Oefentoets Biologie: Gedrag - Territorium | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag bij dieren

1/2 Roodborstjes.
Zie figuur B 5338 van de bijlage.

Roodborstjes zijn vogeltjes die in Nederland bijna overal voorkomen.
Ze hebben hun territoria in bossen, maar ook in parken en tuinen in de stad.

Klik hiernaast op de afbeelding.

In die afbeelding zijn de territoria van roodborstjes in een bepaald gebied weergegeven in de maanden april en december van hetzelfde jaar.

Noem twee verschillen tussen de territoria in april en in december.

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

2/2 Roodborstjes.
Zie figuur B 5338 van de bijlage.

Welke vorm van sociaal gedrag vertonen de roodborstjes wél in april, maar niet in december? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Kokmeeuwengedrag.
Zie figuur C 325 van de bijlage.

Wanneer een kokmeeuw vluchtgedrag vertoont, is er een andere houding van het dier te zien dan wanneer de meeuw wil aanvallen. Onderzoekers hebben allerlei houdingen van de kokmeeuw bestudeerd. In de afbeelding zijn voorbeelden van zulke houdingen weergegeven.
Van links naar rechts neemt het aanvalsgedrag toe.
Van boven naar beneden neemt het vluchtgedrag toe.
Houding 1 van de meeuw wordt vergeleken met de andere houdingen.

Welk cijfer geeft een houding aan die een even sterk aanvalsgedrag aangeeft als houding 1, maar een sterker vluchtgedrag?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

De hond uitlaten.

Jan laat zijn hond regelmatig uit. Tijdens de wandeling plast de hond een klein beetje tegen bijna elke lantaarnpaal die ze tegenkomen.

Tot welk type gedrag behoort dit plasgedrag van de hond?

Gedrag

De hond uitlaten.

Jan laat zijn hond regelmatig uit. Tijdens de wandeling plast de hond tegen bijna elke lantaarnpaal die ze tegenkomen.

Wat is de functie van dit plasgedrag van de hond?

Gedrag

Vogelgedrag.
Zie figuur B 4484 van de bijlage.

Een mannetje van een bepaalde vogelsoort is in zijn territorium tijdens de paartijd aan het zingen. Hij heeft nog geen vrouwtje.
In het gebied waarin het territorium ligt, bevinden zich nog vier andere vogels:
vogel P: een mannetje van dezelfde soort in zijn eigen territorium;
vogel Q: een mannetje van dezelfde soort dat geen eigen territorium heeft;
vogel R: een vrouwtje van dezelfde soort zonder mannetje;
vogel S: een mannetje van een andere soort die ook in de paartijd zingt.

In de afbeelding wordt weergegeven waar de verschillende vogels zich bevinden in het gebied.

Hieronder staan vier verschillende gedragingen.

Vul de letters van de vogels in bij het gedrag dat ze vertonen als reactie op het zingende mannetje. Gebruik elke letter eenmaal.

De vogel wordt gelokt naar het territorium van het zingende mannetje. letter [invulveld]
De vogel gaat ook zingen. letter [invulveld]
De vogel wordt weggejaagd door het zingende mannetje. letter [invulveld]
De vogel reageert niet op het zingende mannetje. letter [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Gedrag

1/3 De zang van roodborstjes.
Zie figuur A 785 van de bijlage.

Roodborstjes zingen om hun territorium aan te geven en om een partner te lokken. Er wordt van april tot juli gebroed. Zodra het vrouwtje de eieren heeft gelegd, blijft ze elf tot veertien dagen op het nest zitten. In die tijd wordt ze door het mannetje gevoerd.
In de afbeelding is de zang van roodborstjes gedurende het jaar weergegeven.

In een bepaalde periode van het jaar hebben mannetjes en vrouwtjes elk hun eigen territorium.

In welke maanden hebben de roodborstjes elk hun eigen territorium? Leg je antwoord uit met behulp van de bovenstaande informatie.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/3 De zang van roodborstjes.

Wat is de functie van de zang van het mannetje in februari?

Gedrag

3/3 De zang van roodborstjes.
Zie figuur A 785 van de bijlage.

Vooral de vrouwtjes bebroeden de eieren.

Waaraan kun je dat zien? Leg je antwoord uit met behulp van de afgebeelde grafiek.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

1/3 Zebravissen.
Zie figuur B 4358 van de bijlage.

Zebravissen zijn tropische zoetwatervissen. Als er voldoende ruimte is, hebben mannetjes een territorium. In de voortplantingstijd vormt een mannetje dat een territorium heeft, een paartje met een vrouwtje. Daarna verdedigen ze allebei het territorium.
Tussen twee vissen die een paartje vormen, is de afstand kleiner dan tussen zebravissen die geen paartje vormen. Wanneer een paartje eieren of jongen heeft, worden die bewaakt en verzorgd door beide ouders.

Er wordt een onderzoek gedaan naar paarvorming.
De onderzoeker maakt voor zijn waarnemingen gebruik van:
- een aquariumbak van 1 meter lang met op het glas aan de voorkant een verdeling in gelijke vakken (zie de afbeelding B 4358)
- gemerkte mannetjesvissen,
- gemerkte vrouwtjesvissen,
- vellen papier waarop de verdeling nagetekend is, zoals die op het glas zijn aangebracht.

De onderzoeker brengt de vissen in het aquarium. Gedurende twee weken wordt elke dag bepaald, welke vissen een paartje hebben gevormd.

Wat zal de onderzoeker tijdens die twee weken noteren op de vellen papier om te kunnen bepalen of twee vissen een paartje hebben gevormd?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/3 Zebravissen.
Zie figuur C 383 van de bijlage.

Na twee weken worden de vissen weer uit het aquarium verwijderd. Vier andere zebravissen worden in het aquarium losgelaten: twee vrouwtjes en twee mannetjes. In de twee weken hierna wordt genoteerd welke paren er worden gevormd. Ook worden de territoriumgrenzen bepaald. De resultaten worden weergegeven in de de afbeelding.

Geef een verklaring voor het verschil in territoriumgrootte van paartje 1 in situatie 3 en in situatie 4.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

3/3 Zebravissen.

Wanneer er in een aquarium veel zebravissen worden gehouden, planten ze zich niet voort.

Geef een verklaring voor het ontbreken van voortplanting in een aquarium met veel zebravissen.