Deze oefentoets bevat 46 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Vier planten van verschillende soorten maar met een even groot bladoppervlak werden dezelfde omgeving geplaatst. De hoeveelheid water die uit de bladeren verdampte, werd gemeten en is in onderstaande tabel weergegeven. afbeelding
Welke plant zal waarschijnlijk de dikste waslaag en de minste huidmondjes hebben?
Plantenanatomie
Uitdroging bij planten.
Bij bladeren van planten kunnen de volgende eigenschappen voorkomen:
1. diep verzonken huidmondjes, 2. huidmondjes aan de bovenkant, 3. groot oppervlak met veel huidmondjes, 4. klein oppervlak met een waslaag.
Welke van bovenstaande eigenschappen beschermen het meest tegen uitdroging?
Plantenanatomie
Bladstructuur en huidmondjes.
Van drie planten is het aantal huidmondjes per mm2
blad aangegeven.
afbeelding
Welke van deze planten kan een waterplant met drijvende bladeren zijn?
Plantenanatomie
Bladstructuur van paardenbloemen. Zie figuur B 826 van de bijlage.
De tekeningen stellen vier bladeren van vier verschillende paardenbloemen voor. De bladeren zijn even lang en vertonen - behalve de bladvorm - geen verschillen.
Uit welk blad zal onder gelijke omstandigheden de kleinste hoeveelheid water per dag verdampen?
afbeelding
Plantenanatomie
Bladstructuur van paardenbloemen. Zie figuur B 826 van de bijlage.
De tekeningen stellen vier bladeren van vier verschillende paardenbloemen voor. Aan elk van deze vier planten komt maar één type blad voor. De getekende bladeren zijn even lang en vertonen behalve de bladvorm geen verschillen.
Welk blad is waarschijnlijk afkomstig van de paardenbloem die het best aan een droge standplaats is aangepast?
afbeelding
Plantenanatomie
Verdamping door blad.
Bij sommige planten wordt te sterke verdamping tegengegaan door
Plantenfysiologie
Experiment met waterlelie. Zie figuur B 684 van de bijlage.
Vier even grote levende bladeren van een waterlelie worden ieder in een aparte bak water gebracht. Ieder blad drijft op het water (zie tekening). De bakken staan in het zonlicht. De bladeren zijn verschillend behandeld (zie tabel).
afbeelding
In welke bak zal de minste verdamping plaatsvinden?
afbeelding
Plantenfysiologie
Verdamping door planten.
Hieronder volgen vier beweringen over de verdamping van water door kruidachtige planten in een weiland in Nederland. Twee van deze beweringen zijn juist.
1. Uit deze planten kan alleen water verdampen als tegelijkertijd de huidmondjes geheel open zijn. 2. Uit deze planten kan alleen water verdampen als tegelijkertijd de wortelharen water opnemen. 3. Zowel uit de bladeren als uit de stengels kan water verdampen. 4. Water kan zowel overdag als 's nachts verdampen.
Welke beweringen zijn juist?
Plantenfysiologie
Bladeren van landplanten. Zie figuur B 990 van de bijlage.
Van vier verschillende soorten landplanten zijn de bladeren getekend (onder ieder blad een dwarsdoorsnede; de dikte van de lijn geeft de dikte van de waslaag weer).
Welke van deze planten is het minst geschikt om in een zeer droge omgeving te groeien?
afbeelding
Plantenfysiologie
Experiment met plant. Zie figuur B 1012 van de bijlage.
De proefopstelling zoals die is afgebeeld, kan men gebruiken om aan te tonen dat deze afgesneden plant
afbeelding
Plantenfysiologie
Wateropname door plantencellen.
Bij plantencellen kan een celdeling worden opgevolgd door plasmagroei, celstrekking en differentiatie.
Bij welk van de genoemde processen vindt de meeste opname van water plaats?
Plantenfysiologie
Experiment met plant. Zie figuur B 1035 van de bijlage.
Er wordt een plastic zak om stengel en bladeren van een groene plant gedaan. De temperatuur blijft constant. Na enkele uren verschijnen er waterdruppeltjes aan de binnenzijde van de plastic zak.
Welke van de volgende conclusies uit dit experiment is juist?
afbeelding
Plantenfysiologie
Experiment met takjes van loofboom.
Vier jonge takjes van een loofboom worden in reageerbuizen met water gezet. De takjes hebben evenveel en even grote bladeren. De bladeren van tak 1 worden aan de bovenzijde ingesmeerd met een doorschijnende was, de bladeren van tak 2 aan de onderzijde en die van tak 3 aan beide zijden. Tak 4 wordt niet behandeld. Vervolgens worden de vier takken twee dagen in een warme kamer in het licht gezet.
In welke reageerbuis zal het waterpeil het meest dalen?
Plantenfysiologie
Experiment met stengels van een plant. Zie figuur A 230 van de bijlage.
Drie stengels van dezelfde plant, een met veel, een met weinig en een zonder bladeren worden elk in een glas met 100 mL water gezet. Op het water komt een olielaagje. Na enkele dagen is de waterhoogte zoals in de figuur getekend is. Ook blijkt dat het gewicht van elke opstelling verminderd is.
Hier volgen vier mogelijke verklaringen naar aanleiding van deze proef:
1. Verdamping vindt plaats via bladeren en/of stengels. 2. Een stengel met bladeren verdampt meer water naarmate er meer bladeren aan zitten. 3. Er vindt in stengels watertransport door de houtvaten plaats. 4. Water verlaat de bladeren via de huidmondjes.
Welke van deze beweringen wordt (worden) bevestigd door deze proef?
-
afbeelding
Plantenfysiologie
Proefopstelling met plant op weegschaal. Zie figuur B 1076 van de bijlage.
De proefopstelling staat op een weegschaal. De proefopstelling weegt 1184 gram. Een dag later is het waterpeil in de glazen buis gedaald en het gewicht is 1167 gram. De lucht in de afgesloten ruimte waarin de proefopstelling staat, bevat meer waterdamp dan de vorige dag.
Welke conclusie kan uit deze proef getrokken worden?
afbeelding
Plantenfysiologie
Blad van waterlelie. Zie figuur B 684 van de bijlage.
Vier even grote levende bladeren van een waterlelie worden ieder in een bak water gebracht. Ieder blad drijft op het water (zie tekening). De bakken staan in het zonlicht. De bladeren zijn verschillend behandeld (zie tabel hieronder). afbeelding
In welke bak zal de minste verdamping plaatsvinden?
afbeelding
Plantenfysiologie
Eigenschappen van planten.
Van vier verschillende planten zijn de volgende gegevens bekend:
plant 1 bezit bladeren met zeer veel huidmondjes aan de onderzijde, plant 2 bezit kleine, sterk behaarde bladeren, plant 3 bezit erg grote en dunne bladeren, plant 4 bezit huidmondjes die aan de bovenzijde van de bladeren liggen.
Welke van deze planten is waarschijnlijk het beste tegen uitdroging beschermd?
Plantenfysiologie
Wateropname door plant.
Van vier even grote planten van dezelfde soort wordt gedurende een bepaalde periode de opname van water gemeten.
Plant 1 staat in een kamer en wordt normaal belicht. Plant 2 staat onder een glazen stolp en wordt normaal belicht. Plant 3 staat in een kamer en wordt sterk belicht. Plant 4 staat onder een glazen stolp en wordt sterk belicht.
De beschikbare hoeveelheid water is voor alle planten dezelfde en ruim voldoende.
Welke plant zal tijdens de proefperiode de grootste hoeveelheid water opnemen?
Plantenfysiologie
Experiment met geranium.
Een geranium wordt gedurende een week in het donker gezet en krijgt geen water. Daarna wordt deze geranium een week in het licht gezet en regelmatig van water voorzien. In beide situaties wordt de hoeveelheid water bepaald die de geranium verdampt. Ook wordt in beide perioden het gemiddelde aantal geopende huidmondjes in de bladeren van deze plant bepaald.
Gedurende de eerste week (in het donker) heeft de geranium
Plantenfysiologie
Water en bladeren.
Water bereikt de bladeren van een plant met bladgroen vooral via de houtvaten. Drie beweringen over dit water in bladeren zijn:
1. het kan verdampen, 2. het kan verbruikt worden bij fotosynthese, 3. het kan gebruikt worden bij het transport van suikers door de bastvaten.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Plantenfysiologie
Woestijnplant en moerasplant. Zie figuur B 813 van de bijlage.
Iemand doet een proef met een blad van een woestijnplant en een blad van een moerasplant. Beide bladeren zijn pas van de planten afgesneden en gelijk van gewicht. De snijvlakken van de stelen van de afgesneden bladeren worden ingevet om waterverlies vanuit de bladstelen tegen te gaan. De bladeren worden in de zon gelegd en regelmatig gewogen. Van beide bladeren is in het diagram het gewicht tegen de tijd uitgezet.
Welk van beide bladeren zal waarschijnlijk de dikste waslaag hebben? Welk van beide bladeren is waarschijnlijk afkomstig van de moerasplant?
afbeelding
afbeelding
Plantenfysiologie
Experiment met plant op weegschaal. Zie figuur B 827 van de bijlage.
Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling (zie tekening) in het licht gebracht. Ruimte R is luchtdicht van de omgeving afgesloten. Gedurende een dag wordt regelmatig de weegschaal afgelezen. Het blijkt dat het gewicht afneemt.
Waardoor wordt dit veroorzaakt?
afbeelding
Plantenfysiologie
Uitdroging van plant.
Aan vier leerlingen wordt gevraagd hoe planten in een droog gebied tegen uitdroging beschermd kunnen zijn. Zij geven de volgende antwoorden:
1. door een zo dun mogelijke waslaag, 2. door een zo groot mogelijk bladoppervlak, 3. door een zo dicht mogelijke beharing, 4. door zo scherp mogelijke stekels.
Welk van deze antwoorden is goed?
Plantenfysiologie
Experiment met planten. Zie figuur B 772 van de bijlage.
In de tekeningen zijn vier proefopstellingen weergegeven. Bij het begin van de proef wegen ze alle vier evenveel. Om de hele plant of om een gedeelte ervan is een plastic zak gedaan. De opstellingen worden 24 uur in het licht geplaatst en daarna opnieuw gewogen.
Welke opstelling zal zeker in gewicht gelijk gebleven zijn?
afbeelding
Plantenfysiologie
Druppelen van bomen.
Op een benauwde zomerdag met een hoge vochtigheidsgraad van de lucht kan nauwelijks water verdampen. Als je op zo'n dag onder de takken van een wilg doorloopt, is de kans vrij groot dat enkele druppels water op je hoofd vallen. Bij nadere bestudering zal blijken, dat het water uit de bladeren van de boom komt. Drie beweringen over de oorzaak van dit verschijnsel zijn:
1. het water wordt uit de bladeren naar buiten geperst door de verdamping, 2. het water wordt uit de bladeren naar buiten geperst door de worteldruk, 3. het water wordt naar buiten geperst door de zuigkracht van de bladeren.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Plantenfysiologie
Experiment met bebladerde stengels. Zie figuur B 1874 van de bijlage.
Vier bekerglazen worden gevuld zoals in de afbeelding is aangegeven. Ze worden onder gelijke omstandigheden in het licht opgesteld.
In welke opstelling zal na een week het vloeistofniveau het meest gedaald zijn?
afbeelding
Plantenfysiologie
Waterverbruik door bebladerde stengel. Zie figuur B 922 van de bijlage.
In een klas wordt het volgende experiment uitgevoerd. Twee reageerbuizen (1 en 2) worden tot hetzelfde niveau met water gevuld. In buis 2 wordt een takje met enkele bladeren geplaatst. Direct daarna wordt in beide buizen olie op het water gegoten. Deze opstelling blijft een dag en een nacht zo staan. Daarna blijkt dat in buis 1 het vloeistofniveau niet is gedaald en in buis 2 wel (zie de afbeelding). Vier leerlingen trekken hieruit een conclusie :
Leerling 1: het takje heeft water opgenomen. Leerling 2: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal gebruikt voor de celstrekking. Leerling 3: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de fotosynthese. Leerling 4: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de verbranding.
Welke leerling trok de juiste conclusie uit dit experiment?
afbeelding
Plantenfysiologie
Verdamping door blad. Zie figuur B 1886 van de bijlage.
De afbeelding stelt een proefopstelling voor. Hiermee wordt onderzocht of het invetten van bladeren invloed heeft op de verdamping. De luchtbel gaat naar de kant waar het meeste water verdampt. De opstelling staat op een lichte, warme plaats.
Zal de luchtbel bewegen in de richting van P of in de richting van Q? Hoe komt dat?
afbeelding
Plantenfysiologie
Water en anjers. Zie figuur B 1902 van de bijlage.
Vier anjers worden elk in een bekerglas gezet dat gevuld is met water (zie de afbeelding). Twee anjers hebben bladeren. Het oppervlak van de bladeren van deze twee anjers is gelijk. De twee andere anjers hebben geen bladeren. De bloemen van alle vier de anjers hebben hetzelfde oppervlak. Via de bladeren en de bloemen kunnen de anjers water verdampen. Twee van de bekerglazen zijn door een glazen stolp geheel van de buitenlucht afgesloten. Alle opstellingen staan in het licht bij 20°C.
In welk bekerglas zal de waterspiegel na enkele dagen het meest zijn gedaald?
afbeelding
Plantenfysiologie
Verschillende planten.
Een leerling bekijkt vier kamerplanten:
1. een plant met grote bladeren met veel huidmondjes, 2. een plant met kleine bladeren met een dikke waslaag, 3. een plant met bladeren met veel haren op het oppervlak, 4. een plant met bladeren met een dunne opperhuid en zonder waslaag.
Twee van deze planten kennen oorspronkelijk uit een droge omgeving en twee uit een vochtige omgeving.
Welke planten komen uit een droge omgeving?
Plantenfysiologie
Verdamping van geraniumbladeren. Zie figuur B 899 van de bijlage.
Een onderzoeker doet een experiment met geraniums. Hij bepaalt de verdamping via de bladeren in het licht en in het donker. De resultaten zijn weergegeven in het diagram van de afbeelding. De plant heeft gedurende de gehele onderzoeksperiode de beschikking over voldoende water.
Op welk van de in de afbeelding aangegeven tijdstippen beginnen er waarschijnlijk veel huidmondjes open te gaan?
afbeelding
Plantenfysiologie
Droogte en bladverlies.
Sommige bomen reageren op een langdurige periode van droogte met het afstoten van bladeren.
Wat voor gevolg heeft het afstoten van bladeren voor de boom?
Plantenfysiologie
Aardappels en gewichtsverlies. Zie figuur B 1952 van de bijlage.
Iemand heeft twee aardappels. Hij schilt één aardappel en weegt daarna beide aardappels. Ze blijken dan even zwaar te zijn. Vervolgens bewaart hij beide aardappels in een open bakje in de koelkast en weegt ze gedurende 5 dagen elke dag op dezelfde tijd. De grafiek in de afbeelding geeft het verloop van het gewicht van beide aardappels weer. Door deze proef wordt aangetoond dat de schil de aardappel beschermt tegen
afbeelding
Plantenfysiologie
Watertransport in plant.
Wortels van planten nemen water op. Het grootste deel van dit water wordt door de bladeren weer afgegeven aan de lucht.
Zo ontstaat in de plant een constante waterstroom naar de bladeren, die benut wordt voor het vervoer van
Plantenfysiologie
Verdamping bij verschillende planten.
Vier planten van verschillende soorten maar met een even groot bladoppervlak werden in dezelfde omgeving geplaatst. De hoeveelheid water die uit de bladeren verdampte, werd gemeten en in onderstaande tabel weergegeven.
afbeelding
Welke plant zal waarschijnlijk de dikste waslaag en de minste huidmondjes hebben?
Plantenfysiologie
Verdamping bij plant.
Is een plant tegen te sterke verdamping het best beschermd door een groot of door een klein bladoppervlak? En door een waslaag of door het ontbreken van een waslaag?
Plantenfysiologie
Experiment met geraniumblad. Zie figuur B 1814 van de bijlage.
In de tekening is een proefopstelling weergegeven.
Kan met deze proefopstelling worden aangetoond dat het blad water afgeeft? Kan met deze opstelling worden aangetoond dat het blad water opneemt?
afbeelding
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/4 Proef met kamerplant. Zie figuur B 3452 van de bijlage.
Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel (zie de tabel hieronder).
afbeelding
Wat is de onderzoeksvraag bij de proef van Oscar?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/4 Proef met kamerplant. Zie figuur B 3452 van de bijlage. Zie figuur A 825 van de bijlage.
Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel (zie de tabel hieronder). afbeelding
Maak in het assenstelsel een lijndiagram (grafiek) van de resultaten van de proef. Zet de noodzakelijke gegevens bij de assen.
-
afbeeldingafbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
3/4 Proef met kamerplant. Zie figuur B 3452 van de bijlage.
Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel.
Oscar herhaalt de proef, maar zet nu een draaiende ventilator naast de plant. De ventilator blaast lucht over de plant. Ook nu leest hij elke dag de massa af.
Zal de massa nu langzamer of sneller afnemen in vergelijking met de eerste proef? Leg je antwoord uit.
-
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
4/4 Proef met kamerplant. Zie figuur B 3452 van de bijlage.
Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel.
Oscar herhaalt de beginproef nog een keer, maar haalt nu eerst de helft van de bladeren van de plant. Ook nu leest hij elke dag de massa af.
Zal de massa nu langzamer of sneller afnemen in vergelijking met de eerste proef? Leg je antwoord uit.
-
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/6 Verdamping. Zie figuur A 667 hieronder. afbeelding Een studente onderzoekt welk verband er bestaat tussen de relatieve luchtvochtigheid in een afgesloten ruimte en de verdamping die via de bladeren van een plant in deze ruimte plaatsvindt. Hiertoe neemt zij een afgesneden ligustertak en maakt een proefopstelling zoals die is weergegeven In de afbeelding. De proefopstelling staat in het licht. Om de relatieve luchtvochtigheid in het afgesloten cilinderglas te bepalen wordt een opstelling gebruikt, waarbij de meetwaarden van twee kwikthermometers kunnen worden afgelezen. Bij de ene thermometer is het kwikreservoir omgeven door een in water gedrenkt kousje. Met deze thermometer wordt de zogenoemde natte-bol-temperatuur gemeten (= HT). Met de andere thermometer wordt de luchttemperatuur afgelezen: de zogenoemde droge-bol-temperatuur (= TT). De studente leest gedurende 40 minuten om de 3 minuten de waterstanden in een buis met schaalverdeling af. Uit de afgelezen waarden berekent ze de verdampingssnelheid. Bij het inzetten van de proef bracht ze de waterstand in de buis op 0. Haar eerste meting (t = 0) doet zij een halve minuut na het inzetten van de proef Bij iedere meting noteert zij ook TT en HT.
Zie volgende scherm.
-
Plantenfysiologie
Bescherming tegen verdroging bij planten.
Bij planten kunnen de volgende eigenschappen voorkomen:
Welke van deze eigenschappen beschermen het meest tegen uitdroging?
Plantenfysiologie
1/2 Duinen.
INFORMATIE 2 HELM Zie figuur B 3333 van de bijlage.
Helm is een grassoort die in de duinen voorkomt. Helm wordt vaak in de duinen aangeplant om zandverstuiving tegen te gaan. De plant vormt lange, sterk vertakte wortels en wortelstokken die diep in de bodem doordringen en zo het zand goed vasthouden. De bloeitijd is in het begin van de zomer. De bloempjes vormen samen een geelgroene aar. De lange, grijsgroene bladsprieten zijn meestal in de lengterichting opgerold, ter bescherming tegen uitdroging (zie de afbeelding).
In de informatie staat dat de bladeren van helmplanten meestal zijn opgerold ter bescherming tegen uitdroging.
Noem nog een andere eigenschap uit de tekst waaruit blijkt dat de plant aangepast is aan een droog milieu.
afbeelding
Plantenfysiologie
2/2 Duinen.
INFORMATIE 2 HELM Zie figuur B 3333 van de bijlage.
Helm is een grassoort die in de duinen voorkomt. Helm wordt vaak in de duinen aangeplant om zandverstuiving tegen te gaan. De plant vormt lange, sterk vertakte wortels en wortelstokken die diep in de bodem doordringen en zo het zand goed vasthouden. De bloeitijd is in het begin van de zomer. De bloempjes vormen samen een geelgroene aar. De lange, grijsgroene bladsprieten zijn meestal in de lengterichting opgerold, ter bescherming tegen uitdroging (zie de afbeelding).
De bladeren van helmplanten zijn meestal opgerold (zie de informatie). De huidmondjes bevinden zich dan aan de binnenzijde.
Leg uit welk voordeel het voor de plant heeft, dat de huidmondjes zich dan aan de binnenzijde bevinden.
afbeelding
Plantenfysiologie
Bladluizen bestrijden.
Als op een boom veel bladluizen zitten, kunnen de bladeren van de boom verwelken en vroegtijdig afvallen.
Verandert door deze bladafval 's zomers de hoeveelheid water die uit de boom verdampt? En verandert hierdoor de hoeveelheid water die door de wortels wordt opgenomen?