Oefentoets Biologie: Uitscheiding - algemeen | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Ontdek de digitale toets over nierdrempel en diabetes mellitus, gericht op studenten in de biologie, waarin verschillende aspecten van nierfunctie en glucosehuishouding worden behandeld. Test je kennis over de uitscheiding van stoffen in de urine en de rol van nieren bij diabetes. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Nierdrempel en diabetes mellitus

Diabetes mellitus (suikerziekte).

Voor verschillende stoffen die in het bloed van de mens voorkomen, geldt een zogenaamde nierdrempel. Als de concentratie van een dergelijke stof in het bloed stijgt boven de nierdrempel, gaan de nieren deze stof uitscheiden.
Bij een persoon met een onbehandelde diabetes mellitus wordt in de urine glucose aangetroffen.

Over de nierdrempel worden drie beweringen gedaan:

1. Bij diabetes mellitus is de insulineproductie verlaagd, zodat de concentratie van glucose in het bloed tot boven de nierdrempel kan stijgen.
2 Als de concentratie van glucose in het bloed beneden de nierdrempel blijft, is geen glucose aanwezig in de voorurine.
3. Als de concentratie van glucose in het bloed beneden de nierdrempel blijft, wordt geen glucose vanuit de vloeistof die zich in de nierkanaaltjes bevindt, geresorbeerd.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Glucosegehalte in bloed en nieren

Glucosegehalte.

Onder normale omstandigheden is het glucosegehalte in het bloed van de nieraders

Ureumconcentratie in Bloedvaten vergelijken

Ureumconcentratie.
Zie figuur B 469 van de bijlage.

De afbeelding toont enkele organen van de mens met onder andere aan- en afvoerende bloedvaten.
P is een deel van de onderste holle ader en Q is een deel van de aorta. De bloedvaten R en S staan in verbinding met orgaan T. Orgaan T kan adrenaline afgeven.

Is de ureumconcentratie van het bloed in bloedvat S lager dan, gelijk aan of hoger dan de ureumconcentratie van het bloed in bloedvat P?

afbeeldingafbeelding

Stikstofafgifte door zoogdieren

Afgifte van stikstof.

Zoogdieren spelen een rol in de stikstofkringloop, doordat ze stikstofverbindingen omzetten.

In welke vorm geven zij de meeste stikstof af aan het milieu?

Ureumconcentraties in de nieren vergelijken

Ureum in de nieren.
Zie figuur B 2505 van de bijlage.

De tekening geeft de nieren van de mens met aan- en afvoerwegen weer. De pijlen geven de stroomrichting van de vloeistoffen aan. De ureumconcentraties van de vloeistoffen op drie plaatsen in de aan- en afvoerwegen worden met elkaar vergeleken.

In welke reeks is de volgorde van een lage naar een hoge ureumconcentratie juist weergegeven?

laag ® hoog

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding van stoffen in de urine

Uitscheiding.

Bloed bevat onder meer glucose, zouten, ureum en eiwitten.
Bij een bepaalde persoon met normaal werkende nieren bevinden zich in de urine geen eiwitten en geen glucose.

Wat is hiervan de oorzaak?

Stoffenuitwisseling in de nieren

Vorming van voorurine.

In de nieren van de mens wordt in de nierschors de voorurine gevormd.

Welke van de onderstaande mogelijkheden geeft correct aan of er stoffen en zo ja welke stoffen vanuit het bloed naar de nierkapseltjes gaan en welke vanuit de nierkapseltjes naar het bloed gaan?

afbeeldingafbeelding

Vorming van Voorurine in de Nier

Vorming van voorurine.

Waar in een nier wordt voorurine gevormd?
Wordt daar voor de vorming van voorurine zuurstof verbruikt?

afbeeldingafbeelding

Urinevorming en zuurstofverbruik in nieren

Vorming van voorurine.

Waar in een nier wordt urine gevormd uit voorurine?
Wordt hierbij zuurstof verbruikt?

afbeeldingafbeelding

Stoffen in de voorurine

Voorurine.

Hieronder worden enige stoffen genoemd die in het lichaam van de mens voorkomen:

1. ureum,
2. glucose,
3. keukenzout.

Welke van deze stoffen komt (komen) gewoonlijk voor in de voorurine?

Glucosehuishouding in de nieren

Glucose in de nieren.

Het glucosegehalte van het bloed dat de nieren verlaat, is kleiner dan het glucosegehalte van het bloed dat de nieren binnenkomt.

Dit wordt vooral veroorzaakt, doordat glucose in de nier wordt

Eiwitgehalte in de niereenheid

Eiwitgehalte.
Zie figuur B 361 van de bijlage.

De tekening stelt een niereenheid voor.

Op welke van de aangegeven plaatsen is het eiwitgehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Stoffen in de nieren en bloedplasma

Stoffen in de nieren.

De gemiddelde concentraties van de stoffen P en Q in het bloedplasma, in de vloeistof in het eerste stukje van een nierkanaaltje en in de vloeistof in het nierbekken zijn bij een gezonde proefpersoon:
afbeeldingafbeelding

Welke van de stoffen glucose en ureum zou P kunnen zijn?
Welke van de stoffen eiwitten, glucose en ureum zou Q kunnen zijn?

afbeeldingafbeelding

Veranderingen in de samenstelling van bloed

Samenstelling van bloed.
Zie figuur B 507 van de bijlage.

De tekening stelt een niereenheid van de mens voor. Terwijl het bloed door haarvatennet H stroomt, verandert het bloed van samenstelling. Over deze verandering van samenstelling van het bloed worden de volgende uitspraken gedaan:

1. de concentratie van opgeloste eiwitten wordt groter,
2. de concentratie van opgeloste eiwitten wordt kleiner,
3. het aantal rode bloedcellen per volume-eenheid neemt toe,
4. het aantal rode bloedcellen per volume-eenheid neemt af.

Welke uitspraken zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Samenstelling van voorurine in nierkapsels

Voorurine.

Bij de mens verschilt de samenstelling van de voorurine in nierkapsels van de samenstelling van het bloed.
Bloed bestaat uit bloedcellen en bloedplasma, waarin onder andere glucosemoleculen en grote eiwitmoleculen voorkomen.

Komen in de voorurine in nierkapsels bloedcellen voor?
En glucosemoleculen?
En grote eiwitmoleculen?

Nierfunctie en voorurineverwerking

Voorurine en nierkanaaltjes.

In de nieren van een gezond mens onttrekken de nierkanaaltjes aan de voorurine

Concentraties van stoffen in voorurine

Stoffen in voorurine.

Over de concentraties van enkele stoffen in voorurine en in urine bij de mens worden de volgende uitspraken gedaan:

1. De concentratie van glucose is in voorurine hoger dan die in urine.
2. De concentratie van zouten is in voorurine gelijk aan die in urine.
3. De concentratie van ureum is in voorurine lager dan die in urine.

Welke uitspraken zijn juist?

Zuurstofgehalte in de niereenheid

Een niereenheid.
Zie figuur A 94 van de bijlage.

De tekening stelt een niereenheid voor.
In het nierkapsel verlaat ± 20% van de bloedvloeistof de bloedbaan.

Op welke van de aangegeven plaatsen is de hoeveelheid zuurstof (opgelost en aan hemoglobine gebonden) per volume-eenheid het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Ureumgehalte bij dieetverandering

Ureumgehalte.

Een proefpersoon krijgt gedurende een week een eiwitrijk dieet. Hierna krijgt hij een week een eiwitvrij dieet, dat voldoende koolhydraten bevat.

Hoe zal aan het eind van de tweede week het ureumgehalte van de urine van deze proefpersoon zijn in vergelijking met het ureumgehalte aan het eind van de eerste week?

De urine zal aan het eind van de tweede week

Concentratie van eiwitten in bloedplasma

Voorurine.
Zie figuur B 2522 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een niereenheid van de mens getekend. De concentratie van grote eiwitmoleculen in het bloedplasma op de plaatsen 1, 2, 3 en 4 wordt met elkaar vergeleken.

Op welke van de aangegeven plaatsen is de concentratie van deze eiwitmoleculen in het bloedplasma het hoogst?

afbeeldingafbeelding