Oefentoets Biologie: Biologie algemeen | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Biologie algemeen

Organisatie.

Delen van een organisme zijn onder andere een cel, een orgaan, een organel en een weefsel.

Welk van deze delen is het grootst?
En welk is het kleinst?

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

Organisatie.

In een organisme komen onder andere cellen, organellen, organen, organenstelsels en weefsels voor.

Wat is de juiste volgorde van deze delen, van groot naar klein?

Biologische begrippen

1/3 ECHOSCOPIE IN OPSPRAAK.

Dat echoscopisch onderzoek mogelijk ook nadelige effecten op de ongeborene zou kunnen hebben, was kort geleden nog niet aan de orde. Vijfentwintig jaar onderzoek had immers geen harde aanwijzingen van negatieve bijwerkingen opgeleverd. Vandaar dat deze medische techniek altijd als veilig werd beschouwd. Geen wonder dus dat het artikel in het Britse medische vaktijdschrift The Lancet van 9 oktober 1993 opschudding veroorzaakte onder gynaecologen en aanstaande ouders.
Daarin wordt de mogelijkheid geopperd dat veelvuldig echoscopisch onderzoek tijdens de zwangerschap wel eens zou kunnen leiden tot een lager geboortegewicht. Vooral wanneer vijf of meer echo's worden gemaakt is dit risico aanwezig, concludeert een team van Australische artsen na een grootschalig onderzoek onder 2800 zwangere vrouwen.
Het onderzoek was eigenlijk opgezet om de positieve effecten van regelmatig terugkerend echoscopisch onderzoek te beoordelen. De onderzoekers gingen namelijk uit van de veronderstelling dat het met tussenpozen maken van meerdere echo's de artsen de mogelijkheid zou bieden om groeivertraging van de foetus in een vroeg stadium op te sporen en zo mogelijk te verhelpen. Dit bleek echter niet het geval.
In plaats van medische winst constateerden de onderzoekers eerder verlies. In vergelijking met de vrouwen die slechts een echo hadden gehad in de achttiende week van hun zwangerschap, werden er bij de vrouwen met vijf echo's of meer twee keer zoveel kinderen met een groeiachterstand geboren. Omdat de twee groepen vrouwen uiterst zorgvuldig geselecteerd waren op hun vergelijkbaarheid (leeftijd, leefstijl, lengte, gewicht, ras, gezondheid, conditie, enzovoort), vonden de onderzoekers geen andere verklaring voor deze uitkomst dan dat het iets met de echo's te maken zou hebben. Zij benadrukken dat in beide groepen evenveel gerookt werd tijdens het onderzoek. Van roken is immers bekend dat het een negatief effect heeft op het geboortegewicht van een kind.

Zie volgende scherm.

Biologie algemeen

Organisatie.

In een organisme komen onder andere cellen, organellen, organen en weefsels voor.

Wat is de juiste volgorde van deze delen, van groot naar klein?

Celleer

1/2 Menselijke cel

Menselijke cel ontwikkeld in laboratorium.

Amerikaanse onderzoekers zijn erin geslaagd embryonale stamcellen van de mens in het laboratorium te kweken om ze te laten doorgroeien tot speciale celsoorten. Het is een eerste stap op weg naar de mogelijkheid tot het transplanteren van grote aantallen gespecialiseerde cellen zoals hartspier-, alvleesklier- en hersencellen. Ook opent zich de mogelijkheid tot het creëren van celbanken voor basaal wetenschappelijk onderzoek en het ontwikkelen en testen van nieuwe medicijnen. Een groep onderzoekers van de universiteit van Wisconsin onder leiding van James Thomson heeft zijn resultaten gepubliceerd in Science.
Een tweede groep, van de John Hopkins University in Baltimore onder leiding van John Gearhart, komt maandag met zijn resultaten naar buiten in de Proceedings of the National Academy of Sciences. Thomsons groep ging uit van zeer jonge embryonale cellen, blastocysten genoemd, afkomstig van embryo's die waren 'overgebleven' na een ivf-behandeling. Gearharts groep werkte met de nog primitieve geslachtscellen van geaborteerde foetussen. Embryonale stamcellen en embryonale kiemcellen zijn nog niet gespecialiseerde cellen met een krachtig groeipotentieel, die 'nog alle kanten uit kunnen'. In een bepaald stadium van de embryonale ontwikkeling gaat de stamcel zich differentiëren tot bijvoorbeeld een spiercel, een huidcel of een zenuwcel, een stap in z'n ontwikkeling die onomkeerbaar is.
Thomson en Gearhart wijzen erop dat er nog wel tien jaar kan duren voordat deze technische doorbraak praktische toepassing krijgt bij patiënten.

(De Volkskrant, 7 november 1998).

Zie volgende scherm

Biologie algemeen

Drinkwatercontrole.

Het drinkwater in Nederland wordt zorgvuldig gecontroleerd op de aanwezigheid van bacteriën. Volgens de wet mag 1 ml drinkwater niet meer dan 100 bacteriën bevatten. Een onderzoek naar het gehalte aan bacteriën in het drinkwater vindt als volgt plaats. Een bepaalde hoeveelheid drinkwater wordt zodanig verdund met gesteriliseerd water dat drie verschillende verdunningen worden verkregen: 1 op 10, 1 op 100 en 1 op 1000. Van het onverdunde drinkwatermonster wordt op vijf petrischalen met gesteriliseerde voedingsbodems steeds 0,1 ml gebracht. Datzelfde gebeurt met elke verdunning, zodat in totaal 20 petrischalen worden gebruikt. Na een aantal dagen wordt het aantal bacteriekolonies geteld dat op elke petrischaal is verschenen. Enkele leerlingen hebben een dergelijk onderzoek uitgevoerd. Hun resultaten zijn weergegeven in de tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding

Geef de reden waarom voor het verdunnen gesteriliseerd water moet worden gebruikt.

Biologie algemeen

1/4 Onderzoek bij eidereenden.

De tekst hieronder geeft een beschrijving van een bepaald biologisch onderzoek.

Swennen deed onderzoek naar de manier waarop eidereenden hun eieren tegen predatoren beschermen. Swennen merkt op dat de meeste soorten eenden hun nest vrij van uitwerpselen houden, maar dat de eidereend hierop een uitzondering vormt: vooral bij verontrusting bevuilen eisers nogal eens hun eigen nest. Dit feit, gevoegd bij het gegeven dat roofdieren als steenmarter, bunzing en vos (die op zijn tijd graag vogeleieren eet) een scherpe neus hebben, roept de vraag op hoe eidereenden het zich kunnen veroorloven de plaats van hun nesten zo duidelijk voor de predator te markeren. Swennen heeft echter een vermoeden in welke richting de oplossing gezocht moet worden: misschien hebben de uitwerpselen wel een afstotende werking. Swennen weet nu dat hij gegevens moet verzamelen, die antwoord op deze vraag geven. Hij besluit in gevangenschap levende ratten en fretten (albino-bunzings) voedsel te verstrekken dat besmeurd is met de uitwerpselen van broedende eidereenden. Dit besmeurde voedsel wordt geweigerd. Pas na een dag wordt ervan gegeten. Hij doet dezelfde proef met uitwerpselen van niet-broedende eidereenden. Ditmaal laten de ratten en fretten zich niet weerhouden maar eten het voedsel direct op. Swennen vindt hierin een bevestiging van zijn vermoeden.

naar. H.P. Callagher, Gids voor vogelonderzoek, deel 1

Noem een vraagstelling uit het onderzoek van Swennen.

Biologie algemeen

2/4 Onderzoek bij eidereenden.

In het onderzoek van Swennen is sprake van een controle- of blancoproef.

Welke is de controle- of blancoproef in dit onderzoek?

Biologie algemeen

3/4 Onderzoek bij eidereenden.

Noem een resultaat of waarneming in het onderzoek van Swennen.

Biologie algemeen

4/4 Onderzoek bij eidereenden.

Welke conclusie kun je uit het onderzoek van Swennen trekken?

Biologie algemeen

1/4 Geschiedenis van de biologie.

In 1628 publiceerde William Harvey het boek 'De motu cordis'. Hij beschreef hierin het bestaan van een (dubbele) bloedsomloop. Vóór die tijd dacht men dat het bloed in het lichaam heen en weer golfde. In alle bloedvaten die verbonden zijn met de rechter harthelft zou het bloed naar het hart toe stromen. Deze bloedvaten noemde men aders. In alle bloedvaten die verbonden zijn met de linker harthelft zou het bloed van het hart af stromen. Deze bloedvaten noemde men slagaders.

Noem twee met het hart verbonden bloedvaten die bij de beschrijving van Harvey een andere naam dan ze nu hebben, kregen.

Biologie algemeen

2/4 Geschiedenis van de biologie.
Zie figuur C 348 van de bijlage.

Fabricius had al in 1603 de kleppen in de aders ontdekt. In de afbeelding staan drie tekeningen uit 'De motu cordis', behorende bij een experiment waarmee die aderkleppen konden worden aangetoond.

Hieronder staat een beschrijving van dit experiment. In de tekst zijn twee woorden weggelaten.

"Een opgezwollen armader wordt met een vinger dicht gedrukt. Vervolgens wordt die ader in de richting van de 1 leeg gedrukt. Als vervolgens de vinger aan de 2 kant de ader loslaat, zal die ader zich niet opnieuw met bloed vullen, doordat de kleppen in de ader dit verhinderen."

Welke woorden, hand of schouder, moeten op plaatsen 1 en 2 worden ingevuld?

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

3/4 Geschiedenis van de biologie.

Volgens de theorie van Galenus (130-200 na Christus) verplaatst het bloed zich door kleine onzichtbare openingen van de rechter- naar de linker harthelft. Tegenwoordig is bekend dat er verschillen zijn in de samenstelling tussen het bloed in de rechter- en linker harthelft.

Noem twee verschillen in de samenstelling tussen het bloed in de rechter- en linker harthelft die met de theorie van Galenus niet verklaard kunnen worden.

Biologie algemeen

4/4 Geschiedenis van de biologie.

In de achttiende eeuw werd verbranding vaak verklaard met de "flogistontheorie". Volgens deze theorie wordt bij verbranding vanuit de brandstof een bestanddeel, flogiston, afgegeven aan de lucht. Als de lucht verzadigd is met flogiston, stopt de verbranding.
In 1772 beschreef Joseph Priestley het volgende experiment:
"Laat een kaars branden in een glazen pot, totdat de kaars dooft. Laat nu in deze pot een groene plant enkele dagen in het licht staan. Hierna is in de pot opnieuw verbranding mogelijk."

Leg uit hoe Priestley de flogistontheorie gebruikte om te verklaren dat in dit experiment na enkele dagen weer verbranding mogelijk was.
Leg daarna uit hoe men tegenwoordig het doven van de kaars en het daarna weer gaan branden, zou verklaren.

Biologie algemeen

1/4 Maagzweren.

Tientallen jaren ging de medische wetenschap ervan uit dat maagzweren werden veroorzaakt door stress. Maar toen keek Bill Marshall, een jonge Australische ziekenhuisarts, onder de microscoop naar een door maagzweren aangetast stukje maagweefsel. Hij zag dat dit vol zat met bacteriën die tot de soort Helicobacter pylori bleken te behoren. Hij vond deze bacteriën vaker bij maagzweren, dus begon hij te vermoeden dat zij de oorzaak waren van de zweren. Toen hij dit vermoeden uitte, kreeg hij van zijn professoren te horen: "Absoluut niet. Onmogelijk. We weten dat maagzweren veroorzaakt worden door stress. Stress veroorzaakt overmatige productie van maagsap. Wat je ziet is niets anders dan een infectie van een zweer die er al zat."
Marshall deed eerst epidemiologisch onderzoek. Hierbij wordt gekeken of er tussen patiënten die lijden aan een bepaalde ziekte, zoals maagzweren, bepaalde overeenkomsten in lichamelijke toestand of gedrag bestaan. Marshall vond een sterk verband tussen het vóórkomen van Helicobacter pylori bij patiënten en het vóórkomen van maagzweren. Maar zijn collega's waren niet overtuigd. Uit pure vertwijfeling slikte hij een bacteriecultuur en toonde een paar weken later aan dat zijn maag-darmkanaal vol zweren zat. Vervolgens toonde hij met een officiële klinische proef aan dat maagzweerpatiënten die behandeld werden met een combinatie van antibiotica en twee andere stoffen sneller herstelden dan patiënten die de klassieke behandeling met maagzuurremmers kregen.

Bewerkt naar een fragment uit "Het bizarre brein" van Vilayanur Ramacharid en Sandra Blakeslee, 15-16

Wat is de onderzoeksvraag die Marshall zich stelde?

Biologie algemeen

2/4 Maagzweren.

In maagsap komen zoutzuur (HCl) en peptase (pepsine) voor. De binnenkant van de maag is bedekt met een laag slijm. Dit slijm bevat o.a. eiwitten.

Leg uit dat een beschadiging van de maagwand niet bij een normale productie van maagsap maar wel bij een overmatige productie van maagsap optreedt.

Biologie algemeen

3/4 Maagzweren.

Marshall trok de conclusie dat Helicobacter pylori de oorzaak is van maagzweren. Zijn professoren trokken de conclusie dat Helicobacter pylori een voorbeeld is van een bacteriële infectie van al bestaande maagzweren.

Geeft de uitkomst van het epidemiologisch onderzoek uitsluitsel over wie er gelijk heeft?

Biologie algemeen

4/4 Maagzweren.

Marshall heeft op meerdere manieren geprobeerd aan te tonen dat Helicobacter pylori maagzweren veroorzaakt. Een van zijn methoden was om zelf een bacteriecultuur te slikken.

Geef twee argumenten waarom dit geen natuurwetenschappelijke methode mag worden genoemd.

Biologie algemeen

1/4 Geneesmiddelen testen.
Zie figuur E 28 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch weergegeven op welke manier de werkzaamheid van een geneesmiddel voor een bepaalde ziekte getest wordt. Het antwoord op de kernvraag bij punt drie zou afgeleid kunnen worden uit de twee grafieken onderaan. De tekenaar heeft de assen van de grafieken echter niet benoemd.

Stel dat het middel tegen hoofdpijnaanvallen werkt.

Wat moet er dan op de X-as van beide grafieken staan?
En wat moet er op de Y-as van beide grafieken staan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

2/4 Geneesmiddelen testen.

Om een verantwoorde conclusie te kunnen trekken over de werking van het geneesmiddel, moet het aantal proefpersonen in beide groepen groot zijn.

Geef twee andere criteria waaraan de beide groepen proefpersonen moeten voldoen.