Oefentoets Biologie: Dissimilatie - Aeroob/anaeroob | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Dissimilatie

Glucose-omzetting van drie soorten bacteriën.

In een experiment wordt de glucose-omzetting van drie soorten bacteriën onderzocht. Hiertoe worden drie reageerbuizen gevuld met een gelijke hoeveelheid van een glucose-oplossing. Aan elke buis worden bacteriën van een bepaalde soort toegevoegd.

1. in buis 1 ontstaat melkzuur uit glucose;
2. in buis 2 ontstaan ethanol (alcohol) en koolstofdioxide uit glucose;
3. in buis 3 ontstaan koolstofdioxide en water uit glucose.

Na afloop van het experiment blijkt geen glucose meer aanwezig in de drie buizen.

Welke soort bacteriën heeft of welke soorten hebben de glucose onvolledig omgezet?
Welke soort heeft de meeste energie uit de glucose verkregen?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Het rijzen van deeg.

Bij de bereiding van brood wordt gist toegevoegd aan het deeg.
Daardoor ontstaan er gasbellen waardoor het deeg rijst.

Dit gas wordt gevormd ten gevolge van

Dissimilatie

Kiemende witte bonen.

Tien stopflessen worden geheel gevuld met kiemende witte bonen en vervolgens met kurken afgesloten. Vijf flessen worden in het donker gezet en de andere in het licht. Na een aantal dagen kan van stopflessen de kurk afvliegen.

Bij welke stopflessen zal dit gebeuren en wat is hiervan de oorzaak?

Dissimilatie

Kiemende witte bonen.
Zie figuur B 320 van de bijlage.

In een reageerbuis met vochtige watten worden enkele witte bonen gedaan.
Daarna wordt de buis luchtdicht afgesloten. De bonen gaan kiemen. De gasdruk in de buis wordt voortdurend gemeten en de gevonden waarden worden in een diagram uitgezet.

Waardoor wordt de toename van de gasdruk in de buis voornamelijk veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een proef met een eencellig heterotroof organisme.

Bij een proef met een eencellig heterotroof organisme wordt een milieufactor gewijzigd.
Het organisme blijft hierna net zo actief, maar gebruikt meer voedsel per tijdseenheid.

Welke milieufactor is hier gewijzigd?

Dissimilatie

Assimilatie of dissimilatie?

Is de omzetting van glucose in melkzuur een vorm van assimilatie of van dissimilatie?
Waaruit blijkt dat?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een spier met onvoldoende zuurstof.

Een spier die zich zeer sterk samentrekt, heeft op een bepaald moment niet de beschikking over voldoende zuurstof. Uit deze spier wordt bloed afgevoerd dat onder andere de volgende stoffen bevat: glucose, koolstofdioxide, melkzuur en ureum.

Van welke van deze stoffen zal de concentratie in het afgevoerde bloed als gevolg van zuurstofgebrek sterk toenemen?

Dissimilatie

Rijzend deeg.
Zie figuur B 1117 van de bijlage.

Een bakker maakt deeg van meel, gist, suiker, keukenzout en water. Vervolgens laat hij een deel van het deeg rijzen bij 25°C en een even groot deel bij 35°C. Alle andere omstandigheden zijn gelijk.
Gedurende een uur meet hij elke 10 minuten hoe groot het volume van het deeg is. De resultaten zet hij uit in een diagram (zie figuur B 1117 van de bijlage).

Welke van de stoffen alcohol, koolstofdioxide en water heeft of hebben er in belangrijke mate voor gezorgd dat het volume van het deeg is toegenomen?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Gistcellen in rijzend deeg.

Een bakker maakt deeg van meel, gist, suiker, keukenzout en water. Vervolgens laat hij het deeg rijzen bij 25°C.

Vinden in de gistcellen in rijzend deeg alleen assimilatieprocessen, alleen dissimilatieprocessen of beide typen processen plaats?

Dissimilatie

Optimale temperatuur voor rijzend deeg.
Zie figuur B 1117 van de bijlage.

Een bakker maakt deeg van meel, gist, suiker, keukenzout en water. Vervolgens laat hij een deel van het deeg rijzen bij 25°C en een even groot deel bij 35°C. Alle andere omstandigheden zijn gelijk.
Gedurende een uur meet hij elke 10 minuten hoe groot het volume van het deeg is. De resultaten zet hij uit in een diagram (zie figuur B 1117 van de bijlage).
De bakker vraagt zich af of 35°C het optimum is voor het rijzen van dit deeg.
Drie collega's zeggen daarover het volgende:

Collega 1 zegt: "Ja, 35°C is het optimum, want de grafiek gaat horizontaal lopen."
Collega 2 zegt: "Het optimum ligt bij 35°C of hoger; om het optimum precies te bepalen moet je deeg met gist laten rijzen bij 35°C en bij verschillende hogere temperaturen."
Collega 3 zegt: "Over het optimum is op grond van deze resultaten geen voorspelling te doen; om het optimum te bepalen, moet je deeg met gist laten rijzen bij verschillende temperaturen boven en onder de 35°C."

Welke collega doet een juiste uitspraak?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

1/2 Zelf wijn maken.
Zie figuur A 193 van de bijlage.

In het boekje "Wijn maken van vruchten en kruiden" staan onder andere de volgende tekst en afbeelding A 193:
afbeeldingafbeelding
Stap voor stap uw eigen wijn.
1. U maakt of koopt sap van vruchten en doet dit in een fles (de gistingsfles). U voegt de opgeloste suiker hier aan toe en als laatste de wijngist.
2. Plaats nu het waterslot op de gistingsfles. Na een paar dagen begint de gisting."

Het waterslot bestaat uit een gebogen glazen buis die gedeeltelijk gevuld is met water. De beide uiteinden zijn open. De onderkant van het waterslot steekt in de fles door een kurk die de fles afsluit.

Zie volgende scherm

Dissimilatie

2/2 Zelf wijn maken.

Enkele beweringen over de functie van het waterslot zijn:

1. door het waterslot wordt verontreiniging van de wijn met bacteriën uit de buitenlucht tegengegaan,
2. door het waterslot kan de bij de gisting vrijkomende CO2 ontsnappen,
3. door het waterslot kan de bij de gisting vrijkomende O2 in de fles blijven.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Dissimilatie

Leven met en zonder zuurstof.

Er zijn organismen die zowel in een omgeving met als in een omgeving zonder zuurstof kunnen leven.

Als de andere omstandigheden gelijk blijven, zullen deze organismen in een milieu zonder zuurstof per tijdseenheid

Dissimilatie

Voorgeweekte witte bonen.
Zie figuur B 1182 van de bijlage.

In een met kwik gevulde buis heeft men een aantal voorgeweekte witte bonen gebracht. Na enige dagen bevindt zich boven in de buis bij de kiemende bonen gas.

Dit gas is ontstaan, doordat in de bonen

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Omzettingen van glucose & melkzuur.

In een spier van een mens kan glucose worden omgezet in melkzuur. Een deel van het melkzuur, dat via het bloed naar de lever wordt vervoerd, wordt daar verder omgezet in koolstofdioxide en water.

Wordt bij de omzetting van glucose in melkzuur in de spier zuurstof verbruikt?
En bij de omzetting van melkzuur in koolstofdioxide en water in de lever?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Glucose en melkzuur bij intensief sporten.

Glucose in onze spieren kan worden omgezet in melkzuur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij intensief sporten.
Over deze omzetting worden vier beweringen gedaan:

1. De omzetting van glucose in melkzuur is een vorm van assimilatie; het gevormde melkzuur kan nog energie leveren.
2. De omzetting van glucose in melkzuur is een vorm van assimilatie; het gevormde melkzuur kan geen energie meer leveren.
3. De omzetting van glucose in melkzuur is een vorm van dissimilatie; het gevormde melkzuur kan nog energie leveren.
4. De omzetting van glucose in melkzuur is een vorm van dissimilatie; het gevormde melkzuur kan geen energie meer leveren.

Welke van deze beweringen is juist?

Dissimilatie

Gistcellen.

Bij een onderzoek naar de stofwisseling van gistcellen doet men de volgende proef.
In twee gelijke afsluitbare vaten met even grote hoeveelheden glucose-oplossing van dezelfde concentratie brengt men gelijke hoeveelheden even actieve gistcellen. Beide oplossingen hebben dezelfde temperatuur.
Boven de oplossing in opstelling 1 bevindt zich lucht, boven de oplossing in opstelling 2 bevindt zich zuivere stikstof. Beide vaten zijn afgesloten en worden voortdurend geschud, zodat de oplossing in goed contact is met lucht of stikstof erboven.

Zie figuur B 1370 van de bijlage.

Gedurende 5 uur meet men in beide opstellingen de CO2 -concentratie boven de vloeistof.
Gedurende de eerste 3 uur maken de gistcellen in beide opstellingen evenveel energie vrij.
De diagrammen in de afbeelding geven het resultaat van deze proef weer. De schaalverdeling van beide diagrammen is hetzelfde. Gistcellen vormen geen melkzuur.
De onderzoeker vraagt zich af waardoor in opstelling 2 na het vierde uur geen CO2 meer wordt gevormd. Hij stelt de volgende hypothesen op:

1. De glucose in het vat in oplossing 2 is opgeraakt.
2. De gistcellen in het vat in oplossing 2 zijn gedood door teveel alcohol.

Welke van deze hypothesen kan of kunnen dit resultaat van de proef verklaren?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Bonen op vochtige watten.
Zie figuur B 1714 van de bijlage.

We doen het volgende experiment:
Een erlenmeyer is voor de helft gevuld met bonen (1), die op vochtige watten liggen (2).
De hals van de erlenmeyer is met een rubber stop (3), waardoorheen een dun glazen buisje steekt (4), luchtdicht afgesloten. In het buisje zit een druppel gekleurde vloeistof (5). De proefopstelling is hiernaast afgebeeld.
Na drie dagen blijkt dat de kleurstofdruppel in het buisje zich heeft verplaatst van de erlenmeyer af.

Een aannemelijke verklaring voor de verplaatsing van de druppel is dat

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Gistcellen & het rijzen van deeg.

Gistcellen produceren verschillende stoffen. Een van deze stoffen is de belangrijkste oorzaak van het rijzen van deeg.

Welke stof is dit?

Dissimilatie

De belletjes in champagne.

Champagne wordt bereid uit druivensap. De in het druivensap aanwezige suikers worden hierbij in vaten vergist.
Voordat de gisting geheel is gestopt, wordt het mengsel vanuit het vat in flessen gedaan. De gisting gaat in de afgesloten flessen nog even door. Als de champagne uit de fles in een glas wordt geschonken, stijgen er belletjes op in de champagne.

Waaruit bestaan deze belletjes voornamelijk?