Ecologie
17/20 De Waddenzee.
Zie figuur B 4437 van de bijlage.
Hoeveel maanden duurt de periode tussen de innesteling en de geboorte volgens dit schema?
Deze periode duurt [invulveld] maanden.
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
17/20 De Waddenzee.
Zie figuur B 4437 van de bijlage.
Hoeveel maanden duurt de periode tussen de innesteling en de geboorte volgens dit schema?
Deze periode duurt [invulveld] maanden.
afbeelding
18/20 De Waddenzee.
Naar aanleiding van informatie 6 worden twee uitspraken gedaan.
Geef bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.
Het PDV-virus is niet dodelijk voor grijze zeehonden. [invulveld]
Een vaccin tegen hondenziekte bevat antigenen die sterk lijken op antigenen van het PDV-virus. [invulveld]
19/20 De Waddenzee.
Met hoeveel procent was de populatie gewone zeehonden in 2003 afgenomen in vergelijking met 2002? Leg je antwoord uit met een berekening.
20/20 De Waddenzee.
In informatie 7 worden argumenten genoemd die gebruikt worden in discussies over zeehondenopvang.
Welke twee cijfers geven argumenten aan van een voorstander van zeehondenopvang? De cijfers [invulveld] en [invulveld]
1/2 Organismen in de zee.
Zie figuur B 4457 van de bijlage.
In de afbeelding is een voedselweb weergegeven. Behalve de mens leven de genoemde organismen in zee.
Noteer de langste voedselketen uit dit voedselweb waarin de worm voorkomt.
afbeelding
2/2 Organismen in de zee.
Zie de figuren C 379 en B 4458 van de bijlage.
In de afbeelding is een zoekkaart voor rondvissen weergegeven.
Zie figuur B 4458 van de bijlage.
In de afbeelding is een rondvis weergegeven uit het voedselweb.
Bepaal de naam van deze vis met behulp van de zoekkaart. Noteer de cijfers van de stappen die je neemt en de naam van de vis.
afbeelding
afbeelding
1/2 Huiszwammen.
Huiszwammen zijn schimmels. Huiszwammen tasten houten vloerbalken in huizen langzaam aan, zodat de bewoners op een gegeven moment door de vloer zakken.
Zijn huiszwammen consumenten, producenten of reducenten?
2/2 Huiszwammen.
Jacob heeft last van huiszwammen in de vloerbalken van zijn huis. Hij overweegt de volgende twee maatregelen om de zwammen te bestrijden.
1. Ventilatiegaten maken, zodat drogere lucht onder de vloerbalken kan komen.
2. Het verhitten van de balken met stoom van 100 graden Celsius.
Door welke van de maatregelen zal de hoeveelheid huiszwam afnemen?
1/4 De pestvogel.
Zie figuur B 2861 van de bijlage.
De vogel van de afbeelding heeft de naam pestvogel gekregen, omdat men hem vroeger als voorbode van de gevreesde ziekte de pest aanzag. Toch heeft de vogel niets met deze ziekte te maken. Pestvogels broeden in Noord-Europa. In sommige jaren trekken ze vanaf november naar het zuiden. Ze worden dan ook in Nederland gezien. Vogeltellers helpen dan mee het aantal vogels te bepalen. In het diagram van de afbeelding zijn de aantallen pestvogels in Nederland in de jaren 1978 tot en met 1983 weergegeven. In het najaar en de winter eet de vogel veel bessen, vooral van de lijsterbes. In de andere seizoenen eet de pestvogel vooral insecten.
Leg uit waardoor de pestvogels in november van het eten van insecten moeten overschakelen op het eten van bessen.
afbeelding
2/4 De pestvogel.
Zie figuur B 2861 van de bijlage.
Lees uit het diagram van de afbeelding af in welk jaar er te weinig bessen aan de bomen kwamen in Noord-Europa.
afbeelding
3/4 De pestvogel.
De pestvogels eten de bessen in hun geheel op. De pitten worden later op een andere plaats weer uitgepoept. Het eten van de bessen door de vogels is niet nadelig voor de bomen van de lijsterbes, maar levert juist voordelen voor de plantensoort op.
Noem zo'n voordeel.
4/4 De pestvogel.
De pestvogel is een vogel met een opvallend kleurenpatroon op de veren. In de voortplantingstijd toont het mannetje om een vrouwtje te lokken zijn mooi gekleurde vleugels. Dit opvallen door de mannetjes heeft echter ook een nadeel.
Leg uit welk nadeel het opvallen voor de mannetjes heeft.
1/3 Wateronderzoek.
Zie figuur B 3739 van de bijlage.
Je ziet een artikel over wateronderzoek dat door een leerling is uitgevoerd.
Ecologie
Hoe sterk kan het zuurstofgehalte van het water in een vijver verschillen gedurende één etmaal? Een leerling doet daar een onderzoek naar. Hij neemt ‘s ochtends om half vier een monster van het water op één meter diepte (zie de afbeelding). Hij doet het vijverwater in een potje en noteert op het etiket: monster 1, 3.30 uur. Hij doet een deksel op het potje. In de loop van deze dag neemt hij opnieuw monsters, en wel om 7.15 uur (monster 2), om 10.40 uur (monster 3), om 13.10 uur (monster 4), om 17.00 uur (monster 5); om 20.30 uur (monster 6) en om 23.20 uur (monster 7).
Op school wordt het zuurstofgehalte van het water in de potjes bepaald. Het zuurstofgehalte wordt uitgedrukt in kPa (kilopascal}.
Het zuurstofgehalte van het eerste monster blijkt 10 kPa te zijn en dat van het tweede monster 12 kPa. Van het derde monster kon hij het zuurstofgehalte niet bepalen, omdat hij het potje heeft laten vallen. Het zuurstofgehalte van het vierde monster blijkt 34 kPa te zijn, dat van het vijfde monster 38 kPa en van het zesde monster 29 kPa en dat van het zevende monster 18 kPa.
Geef in dit vak de resultaten van dit onderzoek op een overzichtelijke wijze weer (in een schema).
afbeelding
2/3 Wateronderzoek.
Zie figuur A 649 van de bijlage.
Geef het verband tussen het tijdstip van de dag en het zuurstofgehalte van het vijverwater in een diagram weer.
afbeelding
3/3 Wateronderzoek.
De leerling vindt de resultaten niet betrouwbaar genoeg. Hij wil zijn onderzoek verbeteren.
Beschrijf twee manieren waarop hij het onderzoek kan verbeteren, zodat de gegevens over het zuurstofgehalte van het vijverwater betrouwbaarder worden.
De leerling kan zijn onderzoek verbeteren door:
1.
2.
1/4 Zuurstof in de Theems.
Zie figuur B 1094 van de bijlage.
Op de rivier de Theems bij Londen vaart soms een bijzondere boot. De boot beschikt over tanks met zuurstof. De zuurstof wordt in het vervuilde water van de rivier geblazen om de visstand op peil te houden. In de Thames leven onder andere voorns.
Verandert door het inbrengen van zuurstof onmiddellijk een abiotische factor voor de voorns in de Theems?
En verandert onmiddellijk een biotische factor voor de voorns?
afbeelding
2/4 Zuurstof in de Theems.
Met welke organen halen voorns zuurstof uit het water?
3/4 Zuurstof in de Theems.
Het zuurstofverbruik van voorns in water uit de Theems bij Londen is gemeten tijdens een zomer en een winter. Dagelijks is het zuurstofverbruik tussen tien en twaalf uur 's ochtends gemeten. Het zuurstofverbruik in de zomer is hoger dan in de winter.
Over het gemeten zuurstofverbruik worden twee beweringen gedaan:
I. Het zuurstofverbruik in de zomer is hoger, doordat de vissen dan meer energie nodig hebben om hun lichaam op temperatuur te houden.
II. In de zomer zijn de voorns door de hogere temperatuur actiever dan in de winter.
4/4 Zuurstof in de Theems.
Verandert gedurende een bepaald jaar door het inbrengen van zuurstof het zelfreinigend vermogen van het water van de Theems?
En verandert door het inbrengen van zuurstof in één jaar de soortensamenstelling in de Theems?
afbeelding
1/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.
In de figuur is een voedselnet aangegeven.
Bedenk zelf een omnivoor die in dit voedselnet zou passen. Leg je antwoord uit.
afbeelding