Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Sommige vrouwen kunnen niet op een natuurlijke manier zwanger worden. Als andere middelen niet werken, kan men een reageerbuisbevruchting overwegen. Bij deze methode worden eicellen uit een eierstok van de vrouw gehaald en in een 'reageerbuis' bevrucht. Men laat de eicellen een aantal malen delen waardoor klompjes cellen ontstaan. Enkele van deze klompjes eicellen worden bij de vrouw ingebracht. Sommige vrouwen kunnen op deze manier zwanger worden.
In de tekst staat dat klompjes cellen worden ingebracht bij de vrouw.
In welk orgaan moeten de klompjes cellen worden ingebracht om te kunnen ontwikkelen?
Voortplanting
2/2 Zwanger worden.
Een andere methode om zwanger te worden is kunstmatige inseminatie. Bij deze methode wordt kort na een ovulatie sperma van een man bij een vrouw ingebracht. Twee echtparen blijken niet op natuurlijke wijze een kind te kunnen krijgen. Bij een van de vrouwen, Anja, blijken eicellen niet door de eileiders te kunnen. De andere vrouw, Suzette, heeft een chronische (= blijvende) ontsteking van de baarmoeder. Hierdoor kan geen innesteling plaatsvinden.
Kan Anja zwanger worden en een kind krijgen door een reageerbuisbevruchting en/of door een kunstmatige inseminatie? En Suzette?
afbeelding
Voortplanting
1/4 Bekkeninstabiliteit. Zie figuur B 2910 van de bijlage.
In de afbeelding is onder andere het bekken met de heupgewrichten weergegeven. Op de plaatsen P, Q en R zijn de botten van het bekken met elkaar verbonden. Gewoonlijk zijn deze verbindingen weinig beweeglijk. Aan het eind van de zwangerschap worden de stevige banden, die de botten bij elkaar houden, slapper onder invloed van hormonen. Het bekken is dan makkelijker te vervormen.
Leg uit welk voordeel het heeft, dat het bekken dan makkelijker te vervormen is.
afbeelding
Voortplanting
2/4 Bekkeninstabiliteit. Zie figuur B 2910 van de bijlage.
In de afbeelding van het bekken zijn ook de heupgewrichten te zien.
Is een heupgewricht een kogelgewricht, een rolgewricht of een scharniergewricht?
afbeelding
Voortplanting
3/4 Bekkeninstabiliteit. Zie figuur B 2911 van de bijlage.
Op plaats R in de afbeelding van het bekken bevindt zich kraakbeen.
In de afbeelding staan drie tekeningen van een stukje weefsel, bekeken door een microscoop.
Welke tekening geeft kraakbeenweefsel weer? Schrijf het nummer op.
nummer [invulveld]
afbeelding
Voortplanting
4/4 Bekkeninstabiliteit. Zie figuur B 2912 van de bijlage.
Als de banden ook na de zwangerschap slap blijven, is het gevolg ernstige pijn in de onderrug en in het bekken. Dit wordt bekken-instabiliteit genoemd. Meestal gaat bekken-instabiliteit vanzelf over. Soms is echter de hulp van een fysiotherapeut nodig. Deze geeft dan verschillende adviezen, bijvoorbeeld over de manier waarop het kind opgetild moet worden.
In onderstaande afbeelding zijn drie manieren getekend om een peuter op te tillen.
Welke tekening geeft de beste manier aan om een peuter op te tillen, als rekening gehouden wordt met het zo min mogelijk belasten van de rug? Schrijf het nummer op.
nummer [invulveld]
afbeelding
Voortplanting
1/4 Placenta. Zie figuur B 3213 van de bijlage.
In een boek staat de volgende informatie: Soms groeit de placenta op een verkeerde plaats in de baarmoeder.
Zie figuur B 3213 van de bijlage.
Dit is in de afbeelding weergegeven. Tijdens de zwangerschap neemt het gewicht van de placenta snel toe.
afbeelding
De geboorte van een kind met een 'verkeerde' placenta gaat moeilijk.
Leg dit met de bovenstaande informatie uit.
afbeelding
Voortplanting
2/4 Placenta.
Noem een taak van de placenta.
Voortplanting
3/4 Placenta. Zie figuur B 3213 van de bijlage.
Wat is de naam van deel P uit de afbeelding?
Dit deel heet de/het [invulveld]
afbeelding
Voortplanting
4/4 Placenta. Zie figuur B 3214 van de bijlage.
Hieronder is de groei van de placenta tijdens de zwangerschap weergegeven.
afbeelding
Zet deze gegevens uit in het staafdiagram van de afbeelding.
afbeelding
Voortplanting
1/2 In verwachting.
Marlies is in verwachting.
Vindt tijdens de zwangerschap regelmatig menstruatie plaats? En vindt tijdens de zwangerschap regelmatig ovulatie plaats?
Voortplanting
2/2 In verwachting.
Aan het eind van de zwangerschap verliest Marlies ineens al het vruchtwater.
Welk gevolg heeft dit voor de baby?
Voortplanting
1/2 Zwangerschap. Zie figuur B 3729 van de bijlage.
In de afbeelding is een zwangerschap weergegeven.
Wat is de naam van orgaan P?
P is de [invulveld]
afbeelding
Voortplanting
2/2 Zwangerschap.
Vóór het ontstaan van de zwangerschap, is de eicel bevrucht.
In welk deel van het voortplantingsstelsel heeft de bevruchting plaatsgevonden?
In de [invulveld]
Voortplanting
1/4 Zwanger. Zie figuur B 3196 van de bijlage.
In de afbeelding is onder andere een deel van een zwangere vrouw schematisch weergegeven.
In de baarmoeder bevindt zich orgaan P.
Wat is de naam van orgaan P?
Dit is de/het [invulveld]
afbeelding
Voortplanting
2/4 Zwanger. Zie figuur B 3196 van de bijlage.
Leg met de afbeelding uit dat zwangere vrouwen vaker moeten plassen dan niet-zwangere vrouwen.
afbeelding
Voortplanting
3/4 Zwanger.
In welk deel van de geslachtsorganen heeft de bevruchting plaatsgevonden?
Voortplanting
4/4 Zwanger.
Zwangere vrouwen worden vaker door muggen gestoken dan vrouwen die niet zwanger zijn. Sommigen denken dat muggen worden aangetrokken door koolstofdioxide. Zwangere vrouwen blijken 20% meer koolstofdioxide uit te ademen dan niet zwangere vrouwen.
Geef een verklaring voor het feit dat zwangere vrouwen meer koolstofdioxide uitademen dan niet-zwangere vrouwen.
Voortplanting
1/3 Zwangerschap en geboorte. Zie figuur B 3219 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het voortplantingsstelsel van een zwangere vrouw weergegeven.
In welk deel vond de bevruchting plaats?
afbeelding
Voortplanting
2/3 Zwangerschap en geboorte.
Aan het eind van de zwangerschap trekken spieren rond de baarmoeder zich samen. Dit helpt bij de geboorte van het kind.