Oefentoets Biologie: Mens-milieu | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mens en Milieu

5/8 Kasgroente.

Bepaalde planten maken, met behulp van nitraat, een grote hoeveelheid eiwitten die ze opslaan.

In welke van de volgende plantendelen is het gehalte aan reservestoffen die met behulp van nitraat zijn gemaakt, het grootst?

Mens en Milieu

6/8 Kasgroente.

Welke van de volgende beweringen over nitraat is of welke zijn juist op grond van bovenstaande tekst?

1. Bij kasgroenten gekweekt in de zomer is de kans op het voorkomen van veel nitraat groter dan bij kasgroenten gekweekt in de winter.
2. Nitraat uit voedsel wordt bij de mens vooral opgenomen vanuit de dikke darm.

Mens en Milieu

7/8 Kasgroente.

Groente bestaat voor ruim de helft uit water. In de voedselbrij die in de darm uit deze groente ontstaat, is er in verhouding nog veel meer water. Dat water is niet alleen met het drinken en de zojuist gegeten groente opgenomen.

Waar komt veel van het water in de voedselbrij dan wel vandaan?

Mens en Milieu

8/8 Kasgroente.

Nitraat kan vanuit het verteringskanaal in het bloed worden opgenomen.

Moeten verteringsenzymen nitraat bewerken voor het in het bloed kan worden opgenomen? Licht je antwoord toe.

Mens en Milieu

1/15 Maïs.

INFORMATIE 1 HET AKKERBOUWBEDRIJF VAN HENK JANSEN
Henk Jansen heeft een akkerbouwbedrijf. Hij verbouwt meestal aardappelen, erwten. maïs en suikerbieten. Nu wil hij vooral maïs gaan verbouwen. Voordat bij gaat zaaien, wil hij weten of er voldoende mineralen voor de maïs in de bodem zitten. Henk neemt daarom bodemmonsters van de bovenste 25 centimeter van de bodem. In een laboratorium laat hij deze grond onderzoeken. Om extra stikstofzouten, waaronder nitraat, in de bodem te brengen verspreidt Henk gier, een mengsel van mest en urine. Bij het verspreiden van gier komt ammoniak in de lucht vrij.

INFORMATIE 2 MAÏSRASSEN
Maïs komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika Maar het ras dat daar vroeger groeide wordt al lang niet meer verbouw. Door het kruisen van maïsplanten met verschillende kenmerken zijn nieuwe rassen ontstaan. Deze rassen hebben andere kenmerken dan de vroegere rassen. Zo zijn er rassen ontstaan met een grotere opbrengst, met een grotere weerstand tegen schimmelziekten, zoals stengelrot, of met een grotere weerstand tegen de kou.

Zie volgende scherm

Mens en Milieu

2/15 Maïs.

INFORMATIE 3 KENMERKEN VAN BEPAALDE RASSEN VAN MAÏS
afbeeldingafbeelding
1 Hoe hoger het getal des te gunstiger het kenmerk

Zie volgende scherm

Mens en Milieu

3/15 Maïs.
Zie figuur A 697 van de bijlage.

In afgebeelde diagram zijn zowel de groei van een maïsplant als het gemiddelde maandelijkse waterverbruik van een maïsplant weergegeven.

Om het mineralengehalte van zijn akker te laten bepalen neemt Henk grondmonsters van de bovenste 25 cm.

Leg uit waardoor voor de groei van maïsplanten vooral de hoeveelheid mineralen in de bovenste 25 cm grond van belang is.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

4/15 Maïs.

Henk Jansen moet elk jaar opnieuw zijn akkers bemesten.

Noem twee manieren waarop mineralen uit de bodem van een maïsakker verdwijnen.

Mens en Milieu

5/15 Maïs.

De gier die op de maïsakkers wordt verspreid, bevat veel stikstofzouten. Deze stikstofzouten worden door de maïsplanten opgenomen.

Voor welke stof of stoffen zijn stikstofzouten grondstoffen?

Mens en Milieu

6/15 Maïs.

Bij het verspreiden van gier komt volgens de informatie een stof in de lucht vrij.

Veroorzaakt deze stof een toename van het broeikaseffect?
En veroorzaakt deze stof een toename van verzuring van de bodem?

Mens en Milieu

7/15 Maïs.

Henk Jansen kiest uit een lijst van de zaadhandel een geschikt maïsras om in te zaaien (zie informatie 2 en 3). Het afgelopen jaar hadden zijn maïsplanten veel last van stengelrot. een schimmelziekte waarbij de stengels van de planten knikken. Ook was het vorig voorjaar koud, waardoor het toen gekozen maïsras niet goed kiemde. Dat wil Henk dit jaar niet laten gebeuren maar hij wil wel weer vroeg zaaien.

Welk maïsras kan Henk Jansen het best kiezen om in te zaaien? Noem drie argumenten voor je keuze.

Mens en Milieu

8/15 Maïs.

Door het bewust kiezen van een maïsras met bepaalde kenmerken kan schade aan het milieu worden beperkt.

Leg uit dat door het verbouwen van het maïsras Brutu het milieu minder belast wordt dan door het verbouwen van het maïsras Sonia.

Mens en Milieu

9/15 Maïs.

Enkele milieufactoren zijn: licht, temperatuur, water en zuurstof.

Welke van deze factoren zijn volgens informatie 4 van invloed op de kieming van maïs?

Mens en Milieu

10/15 Maïs.

Vroeger werden in de buurt van pas ingezaaide maïsakkers regelmatig dode roofvogels gevonden. Bij onderzoek in een laboratorium werden dan vaak bestrijdingsmiddelen gevonden in de roofvogels. Terwijl roofvogels geen maïs eten.

Leg uit op welke manier de roofvogels de bestrijdingsmiddelen binnen hebben gekregen.

Mens en Milieu

11/15 Maïs.
Zie figuur A 695 van de bijlage.
Zie figuur B 2863 van de bijlage.

In afbeelding A 695 is een maïsplant weergegeven.
In afbeelding B 2863 zijn maïsbloemen weergegeven.

Zijn de bloemen in afbeelding B 2863 mannelijk of vrouwelijk?
Bevinden deze maïsbloemen zich bij P of Q in de afbeelding A 695?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

12/15 Maïs.

Niet alleen kiemplanten van maïs zijn gevoelig voor kou. Wanneer begin september nachtvorst optreedt valt de opbrengst bij de oogst vaak tegen.

Geef voor deze tegenvallende opbrengst een verklaring.

Mens en Milieu

13/14 Maïs.

Als het stengeltje van een maïskiemplantje boven de grond komt, zijn de reservestoffen vrijwel verbruikt.

Op welke manier komt de plant in die situatie aan energierijke stoffen?

Mens en Milieu

14/15 Maïs.
Zie figuur A 696 van de bijlage.

Maïsplanten kunnen schade oplopen als gevolg van vraat en ziekteverwekkers.
Vergelijk de indeling van de akker van Henk Jansen in 1996 met de indeling van de akker in 1997.

In welk jaar was de kans op schade door vraat en ziekte bij maïs het grootst? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

15/15 Maïs.
Zie figuur A 697 van de bijlage.

Een maïsplant verbruikte in juli een andere hoeveelheid water dan in september.
Lees uit het diagram van informatie 8 af hoe groot dit verschil in waterverbruik was.
Geef een verklaring voor het verschil met behulp van informatie 9.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

1/6 Tomaten.

Tomaten worden in Nederland in kassen gekweekt. Onder gunstige omstandigheden kan de opbrengst per vierkante meter per jaar 50 kilo tomaten bedragen. In de kas regelt een computer de juiste hoeveelheid water met daarin opgeloste voedingszouten (mineralen).
In tomatenkassen worden vaak hommels losgelaten. Deze hommels vliegen van bloem naar bloem.

Om welke reden laten de tuinders hommels los in de kas?