figuur B 1731 van de bijlage.

Men onderzocht hoe de intensiteit van de fotosynthese bij een bepaalde plant afhankelijk is van de factoren kooldioxidegehalte, lichtintensiteit en temperatuur. De genoemde factoren werden onder controle gehouden.
Enkele resultaten zijn in de afgebeelde diagrammen weergegeven.

Wat kan de beperkende factor zijn bij lichtintensiteit 30, temperatuur 20°C en een CO2 -concentratie van 0,09%?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Chemosynthese door bepaalde bacteriën.

De chemosynthese door bepaalde bacteriën kan andere organismen begunstigen door de hierbij in het milieu vrijkomende

Assimilatie

Nitraat- of sulfaationen & bepaalde bacteriën.

Het gebruik van nitraat- of sulfaationen door bepaalde bacteriën is te vergelijken met het gebruik van zuurstof door veel andere organismen.

Hoe wordt het proces genoemd waarbij deze bacteriën nitraat- of sulfaationen gebruiken?

Assimilatie

Bacteriën met chemosynthese.

Er zijn bacteriën waarbij chemosynthese voorkomt.

Bij deze bacteriën levert dit proces de voor deze organismen noodzakelijke

Assimilatie

Nitrietbacteriën & Chemosynthese.

Nitrietbacteriën zijn organismen met chemosynthese.

In verband hiermee onderscheiden nitrietbacteriën zich van heterotrofe bacteriën, doordat nitrietbacteriën

Assimilatie

Nitraatbacteriën, bodem en energie.

Nitraatbacteriën nemen nitrietionen uit de bodem op en geven nitraationen af.

Kunnen nitraatbacteriën deze activiteit het beste uitvoeren in een zuurstofarme of in een zuurstofrijke bodem?
Wordt de energie, die vrijkomt bij de omzetting van nitrietionen in nitraationen, door de nitraatbacteriën gebruikt voor koolstofassimilatie?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Chemosynthese.

Welk van onderstaande processen komt wel voor bij chemo-autotrofe organismen, maar niet bij foto-autotrofe organismen?

Assimilatie

Reacties bij bij bepaalde micro-organismen.
Zie figuur B 1724 van de bijlage.

De afgebeelde reacties 1 en 2 kunnen bij bepaalde micro-organismen voorkomen:

In beide reacties geldt voor het H2 S dat het

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Reacties met ammoniak en nitraat.

Twee reacties die optreden in organismen worden beschreven.
In reactie 1 wordt ammoniak (NH3 ) en zuurstof (O2 ) omgezet: hierbij ontstaat nitraat (NO3 - ) en er komt energie vrij. Reactie 1 is een reactieketen.
In reactie 2 wordt nitraat (NO3 - ) en glucose (C6 H12 O6 ) omgezet: hierbij ontstaat een aminozuur.
Over deze reacties worden enkele beweringen gedaan:

1. de reacties 1 en 2 kunnen in alle autotrofe organismen voorkomen;
2. reactie 1 komt alleen in autotrofe en reactie 2 komt alleen in heterotrofe organismen voor;
3. de reacties 1 en 2 zijn assimilatieprocessen;
4. alleen reactie 2 is een assimilatieproces.

Welke van deze beweringen is juist?

Assimilatie

Het co-enzym NADP.

Het co-enzym NADP is onmisbaar bij de foto-synthese.

Wat is de functie van dit co-enzym?