Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VWO 1/VWO 2/VWO 3 - variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag bij dieren

Territoria.

Territoria kunnen soms erg groot zijn. Wolven kunnen wel een territorium tot 2000 km2 groot hebben.

Hoe komt het dat territoria soms zo groot zijn?

Gedrag bij dieren

Paarvorming.

Wat is paarvorming en wat is bij dieren het belangrijkste doel van paarvorming?

Gedrag bij dieren

Spugende lama's.

Waarom spugen lama's?

Gedrag bij dieren

Een kat komt op zijn pootjes terecht.

Hoe zorgt een kat dat hij altijd op zijn pootjes terecht komt?

Gedrag bij dieren

Een vlieg.

Waarom wrijft een vlieg in zijn pootjes?

Gedrag bij dieren

Een spindraad.

Hoe spant een spin een draad tussen twee bomen die een stukje uit elkaar staan?

Gedrag bij dieren

Mol onder de grond.

Weet een mol onder de grond waar hij naartoe moet?

Gedrag bij dieren

1/5 Uitgekookt ei.

Lees de onderstaande tekst.
afbeeldingafbeelding
Rhyssa persuasoria is niet alleen rank en elegant. Deze sluipwesp is ook doortrapt als het gaat om de toekomst van haar ei. Dat legt ze in de levende larve van een insect. Bij voorkeur in een houtetende larve die veilig denkt te zijn in het binnenste van een dode boom. Rhyssa weet hem met haar uiterst gevoelige antennes op te sporen. Dan begint ze met een acrobatische toer die je rustig het hoogtepunt van eierlegtechniek in de natuur kunt noemen. Ze plaatst haar onmogelijk lange legboor, dun als een haar, loodrecht op het hout. Daarvoor moet ze haar achterpoten en achterlijf zo hoog mogelijk oprichten. Met de haardunne legboor als middelpunt loopt ze rondjes. Zo draait ze hem dieper en dieper het hout in tot hij de larve bereikt. Dan perst ze haar ei in de onvrijwillige gastheer, die later door de Rhyssa-larve levend zal worden opgegeten.
Meer kan ze voor haar kind niet doen. Ze kan niet weten of de gastheerlarve misschien al geïnfecteerd is met andere parasieten. Maar daarop weet het ei zelf raad. Op een of andere manier merkt dat of het alleen is of niet. Als er al andere zijn, wordt het ei één larve. Is het ei alleen, dan kloont het zichzelf in meerlingen, al naargelang de grootte van de gastheer.

aldus een bericht van Roland Knauer in het Duitse tijdschrift Kosmos.

Gedrag bij dieren

2/5 Uitgekookt ei.

Verklaar waarom dit insect de kringloop in het bos remt.

Gedrag bij dieren

3/5 Uitgekookt ei.

Leg uit waarom we juist deze sluipwespensoort niet kunnen gebruiken bij biologische bestrijding.

Gedrag bij dieren

4/5 Uitgekookt ei.

Op welke prikkel(s) kan het ei reageren?

Gedrag bij dieren

5/5 Uitgekookt ei.

Welke van de volgende beweringen is juist?

I. De sluipwespen die uit de geïnfecteerde insectenlarve komen, hebben altijd dezelfde erfelijke eigenschappen.
II. Er kunnen sluipwespen uit de geïnfecteerde insectenlarve komen, die in erfelijke eigenschappen verschillen.

Gedrag bij dieren

Meeuwenoverlast.
Zie figuur B 5375 van de bijlage.

Grote aantallen meeuwen krijsen 's ochtends mensen wakker, bevuilen auto's met hun poep, waardoor ernstige lakschade optreedt en vallen in het broedseizoen mensen en huisdieren aan.
De bestrijding van de overlast is lastig omdat de meeuwen beschermd zijn.
Ze pikken ook vuilniszakken open. In Leiden heeft men daarom in 2007 de grijze vuilniszakken vervangen door rode, die ook iets dikker zijn.
Dat hielp. In de eerste twee weken werd er geen zak open gepikt.
In de derde week een paar, maar na de achtste week was het weer 'als vanouds'.
Opmerkelijk was dat de nieuwe open gepikte zakken in de buurt van al eerder aangepikte zakken aangetroffen werden.
Enkele mogelijke vormen van (leer)gedrag zijn:

1. Inzicht
2. Gewenning
3. Imitatie
4. Inprenting

Van de eerste tot en met de achtste week hebben meeuwen 'geleerd' om hun gedrag aan te passen.

Welk van de genoemde vormen van gedrag heeft of welke hebben een rol gespeeld bij de meeuwen?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Apenleed.
Zie figuur B 5394 van de bijlage.

Orang-oetans zijn de zwaarste dieren die in bomen leven. Volwassen mannetjes wegen 90 kilo, de vrouwtjes bijna de helft. Tijdens de paartijd wordt zo’n groot mannetje wel eens te opdringerig voor een vrouwtje.

Wat kan zij het beste doen om hem te ontlopen als hij achter haar aan komt?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Agressie.
Zie figuur B 5397 van de bijlage.

Bij een bepaalde vogelsoort hebben de volwassen mannetjes rode borstveren. Deze mannetjes vertonen territoriumgedrag, ze verjagen indringers op een agressieve manier.
Aan zo’n volwassen mannetje werden modellen getoond van:

I. Een normale jonge vogel met bruine borstveren.
II. Een normale volwassen vogel met rode borstveren.
III. Een volwassen vogel met bruine borstveren.
IV. Een jonge vogel met rode borstveren.
(De mannetjes reageren op de modellen alsof het levende dieren zijn)

Hoe agressief zal een volwassen mannetje daarop reageren?
Wat is de juiste volgorde als we kijken naar afnemend agressief gedrag?
Noteer die volgorde hieronder.

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Kippenspeelgoed.

In de Volkskrant stond te lezen:

Klassieke achtergrondmuziek en speelgoed maken dat kuikens zich prettiger voelen. Dat blijkt uit een publicatie in New Scientist over onderzoek aan de universiteit van Jeruzalem. Volgens onderzoeker Gadi Gvaryahu is aangetoond dat verrijking van de omgeving de monotonie doorbreekt bij kippen die met grote aantallen zijn samengebracht in de moderne pluimveehouderij. Gvaryahu gaf kuikens van kippen en kalkoenen diverse soorten speelgoed. zoals ballen en sleutelkettingen en liet ze muziek horen vanaf het moment dat ze uit het ei kropen. De dieren gaven duidelijk de voorkeur aan rustige, kalmerende klanken, zonder dramatische crescendo 's. In deze 'verrijkte' omgeving toonden de kuikens zich minder prikkelbaar en geïrriteerd en aten ze beter dan soortgenoten die niet konden beschikken over speelgoed en die geen muziek hoorden. Bovendien bleken kippen twee procent en kalkoenen vier procent zwaarder te worden dan soortgenoten uit een controlegroep.

Geef van de volgende conclusies aan of ze juist zijn of niet juist.

I. Uit de tekst blijkt dat de kuikens beter groeien als ze elkaar niet goed horen doordat er muziek te horen is.
II. Uit de tekst blijkt dat irritatie de eetlust van kuikens vermindert.
III. Uit de tekst blijkt dat kalkoenen meer van muziek houden dan kippen.

Gedrag bij dieren

1/2 Prikkel en respons.

Een vrouw heeft een hond. Elke keer als ze thuis komt van haar werk, begint de hond te kwijlen. Hij gaat hiermee door totdat hij eten krijgt.

- Wat is in deze situatie de prikkel?
- En wat is hier de respons?

Gedrag bij dieren

2/2 Prikkel en respons.

De vrouw besluit iets aan deze situatie te gaan doen en vraagt een dierpsycholoog (iemand die veel weet van het gedrag van huisdieren) om raad. Deze adviseert haar de hond 's ochtends eten te geven, voordat ze naar haar werk gaat. De vrouw volgt het advies op. In het begin gaat het goed. De hond kwijlt niet meer als ze thuiskomt. Maar tot haar ontsteltenis begint de hond nu elke keer te kwijlen als ze 's morgens uit bed opstaat.

Hoe komt dit?