Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 1, HAVO 2, VWO 1, VWO 2
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Ademhaling
Warming-up.
Vlak voor zijn volleybalwedstrijd heeft Harry een warming-up. Op twee verschillende momenten van de warming-up wordt er vastgesteld hoeveel bloed er per minuut door zijn longen stroomt.
moment 1: Bij het begin van de warming-up. Harry heeft dan een rustige ademhaling. moment 2: Op het eind van de warming-up. Harry heeft dan een snelle ademhaling.
Is de hoeveelheid bloed die per minuut door zijn longen stroomt op beide momenten gelijk? En zo niet, op welk van deze momenten is de hoeveelheid bloed die per minuut door zijn longen stroomt groter?
Ademhaling
Longblaasjes en bloed. Zie figuur B 2074 van de bijlage.
De afbeelding geeft enkele longblaasjes van de mens weer met daarbij behorende bloedvaten. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Is bloedvat P een adertje of een slagadertje? Bevat dit bloedvat zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?
afbeelding
afbeelding
Ademhaling
Ademhalingsspieren.
Bij de mens spelen bij de ademhaling de volgende spieren een rol:
- spieren tussen de ribben, - spieren van het middenrif - spieren van de buikwand.
Welke van deze spieren trekt zich samen bij een zeer krachtige uitademing?
Ademhaling
Spieren bij de ademhaling.
Bij de ademhaling van de mens is een aantal spiergroepen betrokken zoals de spieren van de buikwand, middenrifspieren en twee groepen tussenribspieren.
Trekken bij zo diep mogelijke uitademing één of meer van de genoemde spiergroepen zich samen en zo ja, welke?
Ademhaling
Uitademing.
Bij de ademhaling spelen onder andere een rol:
1. de luchtdruk in de longen als deze hoger is dan buiten het lichaam. 2. het samentrekken van de spieren van het middenrif. 3. het uitrekken van de wand van de longblaasjes.
Welke van deze verschijnselen treedt op bij uitademing?
Ademhaling
Inademing.
Bij de ademhaling spelen onder andere een rol:
1. de luchtdruk in de longen, als deze hoger is dan buiten het lichaam, 2. het samentrekken van de spieren van het middenrif, 3. het uitrekken van de wand van de longblaasjes.
Welke van deze verschijnselen treden op bij inademing?
Ademhaling
Inademing.
Bij de mens spelen bij de ademhaling de volgende spieren een rol:
- spieren tussen de ribben, - spieren van het middenrif, - spieren van de buikwand.
Welke van deze spieren trekt zich samen bij een zeer krachtige inademing?
Ademhaling
In- en uitademing. Zie figuur B 2490 van de bijlage.
De tekeningen stellen voor de borstkas van de mens na een diepe uitademing en na een diepe inademing.
Welke van de spieren, die een rol spelen bij de ademhaling, worden gewoonlijk samengetrokken bij de overgang van 1 naar 2?
afbeelding
Ademhaling
Ademhaling bij de mens.
Hieronder volgen vier beweringen die verband houden met de ademhaling van de mens.
1. Slijmvlies in de neus vangt stofdeeltjes op. 2. Trilharen in de luchtpijp dienen voor verwarming van de binnenstromende lucht. 3. Kraakbeen om de luchtpijp dient voor het openhouden ervan. 4. Via de wand van de longblaasjes vindt gaswisseling plaats.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Ademhaling
Ademhaling.
Bevinden zich bij de mens de spieren die ademhalingsbewegingen veroorzaken in de longblaasjes? Vindt er bij gaswisseling uitscheiding plaats van overtollige en/of schadelijke stoffen?
afbeelding
Ademhaling
Gaswisseling.
Bij alle organismen komt gaswisseling voor.
Zijn er organismen die de huid en de longen tegelijk kunnen gebruiken voor de gaswisseling? Zijn er organismen die zuurstof kunnen opnemen zonder ademhalingsbewegingen te maken?
afbeelding
Ademhaling
De longen.
Drie beweringen over de longen van de mens zijn:
1. via de longen wordt koolstofdioxide afgegeven, 2. via de longen wordt waterdamp afgegeven, 3. de cellen van de longen verbruiken zuurstof.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Ademhaling
Kalkwater.
In twee reageerbuizen bevindt zich helder kalkwater. Door het kalkwater in buis 1 wordt zuurstof geleid; door het kalkwater in buis 2 wordt uitgeademde lucht geleid.
Zal het kalkwater in buis 1 troebel worden? En het kalkwater in buis 2?
afbeelding
Ademhaling
Kalkwater. Zie figuur B 382 van de bijlage.
Kamerlucht en uitgeademde lucht worden elk door kalkwater geleid.
In welke opstelling wordt het kalkwater het eerst troebel?
afbeelding
Ademhaling
Kalkwater.
In drie reageerbuizen bevindt zich helder kalkwater.
Door het kalkwater in buis 1 wordt uitgeademde lucht geleid. Door het kalkwater in buis 2 wordt zuurstof geleid. Door het kalkwater in buis 3 wordt koolstofdioxide geleid.
In welke buis of buizen zal het kalkwater troebel worden?
Ademhaling
Kalkwater. Zie figuur B 1893 van de bijlage.
De afbeelding stelt een proef voor waarbij lucht door kalkwater wordt geblazen. Als men de lucht met een fietspomp door kalkwater blaast, blijft het kalkwater lange tijd helder (tekening 1). Als men lucht met de mond door kalkwater blaast, wordt het kalkwater snel troebel (tekening 2).
Welke van de onderstaande conclusies uit deze proef is juist?
afbeelding
Ademhaling
Ademen aan de rekstok. Zie figuur B 2482 van de bijlage.
Bij iemand die met het hoofd omlaag aan een rekstok hangt, kan uitademing plaats vinden onder meer door
afbeelding
Ademhaling
De borstkas. Zie figuur B 24 van de bijlage.
Het afgebeelde model stelt een gedeelte van de borstkas van de mens voor. De punten P, Q, R en S stellen aanhechtingspunten van tussenribspieren voor.
Een spier die zich samentrekt bij diepe uitademing verbindt
afbeelding
Ademhaling
De borstkas. Zie figuur B 24 van de bijlage.
Het afgebeelde model stelt een gedeelte van de borstkas van de mens voor. De punten P, Q, R en S stellen aanhechtingspunten van tussenribspieren voor.
Een spier die zich samentrekt bij diepe inademing verbindt
afbeelding
Ademhaling
Long- en borstvlies.
De ruimte tussen het longvlies en het borstvlies (interpleurale ruimte) is bij zoogdieren gevuld met een lymfe-achtige vloeistof.
Wat zou er bij inademing gebeuren als deze ruimte niet met vloeistof was gevuld, maar in verbinding stond met de buitenlucht?