Oefentoets Biologie: Dierfysiologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Dierfysiologie

Reacties in cellen van de mens.

In cellen kunnen de volgende reacties plaatsvinden:

1. water en koolstofdioxide ® glucose en zuurstof;
2. glucose en zuurstof ® water en koolstofdioxide;
3. glucose ® glycogeen;
4. glycogeen ® glucose.

Welke van deze reacties kunnen plaatsvinden in cellen van de mens?

Dierfysiologie

Kurklaag en/of hoornlaag.

Organismen kunnen zich tegen uitdroging beschermen, onder andere door een kurklaag of door een hoornlaag.

Komt een kurklaag voor bij dieren?
En een hoornlaag?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Bescherming tegen uitdroging en infecties

Insecten worden tegen uitdroging en infecties beschermd door een stof die zich aan de buitenzijde van het lichaam bevindt.

Welke stof is dit?

Dierfysiologie

Luchtdichte bak met muizen.
Zie figuur B 850 van de bijlage.

In een bak worden enkele muizen gezet. De bak wordt daarna luchtdicht afgesloten. De eerste 10 minuten rennen de muizen heen en weer, daarna gaan ze slapen. Regelmatig wordt het zuurstofgehalte in de bak gemeten.
De resultaten zijn uitgezet in een diagram.

Welk diagram kan deze resultaten juist weergeven?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Luchtdichte bak met muizen. (2)
Zie figuur B 381 van de bijlage.

Vier even grote muizen bevinden zich in afgesloten bakken met lucht (zie tekening).
Muizen hebben energie nodig om hun lichaamstemperatuur constant te houden.
De temperatuur in de bakken 1 en 3 is 5°C.
De temperatuur in de bakken 2 en 4 is 20°C.
De muizen in de bakken 1 en 2 slapen.
De muis in bak 3 is net zo actief als die in bak 4.

In welke bak neemt waarschijnlijk het zuurstofgehalte het snelst af?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Processen in het lichaam van een dier.

Twee beweringen over processen in het lichaam van een dier zijn:

I. Het vrijmaken van energie uit glucose met behulp van zuurstof is een verbrandingsproces.
II. Het opbouwen van eiwitten is een verbrandingsproces.

Dierfysiologie

Het zuurstofverbruik van een spier
Zie figuur B 2169 van de bijlage.

De lijn in het diagram geeft het zuurstofverbruik aan van een spier op verschillende tijdstippen.

De spier trekt zich het sterkst samen op

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Witte muizen in een afgesloten ruimte.
Zie figuur C 112 van de bijlage.

In een met lucht gevulde, afgesloten ruimte bevinden zich enkele witte muizen.
Regelmatig wordt het kooldioxidegehalte in deze ruimte gemeten. De resultaten worden uitgezet in een diagram.

Welk diagram is juist?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Ademhaling van een plantencel en een dierlijke cel.
Zie figuur B 2172 van de bijlage.

In de figuur staan twee schema's die cellen voorstellen. De pijlen stellen gassen voor die de cel in of uit gaan.

Welke regel is juist voor de ademhaling van een plantencel overdag en voor de ademhaling van een dierlijke cel 's nachts?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Verbranding in een cel.

Verbranding in een cel is het proces, waarbij

Dierfysiologie

Onderzoek naar de hartslag.

Tijdens een practicumles onderzoeken leerlingen de invloed van inspanning op de frequentie van de hartslag.
De volgende onderzoeken worden gedaan:

1. Direct nadat een proefpersoon tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt wordt bij hem het aantal hartslagen geteld.
2. Twee minuten nadat een proefpersoon tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt wordt bij hem het aantal hartslagen geteld.
3. Bij een proefpersoon wordt het aantal hartslagen geteld vlak voor en direct nadat hij tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt.
4. Bij alle leerlingen van de groep wordt direct nadat zij tien diepe kniebuigingen hebben gemaakt, het aantal hartslagen per minuut geteld. Hieruit wordt een gemiddelde berekend.

Bij welke van de vier onderzoeken is de invloed van inspanning op de frequentie van de hartslag het beste te bepalen?

Dierfysiologie

Stoppen met zware lichamelijke inspanning.
Zie figuur B 700 van de bijlage.

Gedurende vijf kwartier werd bij een proefpersoon het aantal hartslagen per minuut bepaald.
De resultaten zijn uitgezet in het diagram.
Op een bepaald moment stopte de proefpersoon met een zware lichamelijke inspanning.

In welk kwartier stopte hij waarschijnlijk daarmee?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Veranderingen tijdens het maken van kniebuigingen.

Hieronder staan vier veranderingen die in het lichaam van de mens kunnen optreden:

1. Het aantal ademhalingsbewegingen per minuut neemt toe.
2. De productie van insuline neemt toe.
3. De warmteproductie stijgt.
4. De beenspieren ontvangen meer zuurstof.

Welke van deze veranderingen treden op tijdens het maken van een aantal diepe kniebuigingen?

Dierfysiologie

Onderzoek naar de hartslag.
Zie figuur B 700 van de bijlage.

De inspanning van een proefpersoon was gedurende een uur niet steeds dezelfde.
Tijdens dit uur werd bij de proefpersoon het aantal hartslagen per minuut bepaald.
De resultaten zijn uitgezet in het diagram.

In welk kwartier nam de lichamelijke inspanning zeker toe?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Ruimten met gelijke aantallen witte muizen.

In twee luchtdicht afgesloten even grote ruimten bevinden zich gelijke aantallen witte muizen.
Beide ruimten zijn met lucht gevuld.
In ruimte 1 zitten de muizen stil.
In ruimte 2 rennen de muizen heen en weer.
Na 10 minuten worden de hoeveelheden zuurstof en kooldioxide in beide ruimten bepaald.

Wat zal nu blijken?

Dierfysiologie

Dieren met een wisselende lichaamstemperatuur.

Dieren met een wisselende lichaamstemperatuur zullen in de winter

Dierfysiologie

Twee muizen en twee kikkers.
Zie figuur B 791 van de bijlage.

Twee muizen en twee kikkers liggen elk in een afgesloten bak te slapen (zie tekening).
De vier dieren zijn elk ongeveer even zwaar.

Welk dier verbruikt in een uur waarschijnlijk de grootste hoeveelheid energie?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Een rat en een schildpad.

Op een vroege voorjaarsdag zitten een rat en een schildpad naast elkaar in de zon.
Beide dieren zijn even groot. Ze bewegen niet.
Ze blijven daar 1 uur zitten.

Bij welk dier zal de grondstofwisseling onder deze omstandigheden het hoogst zijn?
Bij welk dier zal het energieverbruik na 1uur het hoogst zijn?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Temperatuurdaling bij een paard.

Drie delen van de huid van een paard zijn:

1. haren,
2. vetweefsel,
3. zweetklieren.

Welke van deze delen beschermen een paard tegen temperatuurdaling?

Dierfysiologie

Activiteit en omgevingstemperatuur.
Zie figuur B 1986 van de bijlage.

Het diagram in de afbeelding geeft het verband weer tussen de activiteit van een bepaald organisme en verschillende temperaturen van de omgeving.

Een organisme met activiteit 0 is dood.

Bij welke temperaturen kan dit organisme leven?

afbeeldingafbeelding