Oefentoets Biologie: Ordening | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 8

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ordening

Determineren koudbloedig dier.
Zie de figuren C 67 en B 1161 van de bijlage.

In de determinatietabel van de bijlage staat de mogelijkheid om een organisme in een groep te plaatsen.

Bepaal met behulp van deze tabel tot welk rijk, welke afdeling en welke groep het koudbloedige dier uit de figuur behoort.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ordening

Determineren libel.
Zie de figuren C 318 en B 3668 van de bijlage.

Determineer het volgende organisme met behulp van de determinatietabel. Noteer de stappen die je in de determinatietabel maakt.

Een libel (zie de afbeelding).

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ordening

Determineren herderstasje.
Zie de figuren C 318 en B 3669 van de bijlage.

Determineer het volgende organisme met behulp van de determinatietabel. Noteer de stappen die je in de determinatietabel maakt.

Een herderstasje (zie de afbeelding).

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ordening

Determineren oehoe.
Zie de figuren C 318 en B 3670 van de bijlage.

Determineer het volgende organisme met behulp van de determinatietabel. Noteer de stappen die je in de determinatietabel maakt.

Een oehoe (zie de afbeelding).

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ordening

1/2 Boomknoppen.
Zie figuur C 327 van de bijlage.

In de afbeelding is een zoekkaart voor de namen van bomen weergegeven. Je kunt de naam van een boom vinden door naar de knoppen te kijken.

Bij welke boom staan de zijknoppen heel dicht bij elkaar bovenaan het takje?

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/2 Boomknoppen.

Welke kleur hebben de knopschubben van de Paardekastanje?

afbeeldingafbeelding

Ordening

1/3 Boomalg.
Zie figuur B 4559 van de bijlage.

Op bomen kom je soms een groenige, vochtige laag tegen. Deze laag bestaat uit boomalgen. Boomalgen zijn eencellige plantjes.

Heeft een boomalg cytoplasma?
En heeft een boomalg een celmembraan?

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/3 Boomalg.
Zie figuur B 4559 van de bijlage.

In boomalgen kan onder andere fotosynthese plaatsvinden. Hierbij wordt glucose gemaakt.

Welke andere stof ontstaat hierbij?

afbeeldingafbeelding

Ordening

3/3 Boomalg.
Zie figuur B 4559 van de bijlage.

Het omzetten van stoffen, zoals bij de fotosynthese, wordt stofwisseling genoemd. Stofwisseling is een levenskenmerk.

Geef twee andere levenskenmerken die bij boomalgen kunnen voorkomen.

afbeeldingafbeelding

Ordening

1/5 Schimmels.
Zie figuur B 4581 van de bijlage.

Schimmels komen overal op de wereld voor. Wetenschappers denken dat er 1.500.000 verschillende soorten schimmels bestaan. Daarvan is maar een klein deel door hen beschreven (zie de afbeelding).

Hoeveel procent van de verschillende soorten schimmels is beschreven?

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/5 Schimmels.
Zie figuur B 4582 van de bijlage.

Een bepaalde soort schimmel kan zich voortplanten met sporen die allemaal hetzelfde zijn. Als zo'n spore op een goede groeiplaats terechtkomt, groeit daaruit een zwamvlok. Dit is een netwerk van draadvormige cellen.
Op verschillende plaatsen vormen zich bolletjes op de zwamvlok. Uit zo'n bolletje groeit een paddenstoel, die weer miljoenen sporen kan vormen.

Welke vorm van voortplanting wordt hierboven beschreven?

afbeeldingafbeelding

Ordening

3/5 Schimmels.
Zie figuur B 4583 van de bijlage.

Sommige paddenstoelen worden als voedingsmiddel gebruikt, bijvoorbeeld champignons. In de 17e eeuw ontdekte men dat champignons groeien op een mengsel van mest en stro. Er groeiden er meer als de mest werd begoten met water waarmee men champignons had gewassen.

Leg uit waardoor er meer champignons groeien als de mest wordt begoten met water waarmee champignons zijn gewassen.

afbeeldingafbeelding

Ordening

4/5 Schimmels.

Sommige mensen eten geen vlees. Ze zoeken daarom naar producten die vlees kunnen vervangen bij een maaltijd. Hieronder is een deel van de voedingsmiddelentabel weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Zijn champignons goede vleesvervangers? Leg je antwoord uit met behulp van de informatie.

Ordening

5/5 Schimmels.
Zie figuur B 4584 van de bijlage.

De vorm van de spore is niet bij elke soort schimmel hetzelfde. Hieronder zijn vier verschillende sporen weergegeven. Ook is hieronder een determineerlijst voor sporen afgebeeld.

afbeeldingafbeelding

Spore 2 is van de champignon.

Wat is de Latijnse naam van de champignon? Gebruik de bovenstaande informatie.

afbeeldingafbeelding

Ordening

1/4 Het nijlpaard.
Zie figuur B 4591 van de bijlage.

Nijlpaarden zijn dieren die in Afrika in het wild leven.
Ze hebben een groot rond lichaam en korte poten.
De mannetjes kunnen ongeveer 3000 kg zwaar worden.
Nijlpaarden zijn overdag meestal in het water te vinden.
Als het in de avond wat koeler wordt, komen de nijlpaarden aan land.
Ze gaan dan op zoek naar planten zoals gras.
Hiernaast is een nijlpaard weergegeven.

Is het nijlpaard een consument, een producent of een reducent? Gebruik hierbij de bovenstaande informatie.

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/4 Het nijlpaard.
Zie figuur B 4589 van de bijlage.

Een nijlpaard eet grasplanten.

Kunnen de afgebeelde cellen afkomstig zijn van een grasplant?
En kunnen deze cellen afkomstig zijn van een nijlpaard?

afbeeldingafbeelding

Ordening

3/4 Het nijlpaard.

Overdag zie je vaak alleen maar de ogen en de neusgaten van een nijlpaard boven het water uitsteken.
Af en toe sluit het dier de neusgaten en verdwijnt helemaal onder water.

Geef de naam van de ademhalingsorganen van een nijlpaard.

Dit zijn de [invulveld]

Ordening

4/4 Het nijlpaard.

Ademhalen is een levenskenmerk.

Noem nog twee levenskenmerken die bij een nijlpaard kunnen voorkomen.

Ordening

Een waterdier.
Zie figuur B 4593 van de bijlage.

In bijvoorbeeld een sloot leven verschillende soorten waterdieren.
De onderstaande tabel kun je gebruiken om de naam van enkele soorten waterdieren te bepalen.
afbeeldingafbeelding
Van welk waterdier is de afbeelding afkomstig? Gebruik de bovenstaande tabel.

afbeeldingafbeelding

Ordening

1/2 Vogels.

In Nederland komen veel verschillende soorten vogels voor.
Het verschil tussen vogels is soms moeilijk te zien. Om toch te weten welke vogel je ziet, is het handig om een determineertabel te gebruiken.
afbeeldingafbeelding

Zie figuur B 4608 van de bijlage.

Tot welke soort behoort de vogel die op de afbeelding is te zien?

afbeeldingafbeelding