Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - reflexen 1 | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

Reflexboog.
Zie figuur A 223 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een reflexboog weer.

Welke bewering is of welke beweringen over de reflexboog in de afbeelding zijn juist?

1. Met P wordt een gevoelszenuwcel aangegeven.
2. Het cellichaam van zenuwcel Q ligt buiten het ruggenmerg.
3. De impulsrichting is juist aangegeven met pijl R.

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Reflexbaan & de richting van de impulsen.

Zie figuur B 985 van de bijlage.

Het schema geeft een reflexbaan via het ruggenmerg weer. De pijlen geven de richting van de impulsen aan.

Welk deel van de reflexbaan wordt aangegeven door 1 en welk deel door 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De reflexbaan van de kniepeesreflex.
Zie figuur B 1013 van de bijlage.

Getekend staat een schematische weergave van de reflexbaan van de kniepeesreflex.

Wat stellen de cijfers 1, 2, 3 en 4 voor?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsgeleiding bij een reflex.
Zie figuur B 1025 van de bijlage.

Iemand wordt in zijn vinger gestoken.

Langs welke delen en in welke volgorde vindt impulsgeleiding plaats bij de reflex, die dan optreedt?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De kniepeesreflex.

Waar gaan impulsen die de kniepeesreflex veroorzaken, over van gevoelszenuwcellen op bewegingszenuwcellen?

Zenuwstelsel

Een voetzoolreflex.

Het zenuwstelsel bestaat onder andere uit:

1. bewegingszenuwen,
2. gevoelszenuwen,
3. grote hersenen,
4. kleine hersenen,
5. ruggenmerg.

Welke van deze delen van het zenuwstelsel zijn noodzakelijk voor een voetzoolreflex?

Zenuwstelsel

Een reflexbaan.
Zie figuur B 1065 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een reflexbaan weer.
De pijlen geven de richting van de impulsgeleiding aan.

Wat stellen hier de cijfers 1, 2 en 3 voor?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsen bij een reflexbeweging.

Iemand brandt zijn hand en trekt hem in een reflex terug.

Welke weg door het zenuwstelsel leggen de impulsen voor de reflexbeweging daarbij af?

Zenuwstelsel

Gewilde (willekeurige) beweging of een reflexbeweging.
Zie figuur B 1080 van de bijlage.

De tekening geeft een stukje huid, een spier en een deel van het zenuwstelsel weer.
De richting van impulsen is met pijlen van p, via q naar r aangegeven.
Als gevolg van deze impulsen trekt de spier zich samen.

Is dit een gewilde (willekeurige) beweging of een reflexbeweging?
Is S een deel van het centrale zenuwstelsel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Beenreflex.

Iemand trapt in een punaise. In een reflex trekt hij zijn been op.

Via welk deel van het centrale zenuwstelsel verlopen impulsen van deze reflex?

Zenuwstelsel

De gevoelszenuwcel in een reflexbaan.
Zie figuur B 1878 van de bijlage.

In de tekening is een reflexbaan bij de mens weergegeven.

Welk cijfer geeft een uitloper van een gevoelszenuwcel aan?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Doorsnijding van een gevoelszenuwcel.

Door een ongeval is in een poot van een hond de uitloper van een gevoelszenuwcel in een reflexbaan doorgesneden.

Als gevolg hiervan kunnen via deze zenuwcel geen impulsen

Zenuwstelsel

Impulsen in een reflexboog.
Zie figuur B 713 van de bijlage.

In de tekening is een reflexboog bij de mens weergegeven.

In welke richting verlopen impulsen in zenuwceluitloper Z?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De impulsen van een kniepeesreflex.

Het zenuwstelsel van de mens bestaat onder andere uit:

1. grote hersenen,
2. kleine hersenen,
3. ruggenmerg,
4. gevoelszenuwcellen,
5. bewegingszenuwcellen.

Door welke van deze delen gaan de impulsen van een kniepeesreflex?

Zenuwstelsel

Weergave van een reflexbaan.
Zie figuur C 54 van de bijlage.

In welke van de onderstaande tekeningen is een reflexbaan van de mens juist weergegeven?
(Denk eraan dat impulsen aan de rugzijde van het ruggenmerg binnenkomen.)

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Celtypen bij een bepaalde reflex.
Zie figuur B 2013 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch het verloop weer van de impulsen bij een bepaalde reflex van een zoogdier.

Welk type cel wordt met Q aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De kniepeesreflex.

Bij een kniepeesreflex zijn o.a. de volgende onderdelen betrokken:

1. bewegingszenuw;
2. spier;
3. zintuig;
4. gevoelszenuw;
5. ruggenmerg.

De juiste volgorde waarin de reflex verloopt is

Zenuwstelsel

Reflexen.

Delen van het zenuwstelsel van de mens zijn:

1. bewegingszenuwcellen,
2. gevoelszenuwcellen,
3. ruggenmerg.

Welke van deze delen kunnen betrokken zijn bij reflexen?

Zenuwstelsel

Kniepeesreflex.

Bij een sportkeuring controleert een arts onder andere een aantal reflexen. Een van die reflexen is de kniepeesreflex. De arts gaat dan na of bepaalde onderdelen van het zenuwstelsel goed functioneren. Enkele delen van het zenuwstelsel zijn:

bewegingszenuwcel, gevoelszenuwcel, grote hersenen, kleine hersenen en ruggenmerg.

Welke van de genoemde delen van het zenuwstelsel is of zijn bij een kniepeesreflex betrokken?

Zenuwstelsel

Reflexen.

In je benen kunnen reflexen optreden.

Welke van de volgende bewegingen van een been worden veroorzaakt door een reflex?

1. Een been optillen doordat net een spijker door je schoenzool heen in je voet komt.
2. Een been optillen om de veters van je schoen vaster aan te trekken.
3. Terwijl je rechtop staat onbewust een been verplaatsen als je je evenwicht dreigt te verliezen.