Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - blad | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Doorsnede blad.
Zie figuur B 679 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een deel van een blad voor.

In welke van de aangegeven cellen kan zowel O2 als CO2 worden verbruikt?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Koolstofdioxideproductie.
Zie figuur B 680 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een deel van een blad voor. De bladgroenkorrels zijn niet getekend.
Het blad bevindt zich aan een plant die in het zonlicht staat.

In welke van de aangegeven cellen ontstaat CO2 ?
En in welke O2 ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede blad.
Zie figuur B 681 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een deel van een blad met bladgroen voor.

Welk gas of welke gassen verbruikt cel P in het licht?
Welk gas of welke gassen verbruikt cel Q in het licht?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Planten met bladgroen.
Zie figuur B 683 van de bijlage.

De tekeningen stellen delen voor van planten met bladgroen.
Plant 1 staat al een uur in het zonlicht.
Plant 2 staat al een uur in het donker.

Op welke van de aangegeven plaatsen is het zuurstofgehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kurklaagje.

Veel loofbomen verliezen in de herfst hun bladeren.
Op de plaats waar een blad aan een tak vastzit, wordt dan een kurklaagje gevormd.

Dit kurklaagje dient vooral om

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Bladeren van bomen.

Bladeren zijn belangrijk voor bomen. Toch laten veel bomen in de herfst hun bladeren vallen.
Voordat een blad valt, wordt op de grens van tak en bladsteel een laagje kurk gevormd. Zo ontstaat er geen open wond.

Waardoor zijn bladeren zo 'belangrijk' voor bomen?

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Bladeren van bomen.

Beschermt het laagje kurk de boom tegen infecties?
En tegen uitdrogen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Bladeren van bomen.

Na het vallen van de bladeren kun je op de takken bladlittekens vinden. Zijtakken ontstaan uit knoppen.

Waar bevinden zich de knoppen waaruit die nieuwe zijtakken ontstaan?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/4 Blad in de herfst.
Zie figuur B 1608 van de bijlage.

In de herfst kan men onder bomen zogenoemde bladskeletten aantreffen. Deze ontstaan als het bladmoes tussen de nerven van een afgevallen blad wegrot. In de afbeelding zijn een levend blad en een bladskelet weergegeven.

Hebben de nerven in het levende blad een steunfunctie?
En hebben ze een transportfunctie?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/4 Blad in de herfst.

In een wegrottend blad verdwijnt het bladmoes sneller dan het bladskelet. Drie beweringen over de oorzaak hiervan zijn:

1. Het bladmoes lost wel op in water en de nerven lossen niet op.
2. De nerven zijn moeilijker afbreekbaar voor de reducenten dan het bladmoes.
3. Het bladmoes bevat cellen en de nerven bevatten geen cellen.

Welke van deze beweringen is juist?

Plantenanatomie en -fysiologie

3/4 Blad in de herfst.

Komen in een levend blad koolhydraten voor?
En mineralen?
En eiwitten?

Plantenanatomie en -fysiologie

4/4 Blad in de herfst.
Zie figuur B 1608 van de bijlage.

Welke typen vaten bevinden zich in de nerven van een levend blad zoals weergegeven in de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/4 Bladeren.
Zie figuur C 133 van de bijlage.

Het blad van een boom heeft een bepaalde opbouw. Aan de boven- en onderzijde wordt het blad beschermd door cellen die als puzzelstukjes op elkaar aansluiten (zie de afbeelding, laag 1 en 4). In dit weefsel bevinden zich vooral aan de onderzijde huidmondjes (P). De huidmondjes staan in verbinding met luchtholten (in laag 3). Boven in het blad (laag 2) liggen de cellen met bladgroen dicht tegen elkaar. Daar vindt de meeste glucoseproductie plaats.

Waardoor zijn de omstandigheden voor glucoseproductie in de bovenste helft van het blad gunstiger dan in de onderste helft?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/4 Bladeren.

In het blad vindt overdag fotosynthese plaats.

Welke stof gaat daardoor via de huidmondjes het blad in?

Plantenanatomie en -fysiologie

3/4 Bladeren.

In het blad vindt overdag fotosynthese plaats.

Welke stof wordt overdag via de huidmondjes door het blad meer opgenomen dan afgestaan?

Plantenanatomie en -fysiologie

4/4 Bladeren.

Welke van de volgende beweringen over groene bladeren aan een loofboom is of welke zijn juist?

I. Zowel in het bladmoes als in de nerven bevinden zich grote luchtholten.
II. Veel bladeren hebben aan de onder- en aan de bovenkant op de opperhuid een waslaagje dat de bladeren tegen uitdroging beschermt.

Plantenanatomie en -fysiologie

1/4 Een blad.
Zie figuur B 875 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede weer van een blad van een plant met bladgroen.

Wordt in cel 1 in het licht glucose gevormd?
En wordt in deze cel in het licht glucose verbrand?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/4 Een blad.
Zie figuur B 875 van de bijlage.

Wordt in cel 2 in het licht zuurstof gevormd?
En in cel 4?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/4 Een blad.
Zie figuur B 875 van de bijlage.

De plaatsen 2, 3 en 4 worden onderzocht op de aanwezigheid van water.

Waar zal men water aantreffen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

4/4 Een blad.
Zie figuur B 875 van de bijlage.

Komt in alle in de tekening aanwezige cellen bladgroen voor?
En komt in alle celwanden cellulose voor?

afbeeldingafbeelding