Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

18

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Endodermis.
Zie figuur B 217 van de bijlage.

In de jonge wortels van vaatplanten bevindt zich tussen schors en vaatweefsel een gesloten schede van cellen, de endodermis. De wanden van de endodermiscellen die niet evenwijdig zijn met de omtrek van de wortel (de dwarse en radiale wanden) bevatten een doorlopend kurkbandje (het bandje van Caspari).

Wat is de functie van deze kurkbandjes?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede jonge wortel.
Zie figuur B 82 van de bijlage.

De schematische tekening stelt een dwarsdoorsnede van een jonge wortel voor.

Waar bevindt zich cambium en waar bevinden zich bastvaten?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede jonge esdoornwortel.
Zie figuur B 250 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede voor van een jonge esdoornwortel.

In welk deel bevindt zich de meeste houtstof?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Bouw van wortel.

Waar in wortels, ter hoogte van de wortelharen, kan zich kurkstof in celwanden bevinden?

Plantenanatomie

Doorsneden van delen van plant.
Zie figuur B 103 van de bijlage.

De tekeningen stellen doorsneden voor van verschillende delen van een plant.

Zie figuur B 104 van de bijlage.

Waar wordt de cel die hiernaast is afgebeeld aangetroffen?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 194 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel voor.

Het weefsel dat met W is aangegeven, zorgt voornamelijk voor

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Groei van worteltop.
Zie figuur B 2508 van de bijlage.

Tekening 1 stelt een worteltopje voor. De merktekens P en Q zijn met inkt op de wortel getekend.
Tekening 2 stelt hetzelfde worteltopje een aantal dagen later voor. De zijwortels zijn nu, zoals de tekening laat zien, verder uitgegroeid. De wortelharen en de twee merktekens zijn niet getekend.

Zal de afstand tussen de merktekens P en Q in de tussenliggende dagen groter zijn geworden of ongeveer gelijk zijn gebleven?
Zullen er bij het worteltopje van tekening 2 wortelharen voorkomen beneden de lijn L?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsneden van een wortel.
Zie figuur C 27 van de bijlage.

De linker afbeelding geeft schematisch enkele cellen weer in een lengtedoorsnede van de wortel van een bepaalde zaadplant.
De rechter afbeelding geeft zeer schematisch een dwarsdoorsnede van dezelfde wortel weer.

Op welke plaats in de rechter afbeelding bevindt zich de combinatie van cellen zoals deze in de linker afbeelding is getekend?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Hydrostatische druk in houtvat.

Bij een struik wordt op een bepaalde plaats in een houtvat van een tak de hydrostatische druk gemeten op drie verschillende momenten.

Meting 1 werd gedaan toen er waterdruppels uit de bladeren van deze tak te voorschijn kwamen; de tak zat nog aan de struik.
Meting 2 werd gedaan direct nadat het druppelen uit de bladeren van deze tak was opgehouden; de bladcellen waren turgescent; ook nu zat de tak nog aan de struik.
Meting 3 werd gedaan nadat de tak was afgesneden; de tak stond in water, de bladcellen waren turgescent.

Bij welke meting zal de druk in het houtvat het hoogst zijn?
Bij welke meting zal de druk in het houtvat het laagst zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Watertransport in houtvaten.

Het watertransport in de houtvaten wordt bij vier planten onder verschillende omstandigheden vergeleken:

1. bij een boterbloem gedurende een regenachtige voorjaarsnacht;
2. bij een aardbeiplant op een zonnige, droge zomermiddag;
3. bij een kastanjeboom met opgezwollen bladknoppen op een zonnige, vroege voorjaarsmiddag;
4. bij een waterlelie met drijvende bladeren op een mistige herfstmiddag.

In welke van deze planten wordt onder de genoemde omstandigheden het watertransport grotendeels door de worteldruk veroorzaakt?

Plantenfysiologie

Een plantaardig weefsel.
Zie figuur B 1673 van de bijlage.

Bij planten kunnen zich ruimten tussen de cellen bevinden. Een dergelijke ruimte is in de afbeelding aangegeven met P. Over deze ruimten worden de volgende beweringen gedaan:

1. deze ruimten zijn gevuld met weefselvloeistof;
2. in deze ruimten worden reservestoffen opgeslagen;
3. via deze ruimten diffunderen gassen van en naar cellen;
4. via deze ruimten worden water en zouten als gevolg van de worteldruk naar de bladeren getransporteerd.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Een doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 2370 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een deel van een dwarsdoorsnede van een jonge wortel van een zaadplant weer.

Met welk van de cijfers 2, 3 of 4 is een bastvat aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Een doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 2370 van de bijlage.

In celwanden kunnen onder andere cellulose, kurkstof en pectine voorkomen.

Welke van deze stoffen kunnen bij een intacte plant voorkomen in de celwanden van cellen aangegeven met 3?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Een doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 2370 van de bijlage.

Wanneer in het voorjaar de knoppen beginnen uit te lopen, worden organische stoffen uit de wortel naar de knoppen getransporteerd.

Door welk van de delen 1, 2 of 4 vindt dit transport plaats?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Een wortel.
Zie figuur B 470 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel van een jonge boom voor.
In de wortel komt een weefsel voor waarvan de cellen zich na de plasmagroei niet strekken.

Met welk cijfer is dit weefsel aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Een wortel.
Zie figuur B 470 van de bijlage.

Vindt transport van zouten door de wortel naar de stengel plaats in het deel dat is aangegeven met 1, met 2 of met 3?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Een wortel.

Twee typen transportprocessen zijn actief transport en diffusie.

Door welk of door welke van deze processen komen zouten vanuit het bodemwater in de houtvaten?

Plantenfysiologie

Het Amazonegebied.

Bomen in het moerasbos hebben behalve gewone wortels ook bovengrondse luchtwortels. Stoffen die in planten voorkomen, zijn onder andere glucose, koolstofdioxide, nitraat, water en zuurstof.

Welke van deze stoffen nemen de bomen ‘s nachts vooral met deze luchtwortels op?