Oefentoets Biologie: Voeding - algemeen | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

Uien eten.

Het voedsel van mensen is voor een belangrijk deel plantaardig. Van planten worden verschillende delen gegeten.

Welke plantendelen krijgt iemand die uien eet, voornamelijk binnen?

Voeding

Uit de groentewinkel.
Zie figuur B 1559 van de bijlage.

De tekeningen in de afbeelding geven delen van planten weer die door mensen als voedingsmiddel worden gebruikt.

Welk van deze voedingsmiddelen is een vrucht of welke zijn vruchten?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Eetbare delen.
Zie figuur B 2104 van de bijlage.

In de afbeelding zijn vier plantaardige voedingsmiddelen weergegeven.

Welk van deze voedingsmiddelen is of welke zijn direct uit een deel of delen van een bloem ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Mineralen.

I. Natrium en kalium zijn heel belangrijk als mineralen bij de werking van het zenuwstelsel.
II. Calcium en fosfor beschermen het lichaam tegen infecties en verwondingen.

Voeding

Maaltijdschijf.
Zie figuur B 1892 van de bijlage.

In de afbeelding is de maaltijdschijf getekend.
Hierin zijn voedingsmiddelen weergegeven waarin de voedingsstoffen zitten die de mens nodig heeft.

In welk vak bevatten de voedingsmiddelen het meeste zetmeel?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Worteltjes.

Worteltjes (peentjes) zijn een bekend en gezond voedingsmiddel. Er zitten eiwitten, koolhydraten, vitamines en zouten in.
De maaltijdschijf verdeelt de voedingsmiddelen in vier groepen.

Door de aanwezigheid van welke stoffen worden worteltjes tot de groente- en fruitgroep van de maaltijdschijf gerekend?

Voeding

Maaltijdschijf.
Zie figuur B 1892 van de bijlage.
Bij een maaltijdschijf staat als aanbeveling: "Kies bij elke maaltijd iets uit elk vak". Hieronder volgen vier verschillende maaltijden:

1. twee met boter besmeerde boterhammen met kaas en een glas melk;
2. twee met boter besmeerde boterhammen met kaas en een kop thee;
3. een met boter besmeerde boterham met kaas, een met boter besmeerde boterham met ham en een kop thee;
4. twee met boter besmeerde boterhammen met ham en een glas vers vruchtensap.

Welke van deze vier ontbijten bevat iets uit elk vak van de maaltijdschijf?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Eiwitten in het voedsel.
Zie figuur B 1611 van de bijlage.

De afbeelding geeft de maaltijdschijf weer.
Iemand eet geen vlees, vis of gevogelte.

In welke twee van de vier vakken staan voedingsmiddelen die hij het best kan eten om toch voldoende geschikte eiwitten binnen te krijgen?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Plantaardig of dierlijk.

Een bepaald voedingsmiddel bevat per 100 gram:

- 73 gram zetmeel,
- 9,9 gram eiwit,
- 1,0 gram vet.

Welke van de onderstaande uitspraken over de oorsprong van de bestanddelen waaruit dit voedingsmiddel bestaat, is juist?

Voeding

Plantaardig of dierlijk.

Een bepaald voedingsmiddel bevat per 100 gram:

- 51 gram water,
- 18 gram eiwit,
- 12 gram koolhydraten,
- 9 gram vet,
- 8 gram voedingsvezel.

Welke van de onderstaande uitspraken over de oorsprong van de bestanddelen waaruit dit voedingsmiddel bestaat, is juist?

Voeding

Plantaardig of dierlijk.

Een bepaald voedingsmiddel bevat per 100 gram:

- 73 gram zetmeel,
- 9,9 gram eiwit,
- 1.0 gram vet,

Welke van de onderstaande uitspraken over de oorsprong van de bestanddelen waaruit dit voedingsmiddel bestaat, is juist?

Voeding

Voeding.

Sommige mensen eten geen dierlijke producten en geen fruit.
Zij eten vooral groenten, granen en noten.

Aan welke voedingsstof of voedingsstoffen kunnen ze gebrek krijgen als ze ook geen groenten zouden eten?

Voeding

Ontdekkingsreizigers.

In de zestiende eeuw bleven ontdekkingsreizigers met hun schepen soms maandenlang op zee.
Scheepsbeschuit (een soort gedroogd brood) , repen vet en gezouten vlees waren op die lange tochten het belangrijkste voedsel.
Door deze eenzijdige voeding werden veel ontdekkingsreizigers ziek; dat kwam door gebrek aan een bepaalde voedingsstof.

Wat hadden de ontdekkingsreizigers op de schepen extra moeten eten om dit gebrek tegen te gaan?

Voeding

Voedingsmiddelen.

Vier voedingsmiddelen van de mens zijn:

een aardappel, een krop sla, een sinaasappel en een ui.

Welk van deze voedingsmiddelen is rechtstreeks ontstaan uit een vruchtbeginsel?

Voeding

Celdeling.

Een cel kan zich delen, waarbij twee cellen ontstaan die even groot worden als de oorspronkelijke cel was.

Zijn bij dit proces bouwstoffen, brandstoffen en/of beschermende stoffen nodig?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Beweringen.

I. Vetten en koolhydraten zijn brandstoffen.
II. Zouten en water zijn bouwstoffen.

Voeding

Beweringen.

I. Mensen en dieren kunnen uit glucose vetten maken.
II. De mens kan geen eiwit opslaan in zijn lichaam.

Voeding

Beweringen.

I. Zetmeel behoort tot de koolhydraten.
II. Vitamines zijn voedingsmiddelen.

Voeding

Beweringen.

I. Alleen bruikbare bestanddelen van ons voedsel noemt men voedingsstoffen; de onbruikbare rekent men daar niet onder.
II. Water is een belangrijke bouwstof voor organismen.

Voeding

Beweringen.

I. Eiwitten kunnen niet worden opgeslagen in ons lichaam.
II. Mineralen is een ander woord voor zouten.