Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 14 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

14

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Processen betrokken bij spijsvertering.

Hieronder worden enkele processen genoemd, die een rol spelen bij de spijsvertering van de mens.

1. Productie van spijsverteringsenzymen door de darmwandklieren.
2. Opname van voedingsstoffen in het bloed.
3. Opname van water uit de darminhoud.
4. Afbraak van plantenresten door bacteriën.

Welke van deze processen kunnen plaatshebben in de dikke darm?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Voor een bepaald deel van het darmkanaal van de mens geldt:

1. er worden door bacteriën enzymen aan het voedsel toegevoegd.
2. er wordt water aan het voedsel onttrokken.
3. er bevinden zich in de wand geen spijsverteringsklieren.

Op welk deel van het darmkanaal is dit van toepassing?

Spijsvertering

Dikke darm bij de mens.

Drie uitspraken over de dikke darm bij de mens zijn:

1. in de dikke darm vindt vertering plaats,
2. vanuit de dikke darm wordt cellulose in het bloed opgenomen,
3. vanuit de dikke darm wordt water in het bloed opgenomen.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Spijsvertering

Dikke darm.

Over de dikke darm van een mens worden de volgende beweringen gedaan:

1. In de dikke darm vindt resorptie van water plaats.
2. De dikke darm produceert darmsap waardoor de vertering voltooid wordt.
3. In de dikke darm komen bacteriën voor die de afbraak van voedselresten bewerkstelligen.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Spijsvertering

Spijsverteringskanaal.

In het lichaam van de mens komen vaak bepaalde amoeben voor, die zich met bacteriën voeden.

Op welke plaats in het spijsverteringskanaal worden deze amoeben vooral aangetroffen?

Spijsvertering

Vezelrijke voedingsmiddelen.

Vezelrijke voedingsmiddelen zijn plantaardige voedingsmiddelen die veel cellulose bevatten. Deze voedingsmiddelen worden nogal eens aanbevolen, omdat ze goed zijn voor de activiteit van het darmkanaal.
Als mogelijke verklaringen voor deze gunstige invloed worden genoemd:

1. cellulose is gemakkelijk verteerbaar,
2. cellulose is een eiwit dat zelf als enzym kan werken in het darmkanaal en daardoor de vertering bevordert,
3. cellulose is vrijwel onverteerbaar, waardoor de bewegingen van het darmkanaal worden bevorderd.

Welke verklaring is of welke verklaringen zijn juist?

Spijsvertering

Hardlopen.

Een ongetrainde loper krijgt na enige tijd hardlopen pijn in zijn zij. Opgehoopt gas wordt wel als verklaring voor het ontstaan van deze pijn genoemd. Dit gas wordt door bacteriën gevormd en door het hardlopen hoopt het zich op in een bepaald deel van het spijsverteringskanaal. Normaal wordt het gevormde gas via het bloed afgevoerd. Bij hardlopen is de doorbloeding van het spijsverteringskanaal geringer dan normaal.
Drie delen van het spijsverteringskanaal zijn de dikke darm, de dunne darm en de maag.

In welk deel van het spijsverteringskanaal is de kans op een dergelijke ophoping van gas tijdens het hardlopen het grootst?

Spijsvertering

Dikke darm.

Over de dikke darm van een mens worden de volgende beweringen gedaan:

1. In de dikke darm vindt resorptie van water plaats.
2. De dikke darm produceert darmsap waardoor de vertering voltooid wordt.
3. In de dikke darm komen bacteriën voor die de afbraak van voedselresten bewerkstelligen.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Spijsvertering

1/5 Ongewenste geluiden.

Een hoeveelheid lucht of gas kan (on)gewild vanuit de maag door de keel ontsnappen, hetgeen gepaard gaat met een hoorbaar geluid.
We noemen dat een 'boer'. In medische terminologie wordt een boer aangeduid als 'ructus'. In de darm wordt tijdens het verteringsproces gas gevormd.

Voorbeelden van darmgassen zijn koolstofdioxide (CO2 ) en methaan (CH4 ). Deze gassen zijn reukloos, worden voor een klein deel in de dikke darm geresorbeerd en komen via de bloedbaan in de longen vanwaar zij worden uitgeademd.

De samenstelling en de hoeveelheid van de in de darm geproduceerde gassen hangen voor een groot deel af van de samenstelling van de voeding, met name van het gebruik van plantaardig voedsel.
Per dag wordt in de darm ongeveer 600 mL gas gevormd, waarvan een groot deel het lichaam via de anus verlaat met de ontlasting of door 'winden'. Een klein deel ontsnapt naar de maag en kan vandaar als 'boer' naar buiten komen.

Een methaanmolecuul wordt in het eerste deel van de dikke darm geresorbeerd en gaat via de kortste weg naar de longen.

Via welke bloedvaten en via welke delen van het hart zal dit methaanmolecuul van de dikke darm naar de longen gaan?




-

Spijsvertering

2/5 Ongewenste geluiden.

Tijdens de spijsvertering kunnen stikstofhoudende gassen gevormd worden.

Van welke voedingsstof of van welke voedingsstoffen is deze stikstof voornamelijk afkomstig?

Spijsvertering

3/5 Ongewenste geluiden.

Een hoeveelheid lucht of gas kan (on)gewild vanuit de maag door de keel ontsnappen, hetgeen gepaard gaat met een hoorbaar geluid.
We noemen dat een 'boer'. In medische terminologie wordt een boer aangeduid als 'ructus'.
In de darm wordt tijdens het verteringsproces gas gevormd.
Voorbeelden van darmgassen zijn koolstofdioxide (CO2 ) en methaan (CH4 ).
Deze gassen zijn reukloos, worden voor een klein deel in de dikke darm geresorbeerd en komen via de bloedbaan in de longen vanwaar zij worden uitgeademd.
De samenstelling en de hoeveelheid van de in de darm geproduceerde gassen hangen voor een groot deel af van de samenstelling van de voeding, met name van het gebruik van plantaardig voedsel.
Per dag wordt in de darm ongeveer 600 mL gas gevormd, waarvan een groot deel het lichaam via de anus verlaat met de ontlasting of door 'winden'.

Een klein deel van het tijdens de spijsvertering geproduceerde gas ontsnapt naar de maag en komt vervolgens als 'boer' naar buiten.

Leg uit waardoor in de tekst het overgaan van het gas vanuit de darm naar de maag omschreven wordt met 'ontsnappen'.




-

Spijsvertering

4/5 Ongewenste geluiden.

Methaan en koolstofdioxide zijn beide reukloos.
Maar 'winden' zijn dat meestal niet.
Dit houdt in dat behalve de genoemde gassen, er ook nog andere gassen gevormd worden.
Onderzoek heeft uitgewezen dat kwalijk riekende gassen, zoals indol en skatol, via de anus het lichaam kunnen verlaten.
Deze gassen worden door rottingsbacteriën gevormd.

Hoe en waar ontstaan deze gassen?

Spijsvertering

5/5 Ongewenste geluiden.
Zie figuur A 993 van de bijlage.

Een aantal uren na de maaltijd vult de dikke darm zich met voedselresten, afbraakproducten uit de gal, water en zouten. Het verwijderen van deze resten wordt defecatie genoemd en wordt deels bewust, deels onbewust via het zenuwstelsel geregeld (zie de afbeelding).
Op het einde van de endeldarm bevinden zich twee sluitspieren.

Als een kind nog niet zindelijk is, zorgt de druk in de gevulde endeldarm ervoor dat de binnenste sluitspier ontspant, zodat de darm geledigd wordt. De betrokken zenuwbanen lopen via het onderste deel van het ruggenmerg. De werking van deze spier gebeurt dus onbewust. Als een kind zindelijk is, worden zowel de binnenste als de buitenste sluitspier gebruikt. De zenuwbanen naar de buitenste sluitspier komen van de hersenschors.

Hoe leert een kind tijdens het zindelijk worden zijn ontlasting op te houden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Oorlog in de darm.

Op de site van Noorderlicht stond het volgende stukje van een artikel:
Miljarden bacteriën houden ons dag en nacht gezelschap. Ze bewonen onze darmen, huid, mond en neus. Vaak levert deze samenleving voordelen voor beide organismen op. Zo voorzien de bacteriën in onze darmen ons van een voorraadje vitamine K, als dank voor de voedselresten die wij niet hebben opgenomen. Vitamine K speelt een rol bij de bloedstolling.

In de tekst wordt aangegeven dat darmbacteriën een nuttige functie kunnen vervullen voor de gastheer. Zij spelen onder andere een rol bij de vorming van vitamine K. Bacteriële infecties worden bestreden met antibiotica. Bij overmatig gebruik van antibiotica worden echter naast de schadelijke bacteriën ook veel nuttige darmbacteriën gedood.

Welk van de volgende verschijnselen kan het gevolg zijn van zo'n verstoring van de darmflora?