Plantenfysiologie
Huidmondjes.
Huidmondjes van bladeren zullen opengaan, indien
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
Huidmondjes.
Huidmondjes van bladeren zullen opengaan, indien
Huidmondjes.
Huidmondjes zijn in het algemeen 's nachts gesloten.
Wat moet in verband hiermee in de eerste plaats als functie van de huidmondjes worden aangenomen?
Werking huidmondjes.
Wat gebeurt er met de osmotische waarde van de sluitcellen van huidmondjes als het licht wordt? Gaan de huidmondjes dan open of dicht?
afbeelding
Huidmondje.
Bij volumetoename van de sluitcellen van een huidmondje wordt de opening tussen de sluitcellen groter.
Welke eigenschap met betrekking tot de sluitcellen verklaart dit verschijnsel?
Verwelking kamerplant.
Wanneer een gedeeltelijk verwelkte kamerplant water krijgt, zal de plant zich herstellen. Dit herstel gaat sneller als de plant in een donkere kast wordt gezet.
Welke van de onderstaande verklaringen voor dit snellere herstel kan juist zijn?
Huidmondje.
Zie figuur B 206 van de bijlage.
De tekeningen stellen een huidmondje van een geranium voor in verschillende situaties. In beide gevallen beschikt de plant over voldoende water en wordt door de sluitcellen evenveel water opgenomen als afgegeven.
In welke tekening hebben de sluitcellen de grootste turgor?
In welke tekening hebben de sluitcellen de hoogste concentratie opgeloste deeltjes?
afbeelding
afbeelding
Huidmondjes.
Wanneer een plant belicht wordt, zullen gewoonlijk de huidmondjes open gaan.
Neemt als gevolg van de belichting de osmotische waarde van het vacuolevocht in de sluitcellen toe of af?
Worden de vacuolen, als gevolg van die verandering van de osmotische waarde, groter of kleiner?
afbeelding
Huidmondjes.
De sluitcellen van de huidmondjes van een plant kunnen van vorm veranderen. In een plant met bladgroen vinden onder andere de volgende processen plaats:
1. fotosynthese;
2. ionentransport;
3. watertransport.
Welk van deze processen kan of welke kunnen beïnvloed worden door vormveranderingen van de sluitcellen?
Huidmondjes.
Zie figuur B 121 van de bijlage.
De tekeningen geven huidmondjes weer van een bepaalde plant onder verschillende milieu-omstandigheden. De volgende mogelijkheden kunnen zich voordoen:
1. de plant bevindt zich al enige tijd in zeer droge, warme lucht;
2. de plant bevindt zich al enige tijd in het licht;
3. de plant staat al enige tijd in een pot met uitgedroogde aarde.
Voor welke van deze milieu-omstandigheden zal zeer waarschijnlijk tekening P wèl, maar tekening Q niet van toepassing zijn?
afbeelding
Huidmondjes.
Bij onderzoek aan weegbreeplanten is gebleken dat op warme dagen de huidmondjes midden op de dag dicht gaan. Als de huidmondjes dicht zijn, stijgt de temperatuur in de bladeren.
Wat is de directe oorzaak van deze temperatuurstijging?
Huidmondjes.
Welke van de hieronder genoemde veranderingen kan de oorzaak zijn, dat de huidmondjes van een blad zich openen?
Huidmondjes.
Het openen en sluiten van de huidmondjes in een blad van een eikenboom is afhankelijk van een aantal milieufactoren.
Vier situaties zijn:
1. een droge zomeravond in Nederland om 23.30 uur,
2. een vochtige zomeravond in Nederland om 23.30 uur,
3. een droge zomerochtend in Nederland om 10.00 uur,
4. een vochtige zomerochtend in Nederland om 10.00 uur.
In alle vier situaties kan de eik voldoende water uit de bodem opnemen.
In welke van deze situaties zijn de huidmondjes gesloten?
Concentratie ionen in slootwater en in waterplant.
De concentratie van drie verschillende ionen in slootwater en in een daarin levende waterplant worden bepaald.
De resultaten zijn in onderstaande tabel weergegeven.
afbeelding
De volgende conclusies worden uit deze gegevens getrokken:
1. deze ionen worden selectief door de plant opgenomen,
2. de opname van deze ionen kost energie,
3. bij de opname van deze ionen speelt diffusie een rol,
4. er vindt osmose plaats tussen slootwater en de waterplant.
Welke van deze conclusies is(zijn) terecht uit deze gegevens getrokken?
Kiemplantje.
Droog zaad wordt in de bodem uitgezaaid en ontkiemt.
Hoe verandert het totale gewicht van kiemplantje en reservevoedsel zolang het kiemplantje nog niet boven de grond is?
En hoe verandert het drooggewicht van kiemplantje en reservevoedsel zolang het kiemplantje nog niet boven de grond is?
afbeelding
Kieming van gerstekorrels.
Zie figuur B 1727 van de bijlage.
Gerstekorrels worden in het licht te kiemen gelegd. Dit proces gaat gepaard met wateropname en verandering van het drooggewicht van korrels en kiemplanten. In het afgebeelde diagram staat aangegeven de verandering van het drooggewicht van
1. het endosperm (reservevoedsel);
2. het embryo;
3. het totaal (1 + 2).
Welke van de onderstaande conclusies is juist op grond van deze resultaten?
-
afbeelding
Tomatenplanten.
In een experiment worden het versgewicht en het drooggewicht van tomatenkiemplantjes bepaald. Daarna wordt het percentage droge stof van deze tomatenkiemplantjes berekend.
Een tweede serie kiemplantjes groeit 24 uur langer door. Met deze plantjes worden dezelfde bepalingen gedaan en er wordt een berekening gemaakt. De verkregen resultaten zijn in de tabel hieronder weergegeven.
afbeelding
Naar aanleiding van deze gegevens worden twee beweringen gedaan.
1. De kiemplantjes uit de tweede serie hebben in de 24 uur tussen de metingen in totaal meer CO2
afgegeven dan opgenomen.
2. In de kiemplantjes uit de tweede serie is groei voornamelijk opgetreden door wateropname en niet door vorming van organische stof.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
-
Productie organische stof door Engels Raaigras.
Zie figuur C 41 van de bijlage.
Met twee verschillende klonen van Engels Raaigras werden experimenten gedaan. Bij verschillende temperaturen van de bodem werd de hoeveelheid organische stof gemeten die per plant geproduceerd werd. Dit gebeurde bij luchttemperaturen van 15°C en 25°C.
De resultaten van de metingen staan in de diagrammen.
Voor de situatie waarin de temperatuur van de bodem 10°C bedraagt en de temperatuur van de lucht 15°C, worden uit de resultaten de volgende conclusies getrokken:
1. de temperatuur van de bodem is in die situatie bij beide klonen een beperkende factor voor de hoeveelheid organische stof die een plant produceert;
2. de temperatuur van de lucht is in die situatie bij beide klonen een beperkende factor voor de hoeveelheid organische stof die een plant produceert.
Is conclusie 1 op grond van de gegevens in de diagrammen juist?
En conclusie 2?
afbeelding
afbeelding
Bladluizen.
Bladluizen leven dikwijls op bladeren waar zij hun voedsel vinden.
Zij zitten bij voorkeur
Kruidje-roer-me-niet.
Zie figuur B 1270 van de bijlage.
Bij het aanraken van een blad van de plant kruidje-roer-me-niet (zie de afbeelding) vouwt dit blad zich samen.
Onderzoek heeft aangetoond dat er verschillende typen signalen zijn, die leiden tot het samenvouwen van een blad. Bij één van deze typen signalen worden de signalen snel doorgegeven en spelen celmembranen een belangrijke rol. Het is gebleken dat deze signalen worden doorgegeven via het gedeelte van de vaatbundels waarin zich houtvaten, parenchymcellen en vezels bevinden.
Door welk of door welke van deze delen zullen deze signalen snel worden doorgegeven?
afbeelding
Ringwondproef.
Men snijdt rondom de stam van een boom een strook tot op het hout weg (z.g. ringwondproef).
Wat zal het directe gevolg van dit ringen zijn?