Oefentoets Biologie: Voortplanting - plant_bevruchting | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Deze oefentoets bevat 31 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

31

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Processen in een bloem.

In een bloem kunnen de volgende processen optreden:

1. reductiedeling,
2. zelfbestuiving,
3. bevruchting,
4. productie van mannelijke voortplantingscellen,
5. productie van vrouwelijke voortplantingscellen.

Een plant heeft alleen bloemen zonder meeldraden, maar met stampers.

Welke van bovenstaande processen kunnen in deze bloemen optreden?

Voortplanting

Stempel & stuifmeelkorrels.

Is een stempel een deel van een meeldraad of niet?
Ontstaan stuifmeelkorrels in vrouwelijke voortplantingsorganen of niet?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Stempel & stuifmeelkorrels.

I. Een stempel is een deel van een meeldraad.
II. Stuifmeelkorrels ontstaan in mannelijke voortplantingsorganen.

Voortplanting

Een bloeiende tulp
Zie figuur B 781 van de bijlage.

De tekening stelt een bloeiende tulp voor.

In welk of in welke van de aangegeven delen kan geslachtelijke voortplanting plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bescherming tegen zelfbestuiving.

Als gedeeltelijke bescherming tegen zelfbestuiving hebben sommige planten

Voortplanting

Een bloem en ontwikkeling tot zaad.
Zie figuur B 563 van de bijlage.

De tekening stelt een bloem voor.

Welk van de aangegeven delen kan zich tot een zaad ontwikkelen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Een bloem en ontwikkeling tot zaad.
Zie figuur B 555 van de bijlage.

De tekening stelt een doormidden gesneden bloem voor.

Welk deel kan of welke delen kunnen uitgroeien tot een zaad?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Processen in de bloem van een zaadplant.

In de bloem van een zaadplant kunnen onder andere de volgende processen plaatsvinden.

1. de vorming van eicellen;
2. de vorming van stuifmeelkorrels;
3. de bevruchting.

Welk(e) van deze processen vindt (vinden) in de stamper plaats?

Voortplanting

Bevruchting in een zaadplant.

In welk deel van een zaadplant vindt bevruchting plaats?

Voortplanting

Bevruchting in een orgaan van een bloem.
Zie figuur B 1828 van de bijlage.

De tekening stelt een orgaan van een bloem voor.

In welk deel vindt bevruchting plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bevruchting van vier zaadknoppen.

In een vruchtbeginsel van een bepaalde zaadplant bevinden zich vier zaadknoppen. Alle aanwezige eicellen worden bevrucht.

Hoeveel stuifmeelkorrels zijn hiervoor nodig geweest?

Voortplanting

De navelstreng in een zaadknop.

Als een zaad nog niet rijp is, heeft het een navelstreng.

Deze navelstreng dient voor het doorlaten van

Voortplanting

Ontwikkeling van een zaadbeginsel.

Bij zaadplanten begint de ontwikkeling van een zaadbeginsel (tot zaad) direct nadat

Voortplanting

Veranderingen in de stamper.

Welke van onderstaande veranderingen treedt in de stamper op, nadat een eicel bevrucht is?

Voortplanting

Ontwikkeling van een kiempje.
Zie figuur B 754 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een stamper voor.

In welk van de aangegeven delen kan zich een kiempje ontwikkelen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Kernen uit stuifmeel en eicel.

Direct nadat bij een zaadplant kernen uit stuifmeel en eicel met elkaar zijn versmolten, begint de ontwikkeling van

Voortplanting

Een aardappel, een komkommer, een krop sla en een ui.

Vier voedingsmiddelen van de mens zijn: een aardappel, een komkommer, een krop sla en een ui.

Welk van deze voedingsmiddelen is rechtstreeks ontstaan uit een vruchtbeginsel?

Voortplanting

De bevruchting bij een zaadplant.

De bevruchting bij een zaadplant is voltooid als

Voortplanting

Het moment van de bevruchting.

Bij planten met bloemen heeft de bevruchting plaats op het moment dat

Voortplanting

De vorming van een stuifmeelbuis.
Zie figuur B 783 van de bijlage.

De afbeelding stelt een doorsnede van een bloem voor.
Er vindt bestuiving plaats.

In welk deel begint daarna de vorming van een stuifmeelbuis?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Ontwikkeling van een vrucht.

Uit welk van onderstaande delen van een bloem kan zich een vrucht ontwikkelen?

Voortplanting

Vliezen om het zaadbeginsel van een plant.

Het zaadbeginsel van een plant is voor een deel omgeven door vliezen. Op een bepaald punt zit er in deze vliezen een opening.

Deze opening dient voor het doorlaten van

Voortplanting

Lengtedoorsnede van een appelbloem.
Zie figuur B 645 van de bijlage.

De tekening stelt een in de lengte doorgesneden bloem van een appelboom voor.

Welk deel van de appel ontwikkelt zich of welke delen ontwikkelen zich na de bevruchting uit S?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bevruchting bij een zaadplant.

Bevruchting vindt bij een zaadplant plaats op het ogenblik dat

Voortplanting

Het uitgroeien tot een zaad.

Welk deel van een zaadplant kan uitgroeien tot een zaad?

Voortplanting

Een doorgesneden paprika.
Zie figuur B 3551 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorgesneden paprika getekend.

Is er bij de vorming van deze paprika slechts één vruchtbeginsel betrokken geweest of zijn er meerdere vruchtbeginsels bij betrokken geweest?
En is er bij de vorming van deze paprika slechts één zaadbeginsel betrokken geweest of zijn er meerdere zaadbeginsels bij betrokken geweest?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Pitten, klokhuis en vruchtvlees van een appel.
Zie figuur B 441 van de bijlage.

Aan een wilde appelboom hangen appels. In de appels bevinden zich pitten. Het klokhuis van een appel ontstaat uit een ander deel van de bloem dan het vruchtvlees van een appel.

Gegeven de volgende delen van een bloem of vrucht:

1. eicellen,
2. stuifmeelkorrels,
3. de bloembodem,
4. zaadbeginsels,
5. het kroontje,
6. het vruchtbeginsel,
7. stampers,
8. meeldraden.

Uit welke van de aangegeven delen ontstaan pitten, klokhuis en vruchtvlees.

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bloei.
Lees de tekst hieronder.

Rozen bloeien op zetmeel
Tot teleurstelling van de koper komen rozen soms niet uit in de vaas, maar verdrogen ze. De kans op pech met een bos rozen wordt echter een stuk kleiner. Het Sprenger Instituut te Wageningen heeft een test ontwikkeld waarmee bloemenveilingen van tevoren kunnen vaststellen of rozen uit komen. Als een roos gaat bloeien, strekken de cellen zich in de bloemknop. Dat doen ze door water aan te zuigen. Het gewicht van de bloemknop wordt dan zeven keer zo hoog. Het opzuigen van water kost energie die de plant put uit de bloembladeren. Onderzoekers van het Sprenger Instituut hebben ontdekt dat de bloem overschakelt op een reserve energiebron als de suiker in de bloembladeren op is. Die bron is de zetmeel in de groene kelkbladeren. Als die bron niet toereikend is, zal de bloem zich niet mooi ontvouwen. Dit probleem doet zich vooral voor bij (te) vroeg gesneden rozen. Daarvan bevat de knop te weinig zetmeel. Keurmeesters op de veilingen accepteren een partij te jong gesneden rozen niet. Daarbij gaan ze af op het uiterlijk van de plant. Maar een dergelijke beoordeling heeft zijn zwakke kanten. De keurmeester komen in de problemen als ze te vroeg gesneden rozen krijgen aangeboden die op water zijn nagerijpt. De bloemknoppen lijken heel wat maar de bloem bevat te weinig zetmeel om tot bloei te komen. Het Sprenger Instituut heeft een eenvoudige methode ontwikkeld om vast te stellen of een roos kan bloeien. De keurmeester moet een kroonblaadje van de roos plukken en dat blad in een testvloeistof dompelen. Die vloeistof bevat jodium, dat zetmeel korrels donker blauw kleurt. De intensiteit van de kleur is een maat voor de hoeveelheid zetmeel en geeft uitsluitsel of de roos al dan niet zal bloeien. Met deze objectieve methode is volgens het Sprenger Instituut vrijwel uit te sluiten dat rozen worden verkocht die niet uitkomen in de vaas.

Naar aanleiding van de tekst wordt een aantal beweringen gedaan.
Kruis aan of welke bewering juist is of welke beweringen juist zijn.

1. In de kroonbladeren van de roos zit alleen suiker opgeslagen, in de kelkbladeren zit alleen zetmeel opgeslagen.
2. In een bloemknop van de roos kan alleen voldoende zetmeel gevormd worden als de bloem aan de plant vastzit.
3. Een bloemknop kan alleen opzwellen als de roos in een vaas met water staat en niet te vroeg gesneden is.
4. Er wordt veel werk verzet op de bloemenveiling, want de keurmeester moet bij iedere roos de jodiumproef doen.
5. Keurmeesters zien geen verschil tussen te vroeg gesneden en op water nagerijpte rozen- en op tijd gesneden rozen.

Voortplanting

1/2 Vruchten en zaden.
Zie figuur B 5928 van de bijlage.

Iemand onderzoekt een meloen. Hij haalt alle zaden eruit. Dat blijken er 420 te zijn.

Hoeveel zaadbeginsels zaten er minstens in het vruchtbeginsel van deze meloen?
Dat zijn er ....

[invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Vruchten en zaden.

Na het bestuderen van de zaden concludeert de onderzoeker dat de meloen bevrucht is door 300 stuifmeelkorrels.

Hoe heeft hij dat kunnen zien?