Oefentoets Biologie: Chemie | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Chemie

Onverzadigde vetzuur.

Men noemt een vetzuur onverzadigd als

Chemie

Opbouw vet.

Een vet is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

Chemie

Een molecuul schematisch afgebeeld.
Zie figuur B 1147 van de bijlage.

Welk molecuul staat in de figuur afgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Chemie

Een onbekende structuurformule.
Zie figuur B 1152 van de bijlage.

Afgebeeld staat in de figuur

afbeeldingafbeelding

Chemie

Gewicht van een mens.

Het gewicht van een mens wordt voor 96% bepaald door de elementen H, O, N en C.

Hoe zwaar zou een mens wegen die uit 9,5 * 1024 atomen bestaat?

Chemie

1/2 Cobragif.
Zie figuur B 5045 van de bijlage.
Zie figuur B 5046 van de bijlage.

Het gif van de cobraslang (afbeelding 1) bevat een dodelijk neurotoxine (afbeelding 2).

Waardoor wordt de tertiaire structuur van het neurotoxine vastgelegd?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Chemie

2/2 Cobragif.

Iemand die die door een cobra gebeten is, krijgt een antiserum toegediend. Dat wordt verkregen door in het bloed van een paard een kleine hoeveelheid cobragif te spuiten. Na enkele dagen kan uit het paardenbloed dit antiserum gewonnen worden.

Welk type immunisatie wordt hiermee bij de patiënt toegepast?

Chemie

Sigarenas.

Men voegt aan sigarenas voorzichtig salpeterzuur (HNO 3) toe. Het ontwijkende gas maakt kalkwater troebel.

Welk element heeft men dan aangetoond in sigarenas?

Chemie

Elementen.

Welke 6 elementen komen samen veel voor in de levende natuur?

Chemie

Een watermonster.

Wat moet je bij elkaar doen om een verdunning van 1:100 van een door jou verzameld watermonster te maken?

Chemie

Chemische reacties.

Hieronder staat een aantal chemische reacties die plaatsvinden in levende organismen.

1. glucose ® zetmeel;
2. polypeptide ® dipeptide;
3. cellulose ® glucose.

Bij welke reactie(s) is sprake van hydrolyse?

Chemie

Dipeptide.

Wat is de minimale molecuulmassa van een dipeptide?

Gegeven is H = 1, C= 12, N = 14, O = 16, P = 31, S =32.

De minimale massa is [invulveld]

Chemie

Dipeptide.

Men splitst het dipeptide glycyl-alanine in zijn twee aminozuren, terwijl het glycyl-alanine samen met het splitsende enzym is opgelost in ''zwaar water". Zwaar water bezit het zwaardere isotoop deuterium (D) in plaats van waterstof (H), maar heeft dezelfde chemische eigenschappen. We noteren D2 O i.p.v. H2 O. D is radioactief en daardoor gemakkelijk te lokaliseren.

Na de splitsing blijkt dit deuterium terug te vinden te zijn in