Oefentoets Aardrijkskunde: Geomorfologie - pre-glaciale processen | HAVO 3/VMBO theoretische leerweg, 4/VWO 2

Ontdek de digitale toets over periglaciale processen, gericht op studenten en geïnteresseerden in aardwetenschappen, en test je kennis over de betekenis, effecten en vormen van deze unieke geologische fenomenen. - 15 vragen

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Periglaciaal: betekenis en processen

Wat beschrijft de term 'periglaciaal'?

Periglaciale processen en hun omgeving

In welk type omgeving treden periglaciale processen vooral op?

Periglaciale processen en hun effecten

Welk proces hoort bij periglaciale processen?

Beschrijving van solifluction

Hoe kun je solifluction beschrijven?

Effecten van vorst op de bodem

Wat gebeurt er bij frost heave?

Patronen door periglaciale processen

Welk patroon ontstaat door periglaciale processen?

Ontstaan van een pingo

Hoe ontstaat een pingo?

Nivatie en erosie in sneeuwvelden

Wat houdt nivatie in?

Periglaciale massabewegingen kiezen

Selecteer twee periglaciale massabewegingen:

Voorbeelden van vorstverwering

Kies twee voorbeelden van vorstverwering:

Periglaciale processen en permafrost

Bij periglaciale processen speelt permafrost en de [invulveld]-laag een rol.

Periglaciale processen en gletsjers

Zijn periglaciale processen alleen aanwezig onder gletsjers?

Wat is frost creep?

Geef in één of twee zinnen wat frost creep is.

Periglaciale processen en termen koppelen

Koppel periglaciale term aan uitleg:

  • Beweging van natte bodem over permafrost

  • Opduwen van stenen door ijsvorming onder grond

  • IJsvorming in spleten die bodem vervormen

  • Patronen van stenen door vorstprocessen

  • Gelifluction

  • Frost heave

  • Ice wedge

  • Patterned ground

Stappen van pingo-vorming rangschikken

Rangschik de stappen bij pingo-vorming:

  1. Water accumuleert in talik

  2. Water bevriest en vormt ijslens

  3. Grond zet uit en vormt heuvel