Oefentoets Biologie: Ademhaling - Ziekten | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 23 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

23

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

1/2 Klaplong.
Zie figuur B 2398 van de bijlage.

Bij een klaplong is er sprake van een gaatje of scheurtje in het longweefsel. Dit weefsel trekt zich vervolgens door zijn elasticiteit samen. Er stroomt lucht vanuit de long in de ruimte tussen longvlies en borstvlies.
Iemand die een klaplong heeft, gaat al bij geringe inspanning hijgen.

Waardoor wordt dit hijgen vooral veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/2 Klaplong.

Iemand heeft een klaplong. De andere long is normaal. Tijdens de inademing wordt aan de kant van de klaplong de druk in de ruimte tussen longvlies en borstvlies vergeleken met de druk in de klaplong.

Is er tijdens de inademing een verschil in druk?
Zo ja, waar is de druk het laagst?

Ademhaling

1/7 Taaislijmziekte.

Tekst:
Taaislijmziekte (cystische fibrose of CF) is een erfelijke aandoening die gekenmerkt wordt door o.a. luchtweginfecties. Deze zijn het gevolg van abnormale taaiheid van het slijm in de luchtwegen. Door deze taaiheid blijft het slijm vaak achter in de luchtwegen, waardoor infecties kunnen ontstaan.
De ziekte wordt veroorzaakt door een recessief, niet-X-chromosomaal gen. Twee willekeurige mensen die geen CF hebben, hebben een kans van 1 op 900 om een kind te krijgen met CF.

bron: Intermediair, oktober 1993

Waardoor bevordert de aanwezigheid van taai slijm het ontstaan van infecties van de longen en luchtwegen?

Ademhaling

2/7 Taaislijmziekte.

Bepaalde infecties behandelt men met een flinke dosis van een antibioticum, maar op den duur raken de ziekteverwekkers daartegen resistent.
Er zijn ook groepen ziekteverwekkers die niet met antibiotica kunnen worden bestreden.

Geef de naam van zo'n groep.

Ademhaling

3/7 Taaislijmziekte.
Zie figuur B 2699 van de bijlage.

In de afbeelding is een stamboom weergegeven. De personen II3 en II4 hebben twee kinderen. Hun oudste zoon (III1) heeft CF.

Hoe groot is de kans dat hun jongste zoon (III2) CF heeft?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/7 Taaislijmziekte.
Zie figuur B 2699 van de bijlage.

Persoon 1 van generatie II wil weten of hij een verhoogde kans heeft om een kind te krijgen met de aandoening CF. Hij wil erfelijkheidsonderzoek laten doen.
Erfelijkheidsonderzoek wordt alleen gedaan bij personen bij wie de kans dat ze drager zijn van CF, groter is dan bij een willekeurige persoon.

Kan op grond van de stamboom geconcludeerd worden dat hij in aanmerking komt voor een erfelijkheidsonderzoek? Verklaar je antwoord.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

5/7 Taaislijmziekte.
Zie figuur B 1571 van de bijlage.

Het CF-gen is gelokaliseerd in de lange arm van chromosoom 7. In de afbeelding is chromosomenpaar nummer 7 weergegeven, zoals dit zichtbaar is in een karyogram. De lange armen van de chromosomen zijn genummerd 1 t/m 4.

In welke van de delen 1 t/m 4 is bij iemand met taaislijmziekte de code in het DNA afwijkend?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

6/7 Taaislijmziekte.

Tekst:
In een ziekenhuis in Londen probeert men met gentherapie CF-patiënten te genezen. Men brengt erfelijke informatie verpakt in vetbolletjes in de longen van CF-patiënten. Deze methode van gentherapie heeft gunstige resultaten bij muizen met CF.

Stel dat de 'vetbolletjestherapie' succesvol is bij CF-patiënten. Een ex-patiënt wil met een 'willekeurige' partner een kind.

Is de kans op een kind met CF dan kleiner, even groot of groter dan 1 op 900? Verklaar je antwoord.

Ademhaling

7/7 Taaislijmziekte.

De aanwezigheid van een CF-gen heeft niet alleen nadelen, maar ook een voordeel. Dragers van het CF-gen zijn beschermd tegen cholera.
Het CF-gen blijkt veel meer voor te komen in gebieden waar al vele generaties lang regelmatig cholera heerst, dan in choleravrije gebieden.

Noem de naam van het proces dat er toe heeft geleid dat het CF-gen in choleragebieden veel voorkomt.

Ademhaling

Astma.

Astmapatiënten kunnen een medicijn gebruiken waardoor hun benauwdheid vermindert. Dit medicijn laat spiertjes in de wand van de luchtwegen ontspannen. In veel gevallen wordt dit medicijn ingeademd met behulp van een handverstuiver ('inhaler'). Andere methoden om een dergelijk medicijn toe te dienen, zijn:

1. als zetpil in de endeldarm brengen,
2. als drank innemen via de mond,
3. als injectie inspuiten in een bloedvat,
4. als injectie inspuiten in het weefsel van een beenspier.

De toegediende hoeveelheid van het medicijn is bij deze vier andere methoden verschillend, terwijl toch hetzelfde resultaat wordt bereikt.

Bij welke van deze vier andere toedieningsmethoden wordt het snelst en met behulp van de kleinste hoeveelheid medicijn de benauwdheid verminderd?

Ademhaling

Ademhalingsproblemen.

Bij een bepaalde persoon is de luchtpijp ten gevolge van overmatige slijmvorming vernauwd. De gaswisseling in de longblaasjes is daardoor slecht. Ook in rust krijgt hij het hierdoor benauwd en gaat hij hijgen. Men heeft de keus uit drie gasmengsels die deze persoon kan inademen om zijn gaswisseling te verbeteren. De mengsels hebben de volgende samenstelling:

afbeeldingafbeelding

De vochtigheidsgraad van alle drie de mengsels is laag en de temperatuur ervan bedraagt 20°C.

Door inademing van welk van de drie gasmengsels zal de gaswisseling in de longblaasjes van de persoon het meest verbeteren?

Ademhaling

Longontsteking.
Zie figuur A 189 van de bijlage.

In bepaalde gevallen van (ernstige) longontsteking kan door een operatieve ingreep de genezing van het ontstoken weefsel bevorderd worden. Deze ingreep berust op het principe dat weefsels die tot rust gebracht worden, vaak sneller genezen dan weefsels die voortdurend in beweging zijn. Om dit bij een plaatselijke ontsteking in één long te bereiken, wordt gesteriliseerd stikstofgas via een buisje door de wand van de borstkas op een bepaalde plaats in de borstkas gebracht. Hierdoor schrompelt die long tijdelijk ineen.

Op welke van de in de tekening aangegeven plaatsen moet het genoemde stikstofgas terechtkomen?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/8 Een nieuwe astmatherapie.

Mensen met astma kunnen soms moeilijk ademhalen: zij worden kortademig, ademen piepend' of moeten hoesten. Dit komt doordat hun luchtwegen snel geprikkeld raken door allerlei stoffen. De één krijgt bijvoorbeeld problemen door huisstofmijt, de ander kan niet tegen huisdieren of pollen. Vaak ontstaan er klachten door niet-allergene prikkels zoals sigarettenrook, parfum en mist.
De neus- en keelholte worden de bovenste luchtwegen genoemd. Bij astma gaat het om een ontsteking in de lagere luchtwegen: de longen.
Bij zo'n ontsteking treden de volgende reacties in de lagere luchtwegen op.

- De slijmvliezen aan de binnenkant van de luchtwegen zwellen op.
- De slijmvliezen produceren meer slijm en vocht dan normaal.
- De spiertjes om de luchtwegen trekken samen en raken verkrampt.

Gevolgen van die reacties zijn:

- De doorgang voor de lucht wordt kleiner, dit maakt de ademhaling moeilijker.
- De lucht wordt niet genoeg ververst, wat leidt tot benauwdheid.

Zie volgende scherm

Ademhaling

2/8 Een nieuwe astmatherapie.
Zie figuur B 4503 van de bijlage.

De afbeelding geeft de luchtwegen van de mens schematisch weer.

In welk gedeelte van de luchtwegen P, Q, R of S spelen de reacties die tot astmaklachten leiden zich voornamelijk af?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/8 Een nieuwe astmatherapie.

Een van de reacties bij astma is dat de spiertjes om de luchtwegen zich samentrekken en verkrampt raken.

Door welk deel van ons zenuwstelsel wordt het samentrekken van de spiertjes in de luchtwegen gestimuleerd?

Ademhaling

4/8 Een nieuwe astmatherapie.

De doorgang in de luchtwegen wordt bij een astma-aanval belemmerd. Hierdoor kost het meer moeite om dezelfde hoeveelheid lucht binnen te halen.

Noem twee spiergroepen die bij een astma-aanval meer energie gaan verbruiken om voldoende te kunnen ventileren.

Ademhaling

5/8 Een nieuwe astmatherapie.

De ontsteking bij astma is anders dan die bij longontsteking. Longontsteking is een bacteriële infectie van de longen. Een kind dat longontsteking krijgt, wordt acuut erg ziek, krijgt last van een snelle ademhaling en hoge koorts. De koorts houdt een paar dagen aan. Soms moet een kind ervan hoesten, mede door extra slijmproductie.
Longontsteking wordt doorgaans behandeld met antibiotica.
Astma wordt onder andere bestreden met medicijnen die worden toegediend als 'pufjes'. Dit zijn stoffen die worden geïnhaleerd. Een van die pufjes die gebruikt wordt bij astma zorgt ervoor dat de spiertjes rond de luchtwegen ontspannen.
De medicijnen uit de pufjes' leiden heel snel tot meer lucht bij een acute aanval van kortademigheid. Binnen vijf minuten na het inhaleren neemt de benauwdheid af.
Medicijnen kunnen dienen om de oorzaak van een ziekte aan te pakken of ze dienen ter bestrijding van de ziekteverschijnselen.

Welk van de beschreven medicijnen pakt of welke pakken de oorzaak aan van een van de beschreven ziekten?

Ademhaling

6/8 Een nieuwe astmatherapie.

Twee Canadese artsen ontwikkelden een nieuwe behandelmethode. Bij deze nieuwe techniek, 'bronchiale thermoplastiek' genaamd, brengen artsen een klein flexibel slangetje via de neus of de mond in de luchtwegen van de patiënt. Een sonde aan het eind van dit slangetje warmt de luchtwegen tien seconden plaatselijk op tot 65°C. Door deze hoge temperatuur worden spiercellen in bronchiën weggebrand, waardoor deze minder heftig kunnen reageren. Door een lichte verdoving voelt de patiënt niets van de behandeling.
Volgens de onderzoekers speelt bij astmatherapie het placebo-effect een grote rol. Als iemand alleen maar het idee heeft dat hij behandeld wordt, lijkt dat ook al te helpen tegen de klachten. Om te bewijzen dat het wegbranden van de spiercellen helpt tegen astma werd ook bij een andere groep astmapatiënten een behandeling uitgevoerd (controlegroep).

Aan welke voorwaarde dienen de astmapatiënten die tot de controlegroep behoren te voldoen?
- Hoe dienen deze astmapatiënten behandeld te worden?

Ademhaling

7/8 Een nieuwe astmatherapie.

Een van de manieren om te evalueren of de therapie werkt, is om de longfunctie van de patiënten te bestuderen.
Twee eigenschappen van de ademhaling die onderzocht kunnen worden zijn:

- De vitale capaciteit.
- De peak-flow. Dit is de hoeveelheid lucht die iemand in de eerste seconde van uitademing kan uitblazen.

Eén van de twee eigenschappen zal verbeteren door de 'bronchiale thermoplastiek'.

Welke is dat? Leg je antwoord uit.

Ademhaling

8/8 Een nieuwe astmatherapie.
Zie figuur C 393 van de bijlage.

Bij de behandelde patiënten wordt ook het medicijngebruik bekeken. Het medicijngebruik bij astma is tot bepaalde hoogte afhankelijk van de klachten die men op dat moment heeft.
De resultaten worden weergegeven in een grafiek waarin op de Y-as het medicijngebruik is weergegeven. Het normale medicijngebruik wordt op 100 % gesteld. Op de X-as staan drie verschillende proefgroepen (1, 2 en 3). Groep 1 bestaat uit de patiënten die geen behandeling hebben gehad.
Groep 2 bestaat uit de patiënten die de controlebehandeling hebben gehad.
Groep 3 bestaat uit de patiënten die de bronchiale thermoplastiek' behandeling hebben gehad.
Ga er van uit dat de therapie werkt, maar ook dat de onderzoekers gelijk hebben en dat er een placebo-effect optreedt.

Welk diagram geeft op de juiste wijze de resultaten van de onderzoekers weer?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Caissonziekte.

Caissonziekte, die kan ontstaan als een duiker snel omhoog komt uit de diepte, wordt veroorzaakt door

Ademhaling

Astma.

Hieronder staat een lijstje met astmamedicijnen.
afbeeldingafbeelding
Vier leerlingen doen daarover een uitspraak:

Bart: "Ventolin is nuttig als een astmapatiënt wil gaan sporten."
Monique: "Serevent is erg gewenst bij een flinke verkoudheid van een astmapatiënt."
Pauline: "Een astmapatiënt zal na gebruik van prednison een veel grotere vitale capaciteit blijken te hebben."
Joost: "Bij een astmapatiënt die veel slijm in de longen heeft, is Flixotide een prima oplossing."

Welke leerling heeft of welke leerlingen hebben gelijk?

Ademhaling

Taaislijmziekte.

Tekst:
Taaislijmziekte (cystische fibrose of CF) is een erfelijke aandoening die gekenmerkt wordt door o.a. luchtweginfecties. Deze zijn het gevolg van abnormale taaiheid van het slijm in de luchtwegen. Door deze taaiheid blijft het slijm vaak achter in de luchtwegen, waardoor infecties kunnen ontstaan.

bron: Intermediair, oktober 1993

Waardoor bevordert de aanwezigheid van taai slijm het ontstaan van infecties van de longen en luchtwegen?