Oefentoets Biologie: Lever | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

1/3 Uitscheiding.
Zie figuur B 2589 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de kop van een zeevogel weer. Deze vogel drinkt voornamelijk zeewater.
Boven op de snavel bevindt zich de uitmonding van een zoutklier die dient voor de uitscheiding van overtollige zouten.

De mens bezit geen zoutklier zoals deze zeevogel. Wel raakt de mens via de zweetklieren zouten kwijt. Voor de uitscheiding van overtollige zouten heeft de mens een speciaal paar organen.

Welke organen zijn dit? Dit zijn de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/3 Uitscheiding.

Als deze zeevogel de overtollige zouten niet via de zoutklier uitscheidt, wordt de zoutconcentratie in het bloedplasma te hoog. Als gevolg daarvan treedt waterverplaatsing binnen het lichaam van de zeevogel op waardoor het watergehalte van de cellen verandert.

Hoe noemt men deze waterverplaatsing?
En wordt door deze waterverplaatsing het watergehalte van de cellen lager of hoger?

Uitscheiding

3/3 Uitscheiding.

Een van de stoffen die de mens uitscheidt, is ureum. Ureum wordt gevormd bij de afbraak van bepaalde organische stoffen.

Noem het orgaan waarin de vorming van ureum plaatsvindt.
Bij afbraak van welke groep organische stoffen wordt ureum gevormd?

Uitscheiding

1/3 Nierstenen.
Zie figuur B 2705 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In de nieren kunnen onder bepaalde omstandigheden opgeloste stoffen uit de urine neerslaan en uiteindelijk zogenaamde nierstenen vormen. Bij een röntgenologisch onderzoek van de nieren spuit de arts röntgencontrastvloeistof in. De röntgencontrastvloeistof is ondoorlaatbaar voor röntgenstralen.
Na toediening van de röntgencontrastvloeistof wordt deze in de nieren aan de voorurine afgegeven en geconcentreerd. Door de contrastvloeistof kunnen delen van de nieren en de afvoerwegen worden gefotografeerd (zie de afbeelding).

Zie volgende scherm

Lever

De lever.
Zie figuur B 515 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch de lever van de mens voor met aansluitende bloedvaten, galbuis, galblaas en een gedeelte van de dunne darm.

Iemand heeft bij het tekenen van de twee buizen of vaten de juiste stroomrichting van de vloeistof met pijlen trachten aan te geven.

Is de pijl bij P juist geplaatst?
En de pijl bij Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Afbraak

Afbraak schadelijke stoffen.

De hoeveelheden water en voedsel die de mens opneemt, worden slechts voor een deel door het lichaam gebruikt. Sommige stoffen uit het voedsel zijn zelfs schadelijk voor het lichaam. Deze stoffen worden in het lichaam onschadelijk gemaakt en uitgescheiden. Ook bij de normale stofwisseling ontstaan producten die schade in het lichaam zouden veroorzaken als ze zich ophoopten.

Welk orgaan heeft of welke organen hebben als functie het afbreken van schadelijke stoffen?

Lever

Gifstoffen.

De gewasbeschermingsmiddelen parathion en para-oxon lijken veel op elkaar. Deze middelen veroorzaken spierkramp. Hun giftigheid voor de mens hangt sterk af van de manier waarop ze in het bloed terechtkomen: via de wand van het verteringskanaal of de huid.
Onderstaande tabel geeft weer hoe de giftigheid afhankelijk is van de wijze van opname.
afbeeldingafbeelding
Op grond van deze gegevens worden de volgende veronderstellingen gedaan:

1. Para-oxon wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een niet-giftige stof.
2. Parathion wordt in de lever omgezet in een niet-giftige stof.
3. Parathion wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een meer giftige stof.

Welke van deze veronderstellingen kunnen juist zijn?

Lever

De lever.

In de lever kunnen aminozuren worden omgezet in een gedeelte dat stikstof bevat en een gedeelte zonder stikstof. Het gedeelte met stikstof wordt in de lever verwerkt in een andere stikstofverbinding.

Ontstaan bij de beschreven processen in de lever stoffen die kunnen worden geassimileerd en/of stoffen die kunnen worden gedissimileerd en/of stoffen die kunnen worden uitgescheiden?

Lever

De lever.

Welke stof ontstaat in de lever als gevolg van de afbraak van aminozuren?

Eiwitten

Eiwitten.

In het lichaam van de mens bevinden zich eiwitten, waarin ongeveer twintig verschillende aminozuren voorkomen.
Het voedsel hoeft slechts acht van deze aminozuren te bevatten.

In welk orgaan worden de overige aminozuren gevormd en welke stoffen leveren de hiervoor benodigde stikstof?

afbeeldingafbeelding

Lever

De lever.

In de lever kunnen aminozuren worden omgezet in een gedeelte dat stikstof bevat en een gedeelte zonder stikstof. Het gedeelte met stikstof wordt in de lever verwerkt in een andere stikstofverbinding.

Ontstaan bij de beschreven processen in de lever stoffen die kunnen worden geassimileerd?
En stoffen die kunnen worden gedissimileerd?
En stoffen die kunnen worden uitgescheiden?

afbeeldingafbeelding

Lever

Buisjes in de lever.

In de lever worden tal van buisjes gevonden:

1. de vertakkingen van de leverslagader;
2. vertakkingen van de poortader;
3. vertakkingen van de leverader;
4. vertakkingen van de galgang.

In welke buisjes is het ureumgehalte het hoogst?

Lever

De lever.

Bij de mens worden het ureumgehalte en het kooldioxidegehalte van het bloed in de leverader vergeleken met die van het bloed in een longader.

Bevat 1 ml bloed in de leverader meer of evenveel van genoemde stoffen in vergelijking met 1 ml bloed in deze longader?

Het bloed in de leverader bevat

Lever

De lever.
Zie figuur B 344 van de bijlage.

De tekening stelt de lever voor met aansluitende bloedvaten.
Voor deze bloedvaten geldt:

- het glucosegehalte in bloedvat 1 is gemiddeld hoger dan dat in de bloedvaten 2 en 3.
- het ureumgehalte in bloedvat 2 is gemiddeld hoger dan dat in de bloedvaten 2 en 3.

Hoe heten de bloedvaten 1, 2 en 3?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Lever

De lever.

In het lichaam van de mens kunnen onder andere de volgende processen plaatsvinden:

1. het omzetten van glycogeen in glucose,
2. het afbreken van aminozuren,
3. het afbreken van hemoglobine,
4. het produceren van glucagon,
5. het onschadelijk maken van giftige stoffen die in het bloed aanwezig zijn.

Welke van deze processen kunnen plaatsvinden in de lever?

Omzettingen

Omzettingen.

De omzetting van eiwitten, koolhydraten en vetten in de stofwisseling van de mens wordt onderzocht.

Bij omzetting van welke van deze stoffen ontstaan zowel CO2 , H2 O als ureum?

Gal

Gal.

Wordt gal geproduceerd door de galblaas of door de lever?
Van welke bloedbestanddelen zijn de galkleurstoffen afbraakproducten?

afbeeldingafbeelding

Lever

Gal.

Bij de mens bestaat gal onder andere uit water, galzouten en galkleurstoffen. De galkleurstoffen worden gevormd uit afbraakproducten van bepaalde bloedbestanddelen.
Drie bloedbestanddelen zijn bloedplaatjes, rode bloedcellen en witte bloedcellen.

Welke van deze bloedbestanddelen leveren de afbraakproducten waaruit de galkleurstoffen worden gevormd?

Bloed

Glucose.

De glucoseconcentratie in het lichaam van de mens wordt in normale situaties op een waarde van ongeveer 70 mg glucose per 100 ml bloed gehouden.
Vier organen zijn: een beenspier, de dunne darm, het hart en de lever.

Welk van deze organen is direct betrokken bij het constant houden van de glucoseconcentratie in het bloed?

Lever

Glucosegehalte.

Bij een persoon wordt geconstateerd dat op een bepaald ogenblik het glucosegehalte van het bloed in de leverader hoger is dan dat van het bloed in de poortader.
Er wordt verondersteld dat dit een gevolg kan zijn van:

1. een verlaagd adrenalinegehalte van het bloed;
2. een verhoogd glucagongehalte van het bloed;
3. een verhoogd insulinegehalte van het bloed.

Welke van deze veronderstellingen kan of welke kunnen juist zijn?