Oefentoets Biologie: Dissimilatie - Zuurstofopname | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 26 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

26

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Dissimilatie

Koolstofdioxideproductie van menselijke cellen.

In het lichaam van de mens komen de volgende cellen voor:

1. cellen in het beenmerg,
2. cellen in de kiemlaag van de huid,
3. cellen in de wand van de luchtpijp.

Door welke van deze cellen wordt koolstofdioxide geproduceerd?

Dissimilatie

Kiemende zaden.

Een zaad dat in de grond wordt gestopt, gaat kiemen.

Wordt bij deze kieming zuurstof gevormd?
Wordt bij deze kieming koolstofdioxide gevormd?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Drie organismen.
Zie figuur B 2080 van de bijlage.

Welk van de organismen uit de afbeelding kan of welke kunnen zowel koolstofdioxide als water produceren?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Aquaria met groene waterplanten.

In twee aquaria bevinden zich groene waterplanten.
Aquarium 1 staat in het licht. Aquarium 2 staat in het donker.

In welk aquarium (welke aquaria) wordt in de cellen van die planten kooldioxide gevormd?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een sloot met plantenresten.

In een sloot bevinden zich op een bepaald moment veel dode plantenresten. Deze hebben een grote activiteit van bacteriën tot gevolg. Deze activiteit heeft invloed op de hoeveelheid opgeloste gassen in het water van de sloot.
Over deze gassen worden twee beweringen gedaan:

I. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid CO2 in het slootwater af.
II. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid O2 in het slootwater af.

Dissimilatie

Vis zwemt in aquarium.
Zie figuur A 140 van de bijlage.

Een vis zwemt in een luchtdicht afgesloten aquarium zonder planten.
Op verschillende achtereenvolgende dagen wordt de hoeveelheid zuurstof en kooldioxide in het water gemeten.
De resultaten zijn in het afgebeelde diagram uitgezet.

Welk diagram is juist?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een proef met kiemende bruine bonen.

Bij een proef kiemen bruine bonen in een afgesloten ruimte, gevuld met lucht.
Tijdens twee dagen kiemen worden regelmatig de percentages zuurstof en kooldioxide van deze lucht bepaald.
Deze percentages worden uitgezet in een diagram.

Zie figuur A 122 van de bijlage.

Welk diagram geeft de veranderingen juist weer?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Vissen in een luchtdicht afgesloten bak.

Een bak wordt met water gevuld. Daarin worden enkele vissen gedaan en vervolgens wordt de bak luchtdicht afgesloten. De temperatuur blijft constant.

Wat zal er gebeuren met de hoeveelheid zuurstof en de hoeveelheid kooldioxide in het water?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Optrekken aan de rekstok.

Iemand trekt zich tien keer op aan een rekstok.
Als gevolg hiervan veranderen het zuurstofgehalte en het koolstofdioxidegehalte van het bloed in de aders van een arm.

Zie figuur B 778 van de bijlage.

Welk van de afgebeelde diagrammen geeft deze veranderingen weer?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Witte muizen in een afgesloten ruimte.

In twee luchtdicht afgesloten even grote ruimten bevinden zich gelijke aantallen witte muizen. Beide ruimten zijn met lucht gevuld.
In ruimte 1 zitten de muizen stil.
In ruimte 2 rennen de muizen heen en weer.
Na 10 minuten worden de hoeveelheden zuurstof en kooldioxide in beide ruimten bepaald.

Wat zal nu blijken?

Dissimilatie

Witte muizen in een bak met water.

Een bak wordt met water gevuld. Daarin worden enkele vissen gedaan en vervolgens wordt de bak luchtdicht afgesloten.

Wat zal er dan gebeuren met de hoeveelheden zuurstof en kooldioxide in het water?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Bonen op natte watten & enkele insecten.

In een glas legt men enkele droge bonen op natte watten (glas 1). In een tweede glas zet men enkele insecten (glas 2). Beide glazen worden afgesloten.

Welke veranderingen zullen er na 2 dagen opgetreden zijn in de samenstelling van de lucht in de glazen 1 en 2?

Dissimilatie

Schema van een levende dierlijke cel.
Zie figuur B 3859 van de bijlage.

De vier onderstaande schema's stellen cellen voor, waarin de pijlen gassen aangeven, die in of uit de cel gaan.

Welk schema kan een levende dierlijke cel voorstellen?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een plant onder een glazen stolp.
Zie figuur B 1831 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt onder een glazen stolp gezet (zie tekening). De opstelling staat in het donker.
Direct na het inzetten van de proef wordt de hoeveelheid zuurstof en de hoeveelheid koolstofdioxide in de stolp gemeten.
Na drie uur wordt de hoeveelheid van beide gassen in de stolp opnieuw gemeten.

Na deze drie uur zal er in de stolp

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een cel met bladgroen schematisch getekend.
Zie figuur B 3543 van de bijlage.

In de afbeelding is een cel met bladgroen schematisch getekend. Deze cel bevindt zich in het donker. De pijlen geven de uitwisseling van stoffen met het milieu weer.

Welke stof wordt weergegeven door 1?
En welke stof door 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Zuurstof in de Theems.

Het zuurstofverbruik van voorns in water uit de Theems bij Londen is gemeten tijdens een zomer en een winter. Dagelijks is het zuurstofverbruik tussen tien en twaalf uur 's ochtends gemeten. Het zuurstofverbruik in de zomer is hoger dan in de winter.

Over het gemeten zuurstofverbruik worden twee beweringen gedaan:

I. Het zuurstofverbruik in de zomer is hoger, doordat de vissen dan meer energie nodig hebben om hun lichaam op temperatuur te houden.
II. In de zomer zijn de voorns door de hogere temperatuur actiever dan in de winter.

Dissimilatie

Zuurstofverbruik bij een plant.
Zie figuur B 989 van de bijlage.

Op welke van de vier aangegeven plaatsen verbruiken de cellen overdag zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Het ontstaan van H2 O en CO2 uit C6 H12 O6 .

Bij een bepaald proces ontstaan onder andere H2 O en CO2 uit C6 H12 O6 .

Wat is voor dit proces nodig?

Dissimilatie

Levende champignons in een plastic zak.

Een aantal levende champignons ligt in een gesloten plastic zak in een groentewinkel.

Van welke van onderstaande stoffen kan met zekerheid worden gesteld dat de hoeveelheid ervan in de plastic zak zal afnemen?

Dissimilatie

Verbranding van glucose.

In een cel van een dier en in een cel van een plant met bladgroen bevindt zich glucose. In beide cellen vindt op een bepaald moment alleen verbranding plaats.

Welke stof wordt of welke stoffen worden zowel door deze plantaardige cel als door deze dierlijke cel opgenomen zodat de glucose kan worden verbrand?

Dissimilatie

Bomen in de stad.

In de stad kunnen boomwortels afsterven doordat de bodem wordt afgesloten. Bijvoorbeeld asfalt en bestrating zijn hier de oorzaak van.

Door gebrek aan welke stof beginnen de wortels af te sterven?

Dissimilatie

Gasverbruik.
Zie figuur B 2161 van de bijlage.

De afbeelding geeft een plant weer. Deze plant staat al 5 uur in het donker.

Welk gas verbruikt blad P?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Cellen in het lichaam van de mens.

Cellen in het lichaam van de mens zijn:

1. cellen van een spier;
2. cellen van een darmwand;
3. cellen van de wand van een longblaasje.

In welke cellen wordt zuurstof verbruikt?

Dissimilatie

Tuinbouwkassen.

Onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om de rookgassen uit de stookinstallatie van tuinbouwkassen te reinigen. Het gas dat overblijft, is schoon en bevat veel koolstofdioxide.
Tuinders laten de gereinigde rookgassen in de kassen stromen. Door de extra koolstofdioxide die daarmee in de kassen komt, groeien de planten beter. In een kas groeien tomatenplanten en er komen kleine dieren voor op en in de grond.

Kunnen die tomatenplanten en kleine dieren zelf ook koolstofdioxide vormen? Geef een verklaring voor je antwoord.

Dissimilatie

Hormonen.

In hormoonklieren worden hormonen gevormd. Deze hormonen worden afgegeven aan het bloed. Zo komen de hormonen overal in het lichaam terecht en kunnen ze op bepaalde plaatsen hun invloed uitoefenen. Die invloed kan het activeren van een andere hormoonklier zijn. Een voorbeeld van dit laatste is een hypofysehormoon dat de productie van een hormoon Q kan stimuleren.
Dit hormoon Q stimuleert de stofwisseling in de cellen van het lichaam.

Wat zal met de productie van koolstofdioxide door de cellen gebeuren, wanneer de stofwisseling wordt verhoogd onder invloed van hormoon Q?

Dissimilatie

Schimmels.

Bij de afbraak van hondendrollen door bacteriën en schimmels zijn stoffen nodig voor deze afbraak.

Is koolstofdioxide een van die stoffen?
En zuurstof?