Zenuwstelsel
Zenuwcellen en impulsen.
Enkele typen zenuwcellen zijn: bewegingszenuwcellen, gevoelszenuwcellen en schakelcellen.
Welke van deze cellen geleiden impulsen?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3
NVON
cc-by-sa-40
Zenuwcellen en impulsen.
Enkele typen zenuwcellen zijn: bewegingszenuwcellen, gevoelszenuwcellen en schakelcellen.
Welke van deze cellen geleiden impulsen?
Bewegingszenuwen & impulsen.
Bewegingszenuwen geleiden impulsen van
Een plaatselijke verdoving.
Wanneer de tandarts plaatselijke verdoving toepast, doet het trekken van een kies geen pijn meer.
Er wordt geen pijn gevoeld, doordat geen impulsen meer worden doorgegeven via
Zintuigcel of spiercel & gevoelszenuwcel of bewegingszenuwcel.
Zie figuur B 1832 van de bijlage.
Het schema geeft een deel van het zenuwstelsel van de mens weer. De pijl geeft de impulsrichting aan in zenuwcel Q.
Is P een zintuigcel of een spiercel?
Is Q een gevoelszenuwcel of een bewegingszenuwcel?
afbeelding
afbeelding
Impulsen & grote hersenen.
Hieronder staan twee beweringen over impulsen:
I. Impulsen kunnen in de grote hersenen ontstaan.
II. Impulsen in een reflexbaan verlopen altijd via de grote hersenen.
Bewustworden van een prikkel.
We worden ons van een prikkel bewust, wanneer
De impulsen van een kniepeesreflex.
Het zenuwstelsel van de mens bestaat onder andere uit:
1. grote hersenen,
2. kleine hersenen,
3. ruggenmerg,
4. gevoelszenuwcellen,
5. bewegingszenuwcellen.
Door welke van deze delen gaan de impulsen van een kniepeesreflex?
De kniepeesreflex.
Bij een kniepeesreflex zijn o.a. de volgende onderdelen betrokken:
1. bewegingszenuw;
2. spier;
3. zintuig;
4. gevoelszenuw;
5. ruggenmerg.
De juiste volgorde waarin de reflex verloopt is
Reflexen.
Delen van het zenuwstelsel van de mens zijn:
1. bewegingszenuwcellen,
2. gevoelszenuwcellen,
3. ruggenmerg.
Welke van deze delen kunnen betrokken zijn bij reflexen?
Reflexen.
In je benen kunnen reflexen optreden.
Welke van de volgende bewegingen van een been worden veroorzaakt door een reflex?
1. Een been optillen doordat net een spijker door je schoenzool heen in je voet komt.
2. Een been optillen om de veters van je schoen vaster aan te trekken.
3. Terwijl je rechtop staat onbewust een been verplaatsen als je je evenwicht dreigt te verliezen.
De weg van zenuwimpulsen bij een reflex.
De zenuwimpulsen bij een reflex kunnen als volgt verlopen:
Reflexen & spieren, zenuwen en zintuigen.
Bij reflexen spelen spieren, zenuwen en zintuigen een rol.
De volgorde waarin dit gebeurt, is
Reflexen & willekeurige bewegingen.
Reflexen verlopen sneller dan willekeurige bewegingen omdat de impulsen bij een reflex
De kniepeesreflex en het centrale zenuwstelsel.
Van welk deel of van welke delen van het centrale zenuwstelsel van de mens kan de werking worden gecontroleerd door de kniepeesreflex?
Verbindingen met bewegingszenuwcellen.
In het lichaam van de mens bevinden zich onder andere:
1. armspieren,
2. spieren van de buikwand,
3. zintuigcellen in het oog.
Welke zijn rechtstreeks verbonden met uitlopers van bewegingszenuwcellen?
Spier of zintuig.
Tussen orgaan P en het ruggenmerg bevindt zich een gevoelszenuw.
Wat voor soort orgaan is P en in welke richting gaat de prikkel door de gevoelszenuw?
afbeelding
Een gevoelszenuw.
Zie figuur B 1768 van de bijlage.
Tussen de cel P in een spier en het ruggenmerg bevindt zich een gevoelszenuw.
Wat voor soort cel is P en in welke richting gaan impulsen door de gevoelszenuw?
afbeelding
afbeelding
zintuigcel of spiercel & gevoelszenuwcel of bewegingszenuwcel.
Zie figuur B 1777 van de bijlage.
Een cel (1) is door een zenuwcel (2) verbonden met het ruggenmerg. Door deze zenuwcel gaan impulsen naar het ruggenmerg toe.
Is 1 een zintuigcel of een spiercel?
Is 2 een gevoelszenuwcel of een bewegingszenuwcel?
afbeelding
afbeelding
Een keeper met de bal.
Tijdens dezelfde wedstrijd plukt de keeper de bal net voor het doel uit de lucht. Na eenmaal stuiteren gooit hij de bal weer uit.
Wat voor zenuwcellen zijn betrokken bij deze bewegingen?
Een keeper met de bal.
Een keeper vangt een bal. Na drie maal stuiteren gooit hij de bal weer uit.
I. Hij gebruikt hierbij gevoelszenuwcellen.
II. Hij gebruikt hierbij bewegingszenuwcellen.