Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 23

Ontdek de oorzaken van vissterfte door zuurstofgebrek en de invloed van milieuproblemen op aquatische ecosystemen in deze digitale toets voor studenten biologie. Deze toets biedt inzicht in de effecten van vorst en fosfaat op visstand en zeebodembewoners. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Oorzaken van vissterfte door zuurstofgebrek

1/4 Vissterfte.

Bij winterse kou kan soms extreme vissterfte optreden. Zo ging in een aantal vijvers in Castricum in de vorstperiode december 1995 - januari 1996 een groot deel van de visstand verloren door zuurstofgebrek. Dit zuurstofgebrek treedt op als een ijslaag zuurstofopname vanuit de lucht in het water onmogelijk maakt. Bij metingen op 31 december 1995 bleek het zuurstofgehalte in de helft van de vijvers onder een kritische grens van 3.5 mg per liter te liggen. Als oorzaken van dit zeer lage gehalte werden genoemd: ondiepte van de vijvers en uitwerpselen van een groot aantal ganzen. De vijvers waren niet tot op de bodem bevroren.

Leg voor de genoemde oorzaken uit waardoor deze het dalen van het zuurstofgehalte in het water bevorderen.

Zuurstofverhoging in water door wakken

2/4 Vissterfte.

Het maken van wakken is een nuttige maatregel als je het zuurstofgehalte in het water wilt verhogen.

Hoe heet het proces waardoor dan het zuurstofgehalte hoger wordt?
dit proces heet [invulveld]

Vissterfte en zuurstofgehalte

3/4 Vissterfte.
Zie figuur B 3636 van de bijlage.

Bij bepaling van de sterftepercentages per soort bleken die niet voor alle vissoorten hetzelfde te zijn.
In de afbeelding zie je de tolerantiekrommen van vier vissoorten voor de factor zuurstofgehalte.

Welke van de vier soorten heeft in de boven beschreven situatie het hoogste sterftepercentage?

afbeeldingafbeelding

Invloed van vorst op visstand

4/4 Vissterfte.

Strenge vorst in maart is voor de visstand veel minder rampzalig dan strenge vorst in december.

Wat is daarvan de oorzaak?

Milieuproblemen en hun gevolgen

Juist of onjuist.
Zie figuur B 3710 van de bijlage.

1. Een van de oorzaken van de milieuproblemen is, dat de voorraden van sommige grondstoffen uitgeput dreigen te raken.

2. Een van de gevolgen van de milieuproblemen is, dat het aantal soorten planten en dieren sterk is verminderd.

3. Zie figuur B 3710 van de bijlage.
In de afbeelding is één van de veroorzakers van de huidige milieuproblemen weergegeven.

4. Het toepassen van zwerfbouw kan erosie veroorzaken.

5. Door in de landbouw chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken, wordt een grotere productie van voedsel verkregen.

6. Veel veeteelt vindt in Nederland plaats in intensieve veehouderijen, omdat er dan veel dieren op weinig grond kunnen worden gehouden.

7. Veel akkerbouw vindt in Nederland plaats in monoculturen, omdat er dan weinig chemische bestrijdingsmiddelen hoeven te worden gebruikt.

8. Een van de gevolgen van zure regen is, dat de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt.

9. Een van de gevolgen van zure regen is, dat planten minder weerstand hebben tegen ziekteverwekkers.

10. Zuurstof is een belangrijk broeikasgas.

11. Door versterking van het broeikaseffect lopen laaggelegen gebieden het gevaar onder water te verdwijnen. zie verder onder

12. Het platbranden van tropisch regenwoud kan het broeikaseffect versterken.

13. Om het milieu te beschermen wil de overheid het openbaar vervoer terugdringen.

14. Het bevorderen van de verwerking van mest tot biogas heeft vooral tot doel de afgifte van afvalgassen te beperken.

afbeeldingafbeelding

Invloed van fosfaat op zeebodembewoners

1/3 Teveel fosfaat in het zeewater.

Het overheidsbeleid is erop gericht de lozing van fosfaatzouten, afkomstig uit mest en wasmiddelen, op rivieren en daardoor op de Noordzee te beperken. Volgens onderzoekers moet de hoeveelheid fosfaat in de kustwateren worden verminderd, omdat anders uiteindelijk massale vissterfte zal optreden. In het voorjaar neemt in de Noordzee regelmatig de hoeveelheid algen sterk toe: waterbloei. Vervolgens sterft een groot deel van de algen. Het stromingspatroon in de Noordzee zorgt ervoor dat veel van dit dode materiaal in de Duitse kustwateren terechtkomt. Daar zinkt het naar de bodem. Er ontstaat zuurstofgebrek vlak boven en in de bodem waardoor veel zeebodembewoners sterven.

Welke van de volgende beweringen over het sterven van de zeebodembewoners is of zijn juist?

1. De zeebodembewoners sterven aan zuurstofgebrek doordat de reducenten veel zuurstof verbruiken bij het afbreken van het bezonken materiaal in de kustwateren.
2. Biotische factoren hebben invloed op het sterven van de zeebodembewoners, abiotische hebben hier geen invloed op.

Eutrofiëring van oppervlaktewater

2/3 Teveel fosfaat in het zeewater.

Geef de biologische naam van het proces van verrijking van het oppervlaktewater met voedingszouten zoals hier verrijking met fosfaat.

Invloed van fosfaat op visvangst en algen

3/3 Teveel fosfaat in het zeewater.

Volgens een onderzoeker van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek kan ernstig terugdringen van de hoeveelheid fosfaat in de Noordzee de visvangst echter ook verminderen.

Beschrijf hoe de invloed van fosfaatvermindering op de hoeveelheid algen de oorzaak van de geringere visvangst kan zijn.

Voedingsstoffen voor de stofzaadplant

1/4 Stofzaad.
Zie figuur B 2882 van de bijlage.

Stofzaad is een zeldzame plantensoort met een geelwitte stengel en geelwitte, schubvormige blaadjes (zie de afbeelding). In en om de wortels van de stofzaadplant groeit een bepaalde schimmel. Deze schimmel neemt stoffen op uit de bodem en geeft die door aan de wortels van de stofzaadplant.
Dezelfde schimmel groeit ook door tot in de wortels van een boom in de buurt. Uit de wortels van die boom neemt de schimmel een stof op die de stofzaadplant niet zelf kan maken. Deze stof geeft de schimmel ook door aan de stofzaadplant.

Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide, mineralen en water.

Welke van deze stoffen worden door de schimmel opgenomen uit de bodem en doorgegeven aan de stofzaadplant?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling van stofzaadplanten

2/4 Stofzaad.

Geef de naam van de stof die de schimmel uit de boomwortels opneemt en doorgeeft.
Leg uit waardoor een stofzaadplant deze stof niet zelf kan maken.

Identificeer de stempel van de bloem

3/4 Stofzaad.
Zie figuur B 2883 van de bijlage.

De lichtgele bloemen van stofzaad bevatten nectar waar insecten op af komen. Een insect, op zoek naar de nectar onder in de bloem, raakt met zijn lichaam de kleverige stempel.
In de afbeelding is een deel van een bloem van een stofzaadplant weergegeven. Een aantal delen is aangegeven met een cijfer.

Welk cijfer geeft de stempel aan?

afbeeldingafbeelding

Belang van insecten voor plantbestuiving

4/4 Stofzaad.

Leg uit dat het voor de plant belangrijk is, dat insecten op de nectar afkomen en de bloem bezoeken.

Termieten en schimmels in het ecosysteem

1/7 Een miniregenwoud in een termietennest.
Zie figuur B 4676 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Veel schimmelsoorten hebben een omgeving nodig met omstandigheden zoals die ook te vinden zijn in het tropisch regenwoud. De droge savanne met zijn grote verschillen tussen dag- en nachttemperatuur voldoet niet aan die voorwaarden.
Termieten (zie de afbeelding) zorgen voor een gunstige leefomgeving voor bepaalde schimmelsoorten.
In een termietennest heersen voor temperatuur en vochtigheid soortgelijke omstandigheden als in het tropisch regenwoud. Men vermoedt dan ook dat termieten door het in huis halen van de schimmels de migratie van zowel de termieten als de schimmels naar de savanne mogelijk maakte. Op de savanne zijn termieten die aan schimmellandbouw doen ecologisch en evolutionair gezien het succesvolst. Moleculair onderzoek heeft aangetoond dat de termietensoorten die schimmels verbouwen allemaal afstammen van termieten uit de Afrikaanse regenwouden.
De schimmels dienen als voedsel voor de termieten. De schimmels groeien in tuintjes van door de termieten fijn gekauwd hout in de termietenheuvels. De schimmel verteert de houtvezels. De samenlevingsvorm is van groot belang voor de afbraak van organisch materiaal op de savanne. Op de savanne komt twintig procent van de afbraak van organisch materiaal voor rekening van deze termieten en schimmels. In het regenwoud is dat maar één tot twee procent van de totale afbraak van het organisch materiaal.
Uit eerder onderzoek was gebleken dat de schimmeltuintjes in de termietenkolonies van de Afrikaanse savannes een constante temperatuur hebben van ongeveer 30°C, en een constante relatieve luchtvochtigheid van bijna honderd procent. Buiten het nest kunnen temperatuur en luchtvochtigheid sterk variëren.

Zie volgende scherm

Climax van het tropisch regenwoud

2/7 Een miniregenwoud in een termietennest.
Zie figuur B 4676 van de bijlage.

Het Afrikaanse regenwoud is een bijzonder ecosysteem en het resultaat van langdurige successie.

Hoe wordt zo'n eindstadium in de successie, waartoe het tropisch regenwoud gerekend wordt, genoemd?

afbeeldingafbeelding

Moleculair Onderzoek naar Termieten

3/7 Een miniregenwoud in een termietennest.

In de tekst wordt vermeld dat op basis van moleculair onderzoek verwantschap is aangetoond tussen de verschillende termieten.

Welke moleculen worden hier bedoeld?

Relatie tussen termieten en schimmels

4/7 Een miniregenwoud in een termietennest.

In de tekst wordt ook gesproken over een samenlevingsvorm tussen de termiet en de schimmel.

Welke van de onderstaande begrippen geeft deze relatie het beste weer?

Rol van organismen in een ecosysteem

5/7 Een miniregenwoud in een termietennest.

Op de savanne vervullen de schimmels een bepaalde rol.

Met welke biologische term worden organismen in een ecosysteem die een dergelijke rol vervullen aangeduid? Met [invulveld]

Omzetting van organisch materiaal in ecosystemen

6/7 Een miniregenwoud in een termietennest.

De humuslaag in het tropisch regenwoud is relatief dun ten opzichte van die in de savanne. Dit is mede het gevolg van de hoge temperatuur en de hoge luchtvochtigheid in het tropisch regenwoud. In de termietennesten in beide ecosystemen heersen omstandigheden die gelijk zijn aan de omstandigheden van het tropisch regenwoud. Toch hebben in het regenwoud deze termieten en schimmels een veel kleiner aandeel in de omzetting van het organisch materiaal dan op de savanne.

Geef een verklaring voor het feit dat deze termieten en hun schimmels in het tropisch regenwoud een kleiner aandeel hebben in de omzetting van organisch materiaal dan die in de savanne.

Grafiek van enzymactiviteit bij temperatuur

7/7 Een miniregenwoud in een termietennest.
Zie figuur A 1035 van de bijlage.

Voor de afbraak van de houtvezels produceert de schimmel een enzym. Dit enzym kan worden geïsoleerd. Een bioloog wil onderzoeken bij welke temperatuur dit enzym het meeste hout per tijdseenheid afbreekt. Gezien de omstandigheden waarin de schimmel in de termietennesten verblijft, denkt hij de snelste omzetting te vinden bij een temperatuur van ongeveer 30°C. Hij voert de bepaling uit bij een steeds andere temperatuur tussen de 0°C en 80°C.
Het resultaat geeft hij weer in een grafiek, zoals afgebeeld in de afbeelding.

Wat is op de X-as en Y-as uitgezet?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Relatie tussen banaan en Fusarium oxysporum

1/5 Wereldwijde bedreiging van de bananenteelt.
Zie figuur A 828 van de bijlage.

Landen in Midden-Amerika kunnen niet zonder bananenexport en voor Afrika is de banaan een belangrijk voedingsgewas. Schimmels kunnen de bananenteelt zodanig aantasten, dat het een bedreiging vormt voor de bevolking. Het is dus voor de telers van belang te weten of hun bodem vrij is van ziektekiemen.
De supermarktbanaan is behalve het populairste ook het meest bedreigde stuk fruit ter wereld. Bananenplantages worden belaagd door een variant van de schimmel Fusarium oxysporum. Een andere variant van Fusarium oxysporum heeft de bananenteelt in de vorige eeuw ook al eens aan de rand van de afgrond gebracht. Deze schimmelziekte is niet met chemische middelen te bestrijden.
De schimmelziekte kan leiden tot een economische ramp, want de consumptiebanaan, Musa acuminata, is voor enkele tropenlanden het voornaamste exportproduct. Bovendien is banaan een onmisbaar basisvoedsel voor de bevolking in veel ontwikkelingslanden.
De schimmelinfectie wordt ook wel Panamaziekte genoemd. De schimmel groeit in de houtvaten van de bananenplant. Hij begint bij de wortels, eindigt bij de bladeren en doodt uiteindelijk de hele plant. De sporen kunnen dertig jaar in de bodem overleven.

Leg uit waarom de relatie tussen de banaan en Fusarium oxysporum parasitisme genoemd wordt.

afbeeldingafbeelding