Genetica
1/4 Het syndroom van Down.
Bij de mens komt het syndroom van Down voor. Het syndroom wordt gekenmerkt door een geestelijke achterstand en een aantal lichamelijke kenmerken. De lichaamscellen van iemand met het syndroom van Down bevatten drie in plaats van twee chromosomen van het chromosoomtype 21. Daarom wordt ook wel gesproken over trisomie 21, waarvoor de volgende notatie gebruikt: 47, XX, +21 of 47, XY, +21.
47 = aantal chromosomen,
XX = vrouw,
XY = man,
+21 = van chromosoomtype 21 is een extra exemplaar aanwezig.
De meest voorkomende oorzaak van trisomie 21 is non-disjunctie: het niet uit elkaar gaan van chromosomen of chromatiden tijdens deling. Non-disjunctie kan zowel tijdens de meiose als tijdens de mitose optreden. Als non-disjunctie tijdens de mitose optreedt, komen de beide chromatiden van het betrokken chromosoom in een cel. Deze cel is levensvatbaar en kan zich mitotisch of eventueel meiotisch delen.
Een jongen vertoont alle symptomen van het syndroom van Down, terwijl zijn ouders geen enkel symptoom hebben.
Zie volgende scherm







