Oefentoets Biologie: Assimilatie | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie

Organismen in een afgesloten ruimte.
Zie figuur B 901 van de bijlage.

In een afgesloten ruimte bevinden zich organismen van een bepaalde soort.
Voortdurend wordt het koolstofdioxide-gehaltes van de lucht in deze ruimte bepaald.
De resultaten staan in het diagram van de afbeelding.

Welke van onderstaande organismen kunnen zich in deze ruimte bevinden?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Een plant met bladgroen in zonlicht.

Een plant met bladgroen staat in het zonlicht. Als de plant begint uit te drogen, gaan steeds meer huidmondjes dicht.

Wat zal er dan gebeuren met de opname van koolstofdioxide door deze plant?

Assimilatie

Erlenmeyers met bladeren of paddenstoelen.
Zie figuur B 3558 van de bijlage.

In de afbeelding zijn vier erlenmeyers met inhoud getekend. Twee van deze erlenmeyers staan in het licht, de andere twee in het donker.
In de erlenmeyers zit bij het begin van de proef een laagje oranje vloeistof. Als het koolstofdioxide-gehaltes in de erlenmeyer stijgt, wordt deze vloeistof geel.
Als het koolstofdioxide-gehaltes in de erlenmeyer daalt, wordt deze vloeistof rood.
In één van de erlenmeyers wordt de vloeistof na verloop van tijd rood.

Welke erlenmeyer is dit?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Organismen in een afgesloten ruimte.
Zie figuur B 3544 van de bijlage.

In een afgesloten ruimte bevinden zich organismen van een bepaalde soort. Voortdurend wordt het koolstofdioxide-gehaltes van de lucht in deze ruimte bepaald. De resultaten zijn in de afbeelding in een diagram weergegeven.

Welke van onderstaande organismen kunnen zich in deze ruimte bevinden?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Twee groene planten in licht en donker.

Bij een proef worden twee groene planten van dezelfde soort gebruikt.

Plant 1 staat 12 uur in het licht.
Plant 2 staat 12 uur in het donker.

Alle andere omstandigheden zijn gelijk.
Uit onderzoek blijkt dat in de bladeren van plant 1 fotosynthese heeft plaatsgevonden en in de bladeren van plant 2 niet.

Een juiste conclusie uit deze proef is, dat voor fotosynthese

Assimilatie

Een blad dat gedeeltelijk is afgedekt.
Zie figuur B 981 van de bijlage.

Van een groene plant wordt vroeg in de morgen een blad van beide zijden gedeeltelijk afgedekt.
De plant wordt in het licht geplaatst.
's Avonds wordt het blad met jodium onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.

Uit deze proef kan de conclusie getrokken worden, dat voor fotosynthese

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Energiebron voor de fotosynthese.

Wat is de energiebron voor de fotosynthese?

Assimilatie

Energiebron voor de fotosynthese.

Bij de fotosynthese nemen planten met bladgroen energie op die ze gebruiken om glucose te maken uit water en
koolstofdioxide.

Wat is de energiebron die deze planten hiervoor gebruiken?

Assimilatie

Energiebron voor de fotosynthese.

Tijdens de koolstofassimilatie wordt door planten met bladgroen energie opgenomen en in de planten vastgelegd.

Waar halen de planten deze energie vandaan?

Assimilatie

Invloed van licht op planten.
Zie figuur B 2055 van de bijlage.

In het diagram in de afbeelding is weergegeven hoe bij spinazieplanten, aardappelplanten en varens de zuurstofproductie afhankelijk is van de lichtsterkte. Een uitspraak op grond van het diagram is:

Hoe meer licht, hoe meer glucose er wordt geproduceerd.

Voor welke planten is deze uitspraak bij alle weergegeven lichtsterkten juist?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Temperatuur en de afgifte van zuurstof.
Zie figuur B 1901 van de bijlage.

De afbeelding geeft een proefopstelling weer van vier reageerbuizen met in elke buis een waterplant met bladgroen.
Joop onderzoekt de mate van fotosynthese in de buizen. Dit doet hij door te bepalen hoeveel zuurstof door de planten wordt afgegeven.

Welke van deze opstellingen moet hij gebruiken om de invloed van de temperatuur op deze afgifte van zuurstof te onderzoeken?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Vetten in een plant.

In planten komen vetten voor. Vooral in de zaden zitten vetten.

Hoe komt een plant aan deze vetten?

Assimilatie

Zetmeel in de wortel van een plant.

In de wortel van een plant is zetmeel opgeslagen.

Welke stoffen heeft de plant moeten opnemen om daarvan dat zetmeel te maken?

Assimilatie

Zetmeel in planten.

Bij een onderzoek naar het zetmeelgehalte van plantendelen wordt bij een plant zetmeel aangetroffen in de stengels, in de wortels en in de oudere bladeren. De jonge groene bladeren bevatten geen zetmeel.

Hoe valt te verklaren, dat deze jonge groene bladeren geen zetmeel bevatten?

In deze jonge groene bladeren

Assimilatie

Een paardenbloem in het zonlicht.
Zie figuur B 685 van de bijlage.

De tekening stelt een paardenbloem voor, die in het zonlicht staat.

In welk of in welke van de aangegeven delen kan zetmeel voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Een aardappelplant & glucose en zetmeel.
Zie figuur B 902 van de bijlage.

De tekening stelt een aardappelplant voor.

Kan in deel P glucose worden omgezet in zetmeel?
En kan in deel P zetmeel worden omgezet in glucose?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Suiker in een blad.

De suiker die in een blad gevormd is, wordt voor een deel omgezet in

Assimilatie

Grasplanten, insecten en paddestoelen in een afgesloten glazen bakje.

In een afgesloten glazen bakje bevindt zich lucht. Het bakje staat in het licht. Men beschikt over de volgende levende organismen: grasplanten, insecten en paddestoelen.

Welke organismen moet men in het bakje plaatsen, om de hoeveelheid zuurstof het snelst te laten toenemen?

Assimilatie

Een geranium in een afgesloten glazen bak.

Een geranium (groene plant) wordt in een met buitenlucht gevulde en afgesloten glazen bak geplaatst.
Achtereenvolgens wordt deze opstelling enkele uren gezet:

1. in het donker bij 20°C,
2. in het licht bij 5°C,
3. in het licht bij 20°C.

Wat is te zeggen over de zuurstofproductie als gevolg van fotosynthese?

De zuurstofproductie zal

Assimilatie

Waterslakken of waterpestplanten in een reageerbuis.

In een reageerbuis die gevuld is met water, kunnen waterslakken of waterpestplanten (groene waterplanten) gedaan worden.
Daarna kan de reageerbuis in het licht of in het donker gezet worden.

Wanneer neemt het zuurstofgehalte van het water in de reageerbuis toe?