Plantenanatomie
Anatomie blad.
Zie figuur B 665 van de bijlage.
De tekening stelt een deel van een blad voor.
Welk type weefsel is aangegeven met P?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Anatomie blad.
Zie figuur B 665 van de bijlage.
De tekening stelt een deel van een blad voor.
Welk type weefsel is aangegeven met P?
afbeelding
Anatomie blad.
Zie figuur B 1075 van de bijlage.
De tekening stelt schematisch een deel van een doorsnede van een blad van een groene plant voor.
In welke weefsels bevatten de cellen altijd bladgroenkorrels?
afbeelding
Anatomie blad.
Twee stoffen die in een blad van een plant voorkomen zijn: cellulose en zetmeel.
Welke van deze stoffen geeft stevigheid aan de cellen in het blad?
Bevindt deze stof zich in de celwanden of in het celplasma (= cytoplasma)?
Anatomie blad.
Zie figuur B 1913 van de bijlage.
De afbeelding geeft een doorsnede weer van een deel van een blad van een plant.
Wat wordt met P aangegeven?
afbeelding
Nerven van blad.
Twee beweringen over de nerven van een blad zijn:
I. In de nerven komen vaatbundels voor.
II. De nerven geven stevigheid aan het blad.
Nerven van blad.
Drie beweringen over de nerven van een blad zijn:
1. nerven geven stevigheid aan een blad,
2. nerven bevatten houtvaten,
3. nerven bevatten bastvaten.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Anatomie blad.
Zie figuur B 813 van de bijlage.
Iemand doet een proef met een blad van een woestijnplant en een blad van een moerasplant. Beide bladeren zijn pas van de planten afgesneden en gelijk van gewicht. De snijvlakken van de stelen van de afgesneden bladeren worden ingevet om waterverlies vanuit de bladstelen tegen te gaan. De bladeren worden in de zon gelegd en regelmatig gewogen.
Van beide bladeren is in het diagram het gewicht tegen de tijd uitgezet.
Welk van beide bladeren zal waarschijnlijk de dikste waslaag hebben?
Welk van beide bladeren is waarschijnlijk afkomstig van de moerasplant?
afbeelding
afbeelding
Anatomie blad.
Zie figuur B 1699 van de bijlage.
In de afbeelding is weergegeven een tekening van een bladdoorsnede.
Het oppervlak, waar het meeste water in de vorm van damp de cel verlaat, wordt aangeduid met nummer
afbeelding
Bladdoorsnede.
Zie figuur B 2044 van de bijlage.
De afbeelding stelt een schematische doorsnede voor van een deel van een blad.
Wat bevindt zich vooral op plaats P?
afbeelding
Een tak in de winter.
Zie figuur B 2341 van de bijlage.
De afbeelding geeft een tak van een loofboom in de winter weer.
Welke van de volgende beweringen over de plaatsen aangegeven met P is juist?
afbeelding
Waterlelieblad.
De waterlelie heeft bladeren die op het water drijven.
In de dwarsdoorsnede van zo'n waterlelieblad treffen we van boven naar beneden achtereenvolgens aan:
Beukenblad.
Hieronder staan drie delen van een beukenblad genoemd.
1. de opperhuid;
2. het vulweefsel;
3. de vaatbundels.
In welk deel of in welke delen bevatten alle cellen bladgroenkorrels?
Weefseltypen plant.
Bij een plant kunnen de volgende weefseltypen worden aangetroffen:
1. dekweefsel;
2. transportweefsel;
3. steunweefsel;
4. vulweefsel.
Welke van deze typen bevat een blad van een boom?
Klimplant.
Zie figuur B 3464 van de bijlage.
In de afbeelding is een klimplant getekend.
Hoe heten de delen die met P zijn aangegeven?
Zijn dit blad- of stengeldelen?
afbeelding
afbeelding
Anatomie plant.
Hieronder staan drie kenmerken van planten.
1. De huidmondjes liggen diep verzonken in de bladeren.
2. De bladeren zijn klein en dik.
3. De bladeren hebben een dun waslaagje.
Welke van deze kenmerken kun je aantreffen bij landplanten, die goed zijn aangepast aan een droog milieu?
Anatomie plant.
Hieronder staan drie kenmerken bij planten.
1. De bladeren hebben een dun waslaagje.
2. De bladeren zijn behaard.
3. Het wortelstelsel is zwak ontwikkeld.
Welke van deze kenmerken kun je aantreffen bij landplanten, die goed zijn aangepast aan een vochtig milieu?
Dennentak.
Zie figuur B 1115 van de bijlage.
Uit een afgezaagde dennentak wordt een stukje gesneden zoals in tekening 1 van de afbeelding is weergegeven. De structuur van dit stukje is in tekening 2 schematisch getekend.
Heeft deze tak gedurende 3, 4 of 8 jaar levend aan de dennenboom gezeten?
afbeelding
Deling cambiumcel.
Zie figuur B 1041 van de bijlage.
In de tekening staan drie schema's die betrekking hebben op de deling van een cambiumcel in de stam van een beuk.
Welke schema's geven juist aan welke nieuwe cellen er kunnen ontstaan?
afbeelding
Deling van cambiumcel.
In de stam van een boom deelt zich een cambiumcel, waardoor twee jonge cellen ontstaan.
Tot welk type cel zullen deze jonge cellen zich gaan ontwikkelen?
Dwarsdoorsnede van boomtak.
Zie figuur B 1077 van de bijlage.
De foto geeft een deel weer van een dwarsdoorsnede door een tak van een boom.
Is P een bastvat of een houtvat?
In welke tijd van het jaar is dit vat gevormd?
afbeelding