Oefentoets Biologie: Assimilatie-dissimilatie | Kooldioxide/zuurstof | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 2

Deze oefentoets bevat 75 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

75

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie_dissimilatie

Vier reageerbuizen met waterpest.

Vier reageerbuizen bevatten elk een even groot takje waterpest (een plant met bladgroen).
Deze vier reageerbuizen staan bij kamertemperatuur een uur in een proefopstelling zoals die in de tabel is weergegeven.

afbeeldingafbeelding

In welke buis is na dit uur de minste koolstofdioxide over?

Assimilatie_dissimilatie

Levende organismen in afgesloten bakken.
Zie figuur B 1858 van de bijlage.

In vier even grote afgesloten bakken bevinden zich levende organismen (zie tekeningen).
De bakken zijn met lucht gevuld en staan één uur in het zonlicht.

Welke bak bevat na dat uur de minste koolstofdioxide?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Glazen bakken met gras of paddenstoelen.

Twee afgesloten glazen bakken zijn met lucht gevuld.
In de ene bak bevindt zich gras; in de andere bak bevinden zich paddenstoelen.
Zowel gras als paddenstoelen leven.

Er zijn vier opstellingen mogelijk:

1. Beide bakken staan in het licht.
2. Beide bakken staan in het donker.
3. De bak met gras staat in het zonlicht; de bak met paddenstoelen staat in het donker.
4. De bak met gras staat in het donker; de bak met paddestoelen staat in het zonlicht.

Bij welke opstellingen zal in beide bakken het koolstofdioxidegehalte toenemen?

Assimilatie_dissimilatie

Glazen bakken met gras of champignons.

In vier met lucht gevulde glazen bakken groeien levende planten of schimmels. De bakken zijn afgesloten.

In bak 1 groeit gras; de bak staat in het zonlicht.
In bak 2 groeit gras; de bak staat in het donker.
In bak 3 groeien champignons; de bak staat in het zonlicht.
In bak 4 groeien champignons; de bak staat in het donker.

In welke bak of in welke bakken neemt de hoeveelheid koolstofdioxide zeker toe?

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium met planten.

In een aquarium bevinden zich in het water alleen planten met bladgroen. Eerst staat het aquarium in het licht; op tijdstip t wordt het in het donker gezet. Voortdurend wordt het CO2 -gehalte van het water gemeten.

Zie figuur B 881 van de bijlage.

Welk diagram geeft het verloop van het CO2 -gehalte juist weer?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Plant en een dier in een ruimte.
Zie figuur A 82 van de bijlage.

In vier ruimten worden een plant en een dier geplaatst, zoals aangegeven in de figuren. Alle planten hebben eenzelfde gewicht, alle dieren ook. Na een uur zijn alle organismen nog in leven. De dieren hebben zich rustig gedragen.

In welke ruimte is dan het kooldioxidegehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Het percentage CO2 in een luchtholte van een blad.

Gedurende een bepaalde periode neemt het percentage CO2 in een luchtholte van een blad af van 0,04% tot 0,02%. De lucht rondom het blad bevat gedurende deze periode 0,04%.

Vindt er gedurende deze periode in het blad fotosynthese plaats?
En verbranding?

Assimilatie_dissimilatie

Koolstofdioxideproductie.
Zie figuur B 1092 van de bijlage.

Bij een onderzoek naar de koolstofdioxideproductie bij organismen wordt de volgende proef gedaan met drie afgesloten reageerbuizen.

In de reageerbuizen bevindt zich het volgende:

- In buis 1 lucht met daarin een vers blad; deze buis staat in het donker.
- In buis 2 lucht met daarin een vers blad; deze buis staat in het licht.
- In buis 3 lucht met daarin enkele insecten; deze buis staat in het licht.

Na de proef zijn de bladeren en de insecten niet van uiterlijk veranderd.

In welke van deze buizen neemt in het half uur na het begin van de proef de hoeveelheid koolstofdioxide zeker toe?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Amoeben en oogdiertjes.
Zie figuur B 784 van de bijlage.

In twee bakken (1 en 3) bevinden zich amoeben en oogdiertjes. In twee andere bakken (2 en 4) bevinden zich alleen oogdiertjes. Deze oogdiertjes zijn eencelligen met bladgroen.
Het aantal organismen in iedere bak is even groot.
De bakken 1 en 2 worden in het licht geplaatst.
De bakken 3 en 4 in het donker.

Welke bak bevat na 24 uur het minste koolstofdioxide?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Groene bladeren en wespen.
Zie figuur B 927 van de bijlage.

Men neemt drie glazen buizen 1, 2 en 3. In de buizen 1 en 2 wordt een levend groen blad gedaan; in buis 3 enkele levende wespen. Men sluit de drie buizen af en zet buis 1 in het donker; de buizen 2 en 3 worden in het volle daglicht gezet. Alle andere omstandigheden zijn voor de drie buizen gelijk.
Na een uur wordt de hoeveelheid kooldioxide in de drie buizen bepaald.

De hoeveelheid kooldioxide is dan

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Groene waterplanten en vissen.

Twee afgesloten glazen bakken met leidingwater staan in het licht.
In bak 1 worden groene waterplanten gezet. In bak 2 worden vissen gezet.

Wat gebeurt er dan met de hoeveelheid kooldioxide in het water?

De hoeveelheid kooldioxide in het water van

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Slakken en groene waterplanten.
Zie figuur A 168 van de bijlage.

De vier afgebeelde reageerbuizen staan in het licht.

In welke buis zal na een uur het koolstofdioxidegehalte het hoogst zijn?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Paardenbloemen en champignons.
Zie figuur B 982 van de bijlage.

Bij een proef worden planten in twee met lucht gevulde glazen bakken gebracht. Daarna worden de bakken afgesloten. Bak 1 bevat paardenbloemen en bak 2 champignons.

In welke bak (bakken) neemt de hoeveelheid koolstofdioxide toe als beide bakken in het zonlicht staan?
En als beide bakken in het donker staan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Zuurstof en/of koolstofdioxide produceren en/of verbruiken.

Een bepaald organisme kan zuurstof produceren en verbruiken.
Hetzelfde organisme kan koolstofdioxide produceren en verbruiken.

Welk van onderstaande organismen kan dit zijn?

Assimilatie_dissimilatie

Vier reageerbuizen in een proefopstelling.
Zie figuur B 1697 van de bijlage.

Vier reageerbuizen staan in een proefopstelling zoals hiernaast is aangegeven.
De buizen bevatten evenveel water en lucht van gelijke samenstelling.
Buizen 2 en 4 bevatten bovendien een levend groen blad van dezelfde grootte.
Buizen 3 en 4 worden in het donker gezet.

Welke buis zal na een dag de grootste hoeveelheid kooldioxide bevatten?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Vier reageerbuizen met organismen.
Zie figuur B 1774 van de bijlage.

In vier reageerbuizen met water bevinden zich organismen (zie tekening).
In enkele buizen neemt de hoeveelheid koolstofdioxide in het water toe.

In welke buizen gebeurt dit?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Plant met bladgroen.
Zie figuur B 1787 van de bijlage.

Een onderzoeker zet een plant met bladgroen in het donker. Daarna laat hij de hoeveelheid licht geleidelijk toenemen. Hij bepaalt de hoeveelheid opgenomen en afgegeven koolstofdioxide. De resultaten zijn in één van de diagrammen juist weergegeven.

Welk diagram is dit?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Kappen van oerwouden

Op grote schaal worden tegenwoordig oerwouden gekapt en worden de oceanen ondoorzichtiger door het lozen van allerlei vervuilende stoffen. Bovendien breiden de woestijnen zich uit.

Wat kan hiervan het gevolg zijn voor het CO2 -gehalte in de atmosfeer?
En voor het O2 -gehalte?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Afgifte van stoffen aan de lucht.

Enkele stoffen die in planten met bladgroen voorkomen zijn:

1. water (waterdamp)
2. zuurstof
3. koolstofdioxide.

Welke van deze stoffen kan een plant met bladgroen aan de lucht afgeven?

Assimilatie_dissimilatie

Experiment met planten en paddestoelen.

Tijdens een practicum voeren vier groepen leerlingen elk een experiment uit. Daarbij wordt regelmatig het O2 - en het CO2 -gehalte van de lucht in een afgesloten ruimte gemeten.

- Groep 1 zet enkele planten met bladgroen in de afgesloten ruimte in het zonlicht.
- Groep 2 zet enkele planten met bladgroen in de afgesloten ruimte in het donker.
- Groep 3 zet enkele paddestoelen in de afgesloten ruimte in het zonlicht.
- Groep 4 zet enkele paddestoelen in de afgesloten ruimte in het donker.

De leraar vraagt de leerlingen in een diagram het O2 - en het CO2 -gehalte van de lucht weer te geven.

Zie figuur B 829 van de bijlage.

Eén groep heeft als juiste uitkomst van hun experiment de diagrammen gemaakt.

Welke groep is dit?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Bij onderzoek naar de vervuiling van water.

Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel O2 er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit verbruik, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn.
Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn reducenten.
Het bepalen van het O2 -verbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het O2 -gehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het O2 -gehalte bepaald.

Is het O2 -gehalte na 5 dagen hoger of lager dan bij het begin van de bepaling?
Wie waren voor deze verandering verantwoordelijk?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Gaswisseling in een cel.
Zie figuur B 674 van de bijlage.

In de tekening geven de pijlen de richting aan waarin de gassen zich bewegen.

Is dit een cel uit een autotroof of een heterotroof organisme?
Door welk proces wordt deze gaswisseling veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium met planten en vissen.

Een aquarium met planten en vissen staat in het licht. Op een bepaald moment worden alle planten verwijderd. De veranderingen die daarna optreden in het zuurstofgehalte en in het kooldioxidegehalte van het water zijn in een van de weergegeven diagrammen op juiste wijze uitgezet.

Zie figuur B 944 van de bijlage.

Het juiste diagram is

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium met groene waterplanten en vissen.

In een aquarium bevinden zich groene waterplanten en vissen. Het aquarium staat in het licht.
Nu worden alle planten verwijderd.

Wat voor gevolgen heeft dit voor de hoeveelheid zuurstof en kooldioxide in het water?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een proefopstelling met waterpest.
Zie figuur B 1055 van de bijlage.

In de figuur staat een proefopstelling.

In welke buis wordt de meeste kooldioxide verbruikt en in welke wordt de meeste zuurstof gevormd?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Schema's van de gaswisseling van cellen.
In de volgende schema's geven de pijlen de richting aan waarin gassen stromen bij de gaswisseling van cellen.

1. kooldioxide ® cel ® zuurstof
2. zuurstof ® cel ® kooldioxide.

Geldt 1 voor een kastanjeboom en/of voor een paddestoel?
En 2?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Twee eencellige organismen.
Zie figuur B 1084 van de bijlage.

In de tekening zijn twee eencellige organismen weergegeven.
Organisme 1 bezit chlorofyl en organisme 2 niet.

Kan CO2 geproduceerd worden door 1?
En door 2?
Kan O2 geproduceerd worden door 1?
En door 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Koolstofdioxideproductie in een blad.
Zie figuur B 680 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een deel van een blad voor. De bladgroenkorrels zijn niet getekend.
Het blad bevindt zich aan een plant die in het zonlicht staat.

In welke van de aangegeven cellen ontstaat CO2 ?
En in welke O2 ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Vier beweringen over het gebruik van gassen.
Hieronder staan vier beweringen over het gebruik van gassen bij de stofwisseling van autotrofe of heterotrofe organismen.

1. Autotrofe organismen kunnen zuurstof verbruiken.
2. Autotrofe organismen kunnen koolstofdioxide verbruiken.
3. Heterotrofe organismen kunnen zuurstof verbruiken.
4. Heterotrofe organismen kunnen koolstofdioxide verbruiken.

Welke beweringen zijn juist?

Assimilatie_dissimilatie

Afgifte en opname van koolstofdioxide en zuurstof.
Zie figuur A 394 van de bijlage.

In de afbeelding zijn vier schema's getekend. Deze schema's geven de mogelijke opname en afgifte van koolstofdioxide en zuurstof door de organismen weer.

Welk van deze schema's geeft de situatie midden op de dag juist weer?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Planten en paddestoelen.
Zie figuur B 1815 van de bijlage.

In een afgesloten ruimte met planten van één soort worden regelmatig het O2 -gehalte en het CO2 -gehalte van de lucht bepaald. De resultaten zijn uitgezet in onderstaand diagram.

Bevat de ruimte planten met bladgroen of paddestoelen?
Staan de planten in het licht of in het donker?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Vier schematische tekeningen van een bladgroenhoudende cel.
Zie figuur B 2136 van de bijlage.

Hieronder staan vier schematische tekeningen (figuren 1 t/m 4) van een bladgroenhoudende cel.
Een pijltje dat de cel inwijst, betekent, dat het erbij vermelde gas wordt opgenomen.
Een pijltje dat van de cel naar buiten wijst, betekent, dat dit gas door de cel wordt afgegeven.

De ademhaling van de bladgroenhoudende cel is juist weergegeven

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Schema's van opname of afgifte van gassen.
Zie figuur B 1804 van de bijlage.

De vakjes 1 en 2 stellen organismen voor. De pijlen geven de opname of afgifte aan van gassen.

Welke organismen kunnen door 1 en welke door 2 worden voorgesteld?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een plant met bladgroen onder een glazen stolp.
Zie figuur B 1831 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt onder een glazen stolp gezet (zie tekening). De opstelling staat in het licht. Direct na het inzetten van de proef wordt de hoeveelheid zuurstof en de hoeveelheid koolstofdioxide in de stolp gemeten.
Na drie uur wordt de hoeveelheid van beide gassen in de stolp opnieuw gemeten.

Na deze drie uur zal er in de stolp

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Het O2 -gehalte in vervuild water.

Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel O2 er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit verbruik, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn.
Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn reducenten.
Het bepalen van het O2 -verbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het O2 -gehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het O2 -gehalte bepaald.

Bij welke temperatuur zal de verandering van het O2 -gehalte na 5 dagen waarschijnlijk het grootst zijn?

Assimilatie_dissimilatie

Een proefopstelling met verschillende organismen.
Zie figuur B 838 van de bijlage.

De tekeningen stellen voor een proefopstelling met verschillende organismen.
De erlenmeyers 1 en 3 bevatten leidingwater, 50 watervlooien en een waterplant met bladgroen.
De erlenmeyers 2 en 4 bevatten leidingwater en 50 watervlooien.
De erlenmeyers 1 en 2 staan in het donker.
De erlenmeyers 3 en 4 staan in het licht.

In welke erlenmeyer neemt de hoeveelheid O2 het snelst af?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

O2 -verbruik en de O2 -productie door de cellen van een plant.
Zie figuur B 852 van de bijlage.

In het diagram zijn het O2 -verbruik en de O2 -productie door de cellen van een plant op een bepaalde dag uitgezet tegen de tijd. De zon gaat op deze dag om half 6 op en om 21 uur onder.

Vier leerlingen trekken uit het diagram de volgende conclusies:

- Leerling 1 zegt dat de plant tussen half 6 en 7 uur alleen maar O2 verbruikt en geen O2 produceert.
- Leerling 2 zegt dat de plant tussen half 6 en 14 uur alleen O2 aan de omgeving afgeeft en geen O2 opneemt.
- Leerling 3 zegt dat de plant na 20 uur geen O2 meer produceert.
- Leerling 4 zegt dat de plant na 20 uur geen O2 meer aan de omgeving afgeeft.

Welke leerling trekt de juiste conclusie?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Stofwisseling planten bij verhoging van de temperatuur.
Zie figuur B 858 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling in het licht geplaatst. Bij verschillende omgevingstemperaturen tussen 5°C en 50°C wordt gemeten hoeveel O2 deze plant per uur afgeeft. De resultaten zijn in het diagram weergegeven.

Uit het diagram valt af te lezen, dat bij verhoging van de temperatuur de stofwisseling van deze planten

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

De zuurstofopname of zuurstofafgifte van een groene plant.
Zie figuur B 327 van de bijlage.

Bij een groene plant wordt gedurende tien uur de zuurstofopname of zuurstofafgifte per uur gemeten.
De eerste vijf uur staat de plant in het donker, de tweede vijf uur in het licht.
De resultaten zijn weergegeven in het afgebeelde diagram.

Hoeveel bedraagt de totale hoeveelheid bij de fotosynthese geproduceerde zuurstof gedurende het laatste uur van de proef?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium in de zon.

Een aquarium met planten met bladgroen staat in het volle zonlicht. Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald; het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram.
Op tijdstip t zijn enkele vissen in het water gezet.

Zie figuur B 675 van de bijlage.


Welke van de vier diagrammen is juist?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Proef in vier afgesloten reageerbuizen.
Zie figuur B 1019 van de bijlage.


Vier reageerbuizen (1, 2, 3 en 4) worden alle met een rubberstop afgesloten, nadat ze als volgt zijn gevuld:

buis 1 alleen met water;
buis 2 met water en een groene waterplant;
buis 3 met water en een groene waterplant;
buis 4 met water en stukjes geschilde appel.

De buizen 1. 2 en 4 worden zes uur in het licht geplaatst.
Buis 3 wordt zes uur in het donker gezet.

In welke buis zal na afloop van het experiment de meeste zuurstof aanwezig zijn?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Plant met bladgroen in een afgesloten ruimte.

In een afgesloten ruimte bevindt zich een levende plant met bladgroen. De ruimte is gevuld met lucht en is zwak verlicht.
Bij metingen gedurende een uur blijkt, dat de hoeveelheid O2 in de ruimte niet verandert.

Dit is te verklaren, doordat er in de cellen van deze plant

Assimilatie_dissimilatie

Zuurstofafgifte van een groene waterplant.
Zie figuur B 1034 van de bijlage.

Van een groene waterplant wordt op een zonnige dag in het voorjaar de zuurstofafgifte gemeten. De gevonden waarden worden uitgezet in een diagram. De metingen worden van 6 uur 's morgens tot 18 uur 's avonds in het daglicht verricht.

Welk van de vier diagrammen geeft deze metingen juist weer?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Vier reageerbuizen met groene waterplanten
Zie figuur C 60 van de bijlage.

Vier reageerbuizen met groene waterplanten worden gevuld en opgesteld zoals in de tekeningen is aangegeven.

In welke van de reageerbuizen neemt de hoeveelheid zuurstof in het water toe?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Twee soorten eencellige organismen in een glazen bak.

In een glazen bak met water bevinden zich twee soorten eencellige organismen.
Soort 1 bevat bladgroen. Soort 2 bevat geen bladgroen. De bak staat in het zonlicht.

Door welke soort wordt zuurstof geproduceerd?
Door welke soort wordt deze zuurstof verbruikt?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een plant met bladgroen in afgesloten ruimte.
Zie figuur B 2203 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt in een met lucht gevulde afgesloten ruimte in het licht geplaatst.
Op tijdstip T wordt de opstelling in het donker gezet.
Het zuurstofgehalte in de ruimte wordt regelmatig gemeten en de resultaten worden uitgezet in een diagram.

Welk diagram kan deze resultaten juist weergeven?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Zuurstofproductie in een blad.

In een bepaalde cel van een blad wordt zuurstof geproduceerd.

Heeft deze cel bladgroen?
Vindt tijdens de productie van zuurstof tegelijkertijd in deze cel verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Zuurstofproductie in een opperhuidcel.

In een bepaalde cel in de opperhuid van een blad wordt zuurstof geproduceerd.

Heeft deze cel bladgroen?
Wordt tijdens de productie van zuurstof tegelijkertijd in deze cel ook zuurstof verbruikt?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Het zuurstofgehalte in vier even grote bakken.
Zie figuur B 2012 van de bijlage.

Vier even grote bakken worden met lucht gevuld en afgesloten. Zie de tekeningen.
De bakken 1 en 3 staan in het licht, de bakken 2 en 4 staan in het donker.
Alle bakken staan bij 20°C.

In welke bak zal na 24 uur het zuurstofgehalte het hoogst zijn?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Twee omgekeerde jampotten gevuld met water.
Zie figuur B 2016 van de bijlage.

In een glazen bak met water staan twee omgekeerde jampotten op een paar klosjes.
In beide potten zit een beetje vocht, in iedere pot even veel.
In pot 1 drijven enkele groene bladeren op het water. De bak staat in het licht.
Na verloop van tijd is het water in pot 1 gezakt en in pot 2 niet (zie tekening).
Dit komt doordat in pot 1 zuurstof gevormd is.

Is de gevormde zuurstof afkomstig van verbranding?
Hebben de bladeren voor het produceren van de zuurstof water nodig?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Onderzoek naar watervervuiling.

Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel zuurstof er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit zuurstofverbruik is, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn.
Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn heterotrofe organismen.
Het bepalen van het zuurstofverbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het zuurstofgehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het zuurstofgehalte bepaald. Dit zuurstofgehalte na 5 dagen is lager doordat de eencelligen zuurstof hebben verbruikt.

Wordt zuurstof door de eencelligen verbruikt bij de fotosynthese?
Wordt de zuurstof in het flesje in het donker alleen gebruikt door de heterotrofe organismen?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Amoeben en oogdiertjes.
Zie figuur B 784 van de bijlage.

In twee bakken ( 1 en 3) bevinden zich amoeben en oogdiertjes. In twee andere bakken 2 en 4 bevinden zich alleen oogdiertjes. Deze oogdiertjes zijn eencelligen met bladgroen. Het aantal organismen in iedere bak is even groot.
De bakken 1 en 2 worden in het licht geplaatst.
De bakken 3 en 4 in het donker.

Welke bak bevat na 24 uur de meeste zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

In een afgesloten ruimte met een levende plant.

In een afgesloten ruimte bevindt zich een levende plant met bladgroen. De ruimte is gevuld met lucht en is zwak verlicht.
Bij metingen gedurende een uur blijkt, dat de hoeveelheid O2 in de ruimte niet verandert.

Dit is te verklaren, doordat er in de cellen van deze plant

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium met vissen zonder planten.

Uit een aquarium met planten en vissen worden alle planten verwijderd.

In het water is er na enige tijd minder

Assimilatie_dissimilatie

Twee bakken met takjes waterpest.

Men heeft twee bakken.
In elke bak bevindt zich een aantal takjes waterpest.
Bak 1 staat in het licht.
Bak 2 staat in het donker.

Welke van onderstaande beweringen met betrekking tot dit experiment is juist?

Assimilatie_dissimilatie

De gaswisseling van een plant onder een stolp.

Men onderzoekt de gaswisseling van een plant die bij schemerlicht onder een glazen stolp staat. Bij dit schemerlicht wordt door de plant meer glucose verbrand dan geproduceerd.

Van welk gas neemt de hoeveelheid onder de stolp af?

Assimilatie_dissimilatie

Vier buizen met 50 watervlooien.
Zie figuur B 900 van de bijlage.

In de afbeelding is een proefopstelling weergegeven. Elke buis bevat 50 watervlooien.
De buizen 1 en 3 bevatten elk bovendien een even grote waterplant met bladgroen.
De buizen 1 en 2 staan in het licht.
De buizen 3 en 4 staan in het donker.
De temperatuur van het water in de buizen is en blijft gelijk.
Als er te weinig zuurstof in het water zit, komen de watervlooien naar de oppervlakte om te ademen.

In welke buis zullen de watervlooien het vaakst naar de oppervlakte komen?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een plant met bladgroen in een proefopstelling.
Zie figuur B 1914 van de bijlage.

Een plant met bladgroen staat in een proefopstelling.
De pijlen geven de richting aan waarin lucht stroomt. De opstelling wordt eerst in het licht geplaatst en daarna in het donker.

Wanneer bevat de lucht in de buis bij Q meer zuurstof dan in de buis bij P?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium met waterplanten en enkele vissen.
Zie figuur B 2056 van de bijlage.

In een aquarium bevinden zich waterplanten en enkele vissen. De bak staat in het licht.
Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water gemeten. Na 3 uur wordt een verandering in de proefopstelling aangebracht. Daarna wordt weer gedurende enkele uren regelmatig het zuurstofgehalte van het water gemeten. Het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram.

Welke van de onderstaande veranderingen kan na 3 uur zijn aangebracht?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Zuurstofproductie bij een plant.
Zie figuur B 852 van de bijlage.

In het diagram in de figuur is de zuurstofproductie en het zuurstofverbruik van een plant uitgezet tegen de tijd.
De zuurstof die verbruikt is voor de verbranding wordt weergegeven met een stippellijn.
De zon komt om 6 uur op en gaat om 21 uur onder.

Gedurende welke periode wordt er zuurstof afgegeven aan de omgeving?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Organismen in een afgesloten ruimte.
Zie figuur B 2090 van de bijlage.

In vier met lucht gevulde afgesloten ruimten bevinden zich levende organismen. In ruimte 1 en 2 paddestoelen, in ruimte 3 en 4 een plant. Dit is schematisch weergegeven in de afbeelding.

In welke van de ruimten neemt de hoeveelheid zuurstof zeker af?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Levende planten in afgesloten glazen bakken.
Zie figuur B 1770 van de bijlage.

In vier met lucht gevulde afgesloten glazen bakken bevinden zich levende planten.
De bakken 1 en 3 staan in het donker.
De bakken 2 en 4 staan in het licht.

In welke bakken vindt een afname en in welke een toename van de hoeveelheid zuurstof plaats?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Vier aquaria met planten en soms ook vissen.
Zie figuur B 1762 van de bijlage.

Vier even grote aquaria staan naast elkaar in het donker. Ze zijn gevuld zoals bij de tekeningen is aangegeven. Alle andere omstandigheden zijn gelijk.

In welk aquarium bevindt zich de meeste zuurstof in het water, nadat de vier aquaria twaalf uur in het donker hebben gestaan?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium met twee waterplanten en vijf vissen.

In een aquarium bevinden zich twee waterplanten met bladgroen en vijf vissen. Het aquarium wordt verlicht. Toch blijkt het zuurstofgehalte van het water te dalen.

Door welke van de volgende maatregelen zal het zuurstofgehalte stijgen?

Assimilatie_dissimilatie

Het zuurstofgehalte van het water van een aquarium.
Zie figuur B 675 van de bijlage.

Een aquarium met planten met bladgroen staat in het volle zonlicht.
Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald; het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram.
Op tijdstip t zijn enkele vissen in het water gezet.

Welk van de vier diagrammen is juist?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Het zuurstofgehalte in een afgesloten potten.

Vier gelijke planten staan elk in een afgesloten pot. De potten worden in het donker of in het licht geplaatst. Aan het begin van de proef wordt elke pot gevuld met lucht zoals in de tabel hieronder is aangegeven.

afbeeldingafbeelding

In welke van deze potten kan het zuurstofgehalte van de lucht stijgen?

Assimilatie_dissimilatie

De O2 -afgifte van een plant.

Zie figuur B 858 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling in het licht geplaatst. Bij verschillende omgevingstemperaturen tussen 5°C en 50°C wordt gemeten hoeveel O2 deze plant per uur afgeeft. De resultaten zijn in het diagram weergegeven.

Uit het diagram valt af te lezen, dat bij verhoging van de temperatuur de zuurstofafgifte van deze planten

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Het zuurstofgehalte van een aquarium.

Een aquarium met planten staat in het licht. Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald; het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram. Op tijdstip t zijn enkele vissen in het water gezet.

Zie figuur B 3546 van de bijlage.

In de afbeelding zijn vier diagrammen weergegeven.

Welk van deze vier diagrammen geeft het resultaat van de metingen juist weer?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Waterslakken of waterpestplanten in een reageerbuis met water.

In een reageerbuis die gevuld is met water, kunnen waterslakken of waterpestplanten worden gedaan. Daarna kan de reageerbuis in het licht of in het donker worden gezet.

Wanneer neemt het zuurstofgehalte van het water in de reageerbuis toe?

Assimilatie en dissimilatie

Een proef.
Zie figuur B 3208 van de bijlage.
Zie figuur A 1014 van de bijlage.

Bij een proef worden twee vissen en een waterplant in een aquarium gedaan. Regelmatig wordt de hoeveelheid koolstofdioxide in het water bepaald. De resultaten zijn weergegeven in het diagram (A 1014).

Wat moet op het stippellijntje bij de y-as van het diagram staan?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Assimilatie en Dissimilatie

1/2 Biosfere 2.

Bij een experiment in Amerika is een zeer grote kas gebouwd: Biosfere 2. Men heeft geprobeerd in Biosfere 2 de aarde in het klein na te bootsen. De kas is gevuld met buitenlucht en daarna luchtdicht afgesloten. Er leven veel verschillende soorten organismen in waaronder een aantal mensen. Enige maanden na het begin van het experiment is het gehalte aan zuurstof van de lucht in de kas gedaald. Men wilde deze daling tegengaan. In een gedeelte van de kas is een oerwoud nagebootst. Men overwoog 's nachts lampen boven dit 'oerwoud' aan te
steken.

Leg uit hoe het 's nachts aansteken van de lampen invloed kan hebben op het zuurstofgehalte van de lucht in de kas.

Assimilatie en Dissimilatie

2/2 Biosfeer 2.

Als er resten van planten uit het 'oerwoud' buiten de kas worden gebracht, kan dat ook invloed hebben op het zuurstofgehalte van de lucht in de kas.

Leg uit hoe het buiten de kas brengen van deze resten invloed kan hebben op het zuurstofgehalte van de lucht in de kas.

Assimilatie en dissimilatie

Algen bij de afvalwaterzuivering.

In het water in een installatie voor afvalwaterzuivering leven veel algen en bacteriën. Om de afbraak van organische stoffen beter te laten verlopen wordt voortdurend lucht met veel zuurstof door het afvalwater gemengd.
Dat is niet bedoeld om de algen en bacteriën in leven te houden; ze blijven zonder deze extra lucht ook wel in leven.

Is dit mengen met lucht vooral bedoeld om de fotosynthese in deze algen te bevorderen?
En om de verbranding in deze bacteriën te bevorderen?

Assimilatie en Dissimilatie

1/2 Kiemende bonen.
Zie figuur B 3390 van de bijlage.

Iemand onderzoekt welke gassen ontkiemende bonen en bonenplanten opnemen en afgeven.
Hij plaatst de ontkiemende bonen en de bonenplanten in afgesloten glazen bakken met lucht, zoals in de afbeelding is aangegeven. De temperatuur is 20°C. De proef duurt 24 uur.

In welke bak zal het zuurstofgehalte het laagst zijn na afloop van deze proef?

afbeeldingafbeelding