Chemie
Chemische bindingen.
I. Alle organische stoffen worden bijeengehouden met covalente bindingen.
II. Ionbindingen bestaan altijd uit een positief en een negatief geladen deel.
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 4, VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
Chemische bindingen.
I. Alle organische stoffen worden bijeengehouden met covalente bindingen.
II. Ionbindingen bestaan altijd uit een positief en een negatief geladen deel.
Ionbindingen en pH.
I. Het ontstaan van ionbindingen wordt veroorzaakt door het zoeken naar ideale elektronenaantallen rond de kern van het atoom.
II. Hoe hoger de pH van een oplossing, hoe zuurder deze reageert.
Een 4% suikeroplossing.
Een leerling heeft nauwkeurig 1 gram suiker afgewogen. Ze wil hiermee een suikeroplossing maken van 4%.
In hoeveel gram water moet ze deze hoeveelheid suiker dan oplossen?
De concentratie van een suikeroplossing.
Een leerling heeft nauwkeurig 2 gram suiker afgewogen.
Ze doet deze suiker in een reageerbuis en voegt hier 18 gram water aan toe. Ze schudt goed.
Welke concentratie zal de suikeroplossing hebben, als alle suiker volledig is opgelost?
Vertering van eiwitten.
Bij de vertering van eiwitten worden bindingen verbroken tussen
Eiwitten & Enzymen.
I. Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren.
II. Onder optimumtemperaturen blijven enzymen heel; daarboven gaan ze kapot.
Eiwitten als voedingsstof.
De waarde van een eiwit als voedingsstof voor de mens hangt af van
Bepalen van het eiwitgehalte van een plant.
De hoeveelheid van een bepaald element kan als maat dienen voor het eiwitgehalte van een plant.
Welk element is hiervoor het meest geschikt?
Essentiële aminozuren.
Hoe heet een chemische verbinding?
De chemische verbinding, waarin een COOH-groep en een NH2
-groep zijn gebonden aan een C-atoom, wordt genoemd:
Eiwitten.
Welke elementen komen naast koolstof altijd in aminozuren voor?
Synthese van eiwitten in de pens.
De pens is een onderdeel van het darmkanaal van herkauwers (bijvoorbeeld koeien).
In de pens bevinden zich verschillende stoffen.
Deze zijn onder andere cellulose, vet, glucose en zetmeel, afkomstig uit het voedsel, en ureum, afkomstig uit het speeksel.
In de pens leven micro-organismen die onder andere eiwitten kunnen synthetiseren uit cellulose en één van de genoemde stoffen.
Welke van de genoemde stoffen zou dit kunnen zijn?
Vertering van zetmeel.
Bij de vertering van zetmeel worden verbindingen verbroken tussen
Welk molecuul?
Zie figuur B 1154 van de bijlage.
Welk molecuul staat afgebeeld?
afbeelding
Welk molecuul? (2)
Zie figuur B 1155 van de bijlage.
Afgebeeld staat de stof
afbeelding
Allemaal koolhydraten?
De volgende stoffen behoren alle tot de koolhydraten:
Overeenkomsten tussen vetten, koolhydraten en eiwitten.
Vetten, koolhydraten en eiwitten komen met elkaar overeen door het feit dat zij
Vetten & gezond eten.
Het minst ongezond zijn