Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VWO 3/VWO 4/VWO 5 - variant 1

Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 3, VWO 4, VWO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag bij dieren

1/3 Foeragerende bijen.
Zie figuur B 5382 en figuur B 5383 van de bijlage.

Een foeragerende bij voert meestal een kwispeldans uit als ze een voedselbron op 100 m of verder van de korf gevonden heeft (zie afbeelding 1). Terwijl ze danst volgen andere werksters haar bewegingen. De duur van de dans geeft de afstand tot de voedselbron aan.
De kwispeldans werd bestudeerd bij twee bijensoorten, Apis cerana cerana (Acc) en Apis mellifera ligustica (Aml), in een proef waarbij voedsel op verschillende afstanden van de bijenkorf geplaatst werd.
De resultaten zie je in afbeelding 2.

Hoe groot is de afstand tot de voedselbron wanneer een kwispeldans van Apis mellifera ligustica gemiddeld 800 msec duurt?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

2/3 Foeragerende bijen.
Zie figuur B 5383 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding hiernaast nog eens.
Hieronder staan twee beweringen:

1. Acc danst langer dan Aml op een voedselbron om een bepaalde afstand aan te geven.
2. Als de kwispeldans van Acc 1000 msec duurt, wijst dat op een voedselbron op ongeveer 250 m afstand.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

3/3 Foeragerende bijen.
Zie figuur B 5384 en figuur B 5385 van de bijlage.

Met haar dans geeft een werksterbij ook de richting van de voedselbron aan.
Afbeelding B 5384 laat acht voedselposities zien ten opzichte van de plaats van de bijenkorf en de zon. Rechts is aangegeven hoe de werksterbij danst als er voedsel is op positie 1.

Hiernaast zijn in afbeelding B 5385 schematisch vier kwispeldansen gegeven.

Welke dans hoort bij voedselpositie 4 (zie afbeelding B 5384)?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Matrifagie bij spinnen.

Bij bepaalde soorten spinnen komt matrifagie voor. Dat houdt in dat de jongen hun eigen moeder opeten. De jongen blijven daarna nog een korte tijd in het nest, dat ze na hun 3e vervelling verlaten. Soms kan een moeder vermijden dat ze door haar eigen jongen wordt opgegeten. Is dat het geval bij het 1e legsel, dan is er 30% kans dat de moeder een 2e legsel krijgt. Een 3e legsel komt niet voor.
De tabel hieronder toont enkele gegevens over de jongen.

afbeeldingafbeelding

Hoeveel volwassen nakomelingen kan een vrouwtje op basis van deze gegevens maximaal krijgen in haar leven? [invulveld]

Gedrag bij dieren

Voedselvoorkeur bij guppies.
Zie figuur B 5386 van de bijlage.

In een experiment werd gekeken naar voedselvoorkeur bij guppies.
In vier behandelingen werden verschillende mengsels van wormen en vliegen aan de guppies aangeboden: van een minimum van 20% wormen (en 80% vliegen) tot een maximum van 80% wormen (en 20% vliegen).
De maaginhoud van de guppies werd onderzocht om te bepalen wat ze hadden opgenomen.
De resultaten staan in de grafiek hiernaast, waarin de bolletjes het gemiddelde aangeven en de balkjes de spreiding.

Welke conclusie kan er uit de resultaten worden getrokken?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

De koekoek en haar gastvrouwen.

De koekoek (Cuculus canorus) en haar gastvrouwen zijn het best bestudeerde voorbeeld van een systeem van co-evolutie in een langdurig nooit eindigend proces.
Een populatie koekoeken parasiteert door eieren in het nest van de heggenmus te leggen.
De koekoek en de heggenmus hebben bepaalde gedragingen ontwikkeld als resultaat van hun co-evolutie.

Welk van de volgende beweringen is of welke zijn juist?

1. De heggenmus voedt alleen haar eigen jongen en niet die van de koekoek.
2. De jongen van de koekoek groeien samen op, totdat zij als vliegvlugge jongen het nest verlaten.
3. De koekoek gooit een van de eieren van de heggenmus uit het nest als ze haar eigen ei erin legt.
4. Het koekoeksei heeft meestal een andere kleur dan het ei van de heggenmus.
5. De koekoek legt haar eieren in het nest van kleine vogelsoorten, zonder op de soort te letten.
6. De koekoek probeert om ongezien in het nest van de heggenmus te komen.

Gedrag bij dieren

Foerageergedrag van wespen.
Zie figuur B 5393 van de bijlage.

Je wilt de volgende hypothese onderzoeken:
"Het foerageergedrag van wespen, die nectar zoeken, wordt beïnvloed door de aanwezigheid van soortgenoten."
Je gebruikt voor je onderzoek vier bakjes met nectar.
Ieder bakje staat op een schoteltje.
De vier schoteltjes zijn genummerd van 1 t/m 4.
Op de 4 schoteltjes zijn respectievelijk 0, 1, 2 en 8 namaakwespen geplaatst (zie de afbeelding hiernaast).
Over het onderzoek worden vijf beweringen A t/m E gedaan.

Welke van deze beweringen is niet juist?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

1/7 Koekoeken afweren.

Ten behoeve van haar onderzoek plaatste Claire Spottiswoode (zie afbeelding hieronder) eigenhandig vreemde eitjes in nesten van drie Afrikaanse graszangertjes, vogelsoorten die leven in de graslanden in het zuiden van Zambia.
afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding
De koekoeksvink of koekoekswever Anomalospiza imberbis legt in het nest van deze vogels een clandestien ei, waarna het 'pleegkuiken' al snel het eigen kroost over de rand werkt en de ouderlijke zorg helemaal voor zichzelf opeist.
Daarna bekeek ze in hoeverre de vogels daar iets tegen ondernamen en zo ja, welke strategieën ze daarbij toepasten.
Variabele bij Spottiswoode's onderzoek was de kleurvariatie van de eierschil, die meer of minder paste bij het echte legsel.
Koekoekswevers passen de tekening van hun ei namelijk aan aan het legsel waarop ze willen parasiteren. Gegeven is daarbij dat het vrouwtje van de koekoeksvink haar hele leven eieren met één signatuur legt.
Als afweer zijn grofweg twee strategieën voorstelbaar. Als het legsel zelf een wilde variatie van kleuren en patronen heeft (strategie 1), wordt het lastiger om als bedrieger het juiste valse ei te plaatsen. Zoiets, zegt Spottiswoode, is te vergelijken met ingewikkelde patronen op een bankbiljet, die vervalsing moeten voorkomen.
Anderzijds kunnen de geparasiteerde gastvogeltjes ook een scherper oog ontwikkelen voor eieren die afwijken van hun eigen legsels (strategie 2).
Met haar onderzoek wilde Spottiswoode achterhalen welke strategie het beste is.

Zie volgende scherm

Gedrag bij dieren

3/7 Koekoeken afweren.

Welke soort is het minst kieskeurig bij aanwezigheid van een nagemaakt koekoeksei?

Gedrag bij dieren

4/7 Koekoeken afweren.

- Leg uit hoe de verschillende strategieën bij de drie soorten graszangers zijn ontstaan.
- Hoe is het mogelijk, zoals uit Spottiswoode's onderzoek blijkt, dat beide strategieën succesvol kunnen zijn?

Gedrag bij dieren

5/7 Koekoeken afweren.
Zie figuur A 1191 van de bijlage.

Bruinkopkoevogels, een veel voorkomende soort in Amerika, zijn ook zulke koekoekachtige parasieten, die hun eieren in nesten van bijvoorbeeld citroenzangers leggen. Citroenzangers hebben twee strategieën om met de vreemde eieren om te gaan: ze kunnen de eieren uit het nest gooien of de afwijkende eieren accepteren en uit broeden. Het is bekend dat koevogels wraak nemen door de nesten van citroenzangers te vernielen als deze zangers de eieren eruit gooien. Maar het opvoeden van een vreemd jong kost de gastheren onnodig veel energie. Dus wat is evolutionair gezien het verstandigst om te doen voor de zangers? Om dit te bekijken hebben onderzoekers een experiment gedaan met nesten van de gastheren.
De nesten van citroenzangers werden in vijf verschillende groepen ingedeeld. In drie van de vijf groepen was een ei gelegd door de parasiterende koevogel. Bij twee van deze drie groepen verwijderden de onderzoekers het ei en in de andere groep lieten ze het ei liggen. Vervolgens vernauwden ze in één groep, waarbij het ei van de koevogel was verwijderd, tijdelijk de opening van de nestkast waardoor alleen de citroenvogels bij hun eigen nest konden komen. Omdat koevogels groter zijn, waren de nesten voor hen onbereikbaar geworden. Dit deden de onderzoekers om er zeker van te zijn dat de nesten van de gastheren uit wraak kapot gemaakt werden door koevogels en niet door de citroenzangers zelf.
In de overige twee groepen waren geen eieren gelegd door de parasieten. Bij één groep was dit onmogelijk omdat deze nesten eerder al waren afgesloten en in de andere groep hadden de koevogels geen eieren gelegd ook al konden ze er wel bij.
Hierna keken de onderzoekers hoeveel nesten in elke groep vernield werden en hoeveel jongen de gastheren voortbrachten. Als de nesten ontoegankelijk waren voor koevogels bleven ze allemaal intact.

Welke conclusie kun je trekken over de vernielingen?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

6/7 Koekoeken afweren.

Meer dan de helft van de nesten die wel toegankelijk waren voor koevogels en waarbij de eieren van de parasiterende vogels waren verwijderd, werden vernield. Slechts een klein deel van de nesten met een vreemd ei erin werd vernield.

Welke conclusie kun je hieruit trekken?

Gedrag bij dieren

7/7 Koekoeken afweren.

Het aantal jongen dat de gastheren in de verschillende groepen voortbrachten, verschilde ook. De nesten die niet toegankelijk waren voor de vandalen, produceerden de meeste jongen. Vogels waarbij het afwijkende ei verwijderd was, hadden minder jongen dan diegene die de eieren uitbroedden omdat hun nesten en eieren vernield werden.

Welke conclusie kun je trekken over het evolutionaire voordeel kun je trekken voor het 'maffia'gedrag van de koevogel en welke conclusie voor het 'ei-accepteer'gedrag van de citroenzanger?

Gedrag bij dieren

Seks bij volle maan.

In april komen bij volle maan alle wormen en schelpdieren in de Waddenzee tegelijkertijd uit de wadbodem tevoorschijn om te paren. Daarna zit de Waddenzee in een keer vol met eitjes.

Leg uit dat dit een succesvolle strategie is.