Oefentoets Biologie: Ziekten | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Ziekten
5/5 De ziekte van Lyme.
In Oostenrijk is de populatie teken zo besmet, dat elke tekenbeet direct behandeld wordt met antibiotica tegen Borrelia. Dit is vaak succesvol.
Organismen worden onderverdeeld in rijken.
Tot welk rijk behoort Borrelia, gezien deze gegevens, het meest waarschijnlijk?
Ziekten
1/3 Verkoudheid.
Verkoudheid is een virusinfectie van de bovenste luchtwegen die o.a. gepaard gaat met extra slijmproductie. De extra slijmproductie belemmert de ademhaling. Met niezen en hoesten kun je proberen de luchtwegen weer open te krijgen. Als je te vaak of te intensief hoest, kun je spierpijn krijgen.
In welke spieren ontstaat deze spierpijn?
Ziekten
2/3 Verkoudheid.
Tijdens een verkoudheid heb je vaak een rode neus en rode oogleden.
Wat is hiervan de oorzaak?
Ziekten
3/3 Verkoudheid.
Als een arts constateert datje verkouden bent, zal hij je, ondanks het feit dat het een infectieziekte betreft, hiervoor geen antibiotica voorschrijven.
Wat is daarvan de directe reden?
Ziekten
1/2 Het ontstaan van kanker. Zie figuur B 1413 en figuur B 1363 van de bijlage.
De afbeelding B 1413 geeft een advertentie weer waarin Greenpeace waarschuwt voor de gevolgen van afbraak van de ozonlaag. Door bepaalde gassen die onder andere in koelkasten en bij de fabricage van schuimplastics worden gebruikt, wordt de ozonlaag in de dampkring van de aarde aangetast. Daardoor dringen bepaalde ultraviolette stralen meer tot het aardoppervlak door. Mensen kunnen pigment in de huid vormen als bescherming tegen deze ultraviolette straling, maar toch verwacht men dat het aantal gevallen van huidkanker ten gevolge van deze straling zal toenemen. Er wordt dan ook aangeraden zich tegen al te veel zonnestraling te beschermen.
De afbeelding B 1363 geeft een doorsnede weer van een stukje huid met onderhuids bindweefsel. In de afbeelding zijn de hoornlaag en de kiemlaag aangegeven.
Kan de huidkanker waartegen Greenpeace waarschuwt, ontstaan in deze lagen, alleen in de hoornlaag, alleen in de kiemlaag of in beide lagen?
-
afbeeldingafbeelding
Ziekten
1/3 Platina tegen kanker.
In 1996 werd bij de Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong zaadbalkanker geconstateerd, met uitzaaiingen naar de longen en de hersenen. Dankzij chemotherapie met een platinaverbinding genas hij. Hij won in 1999, 2000, 2001 en 2002 zelfs de Tour de France. De onderzoeker Rosenberg stelde vast dat bacteriën in aanwezigheid van een platinaverbinding stoppen met delen, maar wel uitgroeien tot reuzencellen. Vervolgens onderzocht hij die platinaverbinding op anti-tumoractiviteit. Bepaalde tumoren blijken inderdaad zeer gevoelig voor die platinaverbinding.
Rosenberg ontwikkelde op grond van zijn onderzoek bij bacteriën een hypothese over de invloed van de platinaverbinding op een bepaald onderdeel van de celcyclus.
Formuleer die hypothese.
Ziekten
2/3 Platina tegen kanker.
Bij chemotherapie met een platinaverbinding brengen artsen deze meestal rechtstreeks in in het bloed, bijvoorbeeld in de rechterarmader. Stel dat een molecuul van deze verbinding via de kortste weg van de rechterarmader naar een tumor in de linkerzaadbal gaat.
Noem alle bloedvaten en de vier delen van het hart waar dit molecuul dan achtereenvolgens doorheen gaat.
Ziekten
3/3 Platina tegen kanker.
De helft van de ingebrachte platinaverbinding wordt binnen 48 uur weer ongebruikt uitgescheiden.
Van welke organen is te verwachten dat zij het meest bijdragen tot deze uitscheiding?
Ziekten
1/3 Koorts.
Bij bepaalde ziekten kunnen giftige stoffen in het bloed aanwezig zijn, waardoor koorts ontstaat. De gifstoffen beïnvloeden een bepaald deel van de hersenstam dat de lichaamstemperatuur regelt. Het temperatuurcentrum wordt door de gifstoffen ongevoeliger voor warmte. Hoewel de lichaamstemperatuur aanvankelijk normaal is, geeft het temperatuurcentrum door de werking van de gifstoffen toch meer impulsen af dan normaal. Hierdoor neemt de stofwisselingsactiviteit toe en stijgt de lichaamstemperatuur.
Dank zij de temperatuurverhoging wordt de afbraak van de giftige stoffen versneld.
Voelt iemand zich bij beginnende koorts koud, normaal of warm wanneer de temperatuur aan het stijgen is?
Ziekten
2/3 Koorts.
Is tijdens koorts de hartslagfrequentie verlaagd, normaal of verhoogd?
Ziekten
3/3 Koorts. Zie figuur C 91 van de bijlage.
Neemt bij beginnende koorts de impulsfrequentie toe in het orthosympathische deel van het autonome zenuwstelsel of in het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel of neemt de impulsfrequentie in geen van beide delen toe?
afbeelding
Ziekten
1/3 Malaria. Zie figuur C 387 van de bijlage.
Op 20 augustus 1897 deed de arts Ross een opzienbarende ontdekking. Hij stelde vast dat Plasmodium vivax, een eencellige parasiet die bij de mens malaria veroorzaakt, zich in een Anopheles-mug kon ontwikkelen. Ross was zijn onderzoek naar malaria begonnen na een gesprek met zijn collega Manson, die het idee opperde dat tropische steekmuggen malaria overdragen op de mens. In de afbeelding is de levenscyclus van de malariaparasiet weergegeven. Behalve de zygote zijn alle afgebeelde stadia van de parasiet haploïd. Voor de volledige voortplantingscyclus van de parasiet is een mug als gastheer nodig.
Noem een manier waarbij iemand malaria kan krijgen zonder door een mug gestoken te zijn.
afbeelding
Ziekten
2/3 Malaria.
De parasiet tast vooral rode bloedcellen aan. Nadat de parasieten daarin doordringen, treedt vermenigvuldiging op en de rode bloedcellen barsten na enige tijd open. De patiënt krijgt een koortsaanval.
Welk ander direct gevolg heeft het openbarsten van een flink deel van de rode bloedcellen?
Ziekten
3/3 Malaria.
Bestrijding is, meer dan een eeuw na Ross' ontdekking, nog altijd een probleem. Veel populaties van de Anopheles-mug zijn resistent geworden tegen verschillende insecticiden. Bovendien zijn veel populaties van de parasiet resistent tegen malariamedicijnen.
Leg uit hoe een populatie Anopheles-muggen resistent wordt tegen een insecticide.
Ziekten
1/3 Lichteffecten.
In Nederland zijn ongeveer 200 mensen die licht moeten vermijden. Zij hebben een erfelijke stofwisselingsziekte die erythropoëtische protoporfyrie (EPP) wordt genoemd. Een enzym dat zorgt voor de synthese van hemoglobine uit protoporfyrine wordt bij hen niet of verminderd aangemaakt. De protoporfyrine hoopt zich op in de huid en de rode bloedcellen. Als deze stof licht absorbeert, ontstaat een sterk branderig gevoel in de huid. Koelen maakt het niet beter. Vooral violet en groen licht zijn schadelijk. De enige remedie is lidocaïne, een stof die de huidzenuwen tijdelijk verdooft.
Leg uit waardoor bij lijders aan EPP, de aanmaak van het enzym dat zorgt voor de aanmaak van hemoglobine uit protoporfyrine verstoord is.
Ziekten
2/3 Lichteffecten.
Welk direct gevolg heeft de verminderde aanmaak van hemoglobine?
Ziekten
3/3 Lichteffecten. Zie figuur A 864 van de bijlage.
In de uitwerkbijlage is een assenstelsel weergegeven.
Teken daarin het absorptiespectrum van de stof protoporfyrine: een grafiek waarin de absorptie van licht door protoporfyrine bij verschillende golflengtes van het zichtbaar licht wordt weergeven.
afbeelding
Ziekten
1/6 Een parasiet knoeit met de psyche.
De eencellige parasiet Toxoplasma gondii komt bij één op de drie mensen voor in het zenuwstelsel en in de spieren. Daar kan de parasiet jarenlang verblijven, zonder duidelijke ziekteverschijnselen te veroorzaken. De parasiet komt binnen via besmet vlees of besmette vis. Ook veel muizen zijn besmet. Besmette muizen blijken zich actiever en minder voorzichtig te gedragen dan niet-besmette muizen. De Tsjech Jaroslav Flegr beweerde dat deze gedragsverandering door Toxoplasma wordt veroorzaakt.
Welke term wordt gebruikt voor Flegrs bewering?
Ziekten
2/6 Een parasiet knoeit met de psyche.
Flegr ging nog verder. Hij dacht dat Toxoplasma ook het gedrag van mensen kon beïnvloeden. Daarom deed hij een persoonlijkheidstest bij 500 studenten. Bij deze test werd onder andere de mate van activiteit en opvliegendheid bepaald. Vervolgens keek hij of ze met Toxoplasma waren geïnfecteerd of niet. Flegr deed daarna een onderzoek waarbij hij in het bloed van 200 geïnfecteerde personen de concentratie antistoffen tegen de parasiet bepaalde. Hiermee kan vastgesteld worden hoe lang geleden de personen besmet zijn. Hij vergeleek eerst de uitkomst van de persoonlijkheidstest van pas besmette personen met een controlegroep van niet-besmette personen. Vervolgens vergeleek hij de uitkomst van lang geleden en dus langdurig besmette personen met dezelfde controlegroep. Hij vond meer persoonlijkheidsverschuiving bij de langdurig besmette personen dan bij de pas besmette personen. Flegr trok uit zijn laatste onderzoek de conclusie dat Toxoplasma verantwoordelijk is voor de persoonlijkheidsverandering van besmette personen.
Leg uit dat de resultaten de conclusie van Flegr ondersteunen.
Ziekten
3/6 Een parasiet knoeit met de psyche.
Flegr heeft de concentratie antistoffen tegen de parasiet in het bloed bepaald.
In welke fractie van het bloed heeft hij deze concentratie antistoffen gemeten? En tot welke categorie van stoffen behoren antistoffen?