Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 10 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

10

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Lintworm.

Een lintworm is alleen in staat verteerd voedsel op te nemen en gebruikt dezelfde voedingsstoffen als de mens.
Hij leeft als parasiet in het maag-darmstelsel van de mens.

Wat is voor de lintworm in verband met zijn voedselopname de meest gunstige plaats in het spijsverteringsstelsel van de mens?

Spijsvertering

1/4 Een darmziekte.

FAP (Familiaire Polyposis Coli) is een darmziekte waarbij al op jonge leeftijd in de dikke darm en de endeldarm honderden tot duizenden weefseluitstulpingen (poliepen) voorkomen die zich kunnen ontwikkelen tot dikke-darmkanker.
FAP is een erfelijke aandoening die berust op een afwijkend gen. Dit afwijkende gen is dominant over het normale gen.
De ziekte heeft niet altijd hetzelfde verloop.
Soms is het nodig zowel de dikke darm als de endeldarm van een patiënt te verwijderen.
In andere gevallen wordt alleen de dikke darm weggehaald. De dunne darm wordt dan aangesloten op de endeldarm.
Dit noemt men een endeldarmsparende operatie.

Een patiënt met de eerste ziekteverschijnselen van FAP wordt onderzocht. Informatie over de plaats van de afwijking in het gen kan worden verkregen door onderzoek van cellen van deze patiënt. Met deze informatie kan een prognose van het verloop van de ziekte worden gegeven.

Welk onderzoek van cellen wordt dan uitgevoerd?

Spijsvertering

2/4 Een darmziekte.

Welke cellen van de mens kunnen voor dit onderzoek worden gebruikt?

Spijsvertering

3/4 Een darmziekte.
Zie figuur B 2588 van de bijlage.

FAP (Familiaire Polyposis Coli) is een darmziekte waarbij al op jonge leeftijd in de dikke darm en de endeldarm honderden tot duizenden weefseluitstulpingen (poliepen) voorkomen die zich kunnen ontwikkelen tot dikke-darmkanker.
FAP is een erfelijke aandoening die berust op een afwijkend gen. Dit afwijkende gen is dominant over het normale gen.

In de afbeelding zijn de stambomen weergegeven van twee families waarin FAP voorkomt.
Vrouw II-4 en man II-5 willen samen een kind. Zij vragen zich af hoe groot de kans is dat zij een kind met FAP krijgen.

Hoe groot is die kans, aangenomen dat er geen mutaties optreden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/4 Een darmziekte.

De ontlasting van een gezonde persoon wordt vergeleken met de ontlasting van een persoon met FAP bij wie een endeldarmsparende operatie is uitgevoerd.

Bestanddelen van de ontlasting zijn bacteriën, onverteerde resten en water.

Van welk of van welke van deze bestanddelen is de hoeveelheid per gram ontlasting bij de persoon met FAP lager?

Spijsvertering

1/5 Dunne-darmtransplantatie.

Vanaf medio 2001 worden in Nederland dunne darmtransplantaties uitgevoerd. Patiënten met een stilliggende darm die in aanmerking komen voor een donordarm hebben soms al jarenlang niet meer met hun familie aan tafel gegeten. Een aantal kinderen heeft zelfs nog nooit de smaak van voedsel geproefd. Ze zijn permanent afhankelijk van voedsel via een infuus. Andere kinderen met een stilliggende darm of een te
korte darm vertonen vermageringsverschijnselen en groeistoornissen.
'Een stilliggende darm' is een darm waarin geen transport van de voedselbrij plaatsvindt.

Hoe noemt men de beweging die een stilliggende darm niet uitvoert?

Spijsvertering

2/5 Dunne-darmtransplantatie.

Bij kinderen kan een te korte darm tot verminderde groei leiden.

Verklaar waardoor een te korte dunne darm leidt tot een groeiachterstand.

Spijsvertering

3/5 Dunne-darmtransplantatie.
Zie figuur A 1000 van de bijlage.

Infuusvoeding wordt via een ader toegediend.
Soms kan dit niet meer door stolselvorming of andere complicaties.
Dan komen patiënten in aanmerking voor een dunne darmtransplantatie.
Zo'n nieuwe darm wordt vlak onder de maag aan het resterende deel van de eigen dunne darm bevestigd.
Als een geplooid gordijn wordt de darm in de buikholte geplaatst en met diverse bloedvaten verbonden.
Vervolgens krijgt de patiënt een kunstmatige uitgang, een stoma (zie de afbeelding).
Deze stoma wordt met name gebruikt voor controles na de transplantatie.
Ook bij patiënten waarbij de endeldarm ontbreekt kan een stoma noodzakelijk zijn.
De aansluitingsplek van deze stoma verschilt van de aansluitingsplek van de stoma uit de afbeelding.

Wat is een opvallend verschil in samenstelling van de 'ontlasting' bij de stoma uit de afbeelding en bij een stoma van een patiënt zonder endeldarm? Leg uit waardoor dit verschil veroorzaakt wordt.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/5 Dunne-darmtransplantatie.

Op de verpakkingen van infuusvoeding komen de volgende gegevens voor:
afbeeldingafbeelding

De minimale energiebehoefte van een volwassen persoon is 25 kcal per kg lichaamsgewicht per dag.

Bereken op één decimaal nauwkeurig hoeveel liter infuusvoeding een volwassen persoon van 75 kg per dag toegediend krijgt.

Spijsvertering

5/5 Dunne-darmtransplantatie.

Een verpakking van 2½ liter bevat dezelfde concentraties aan opgeloste stoffen als een verpakking van 2 liter.
afbeeldingafbeelding

Leg uit wat voor probleem er in het bloed optreedt als de hoeveelheid van de in de tabel vermelde bestanddelen uit de 2½ liter in 2 liter wordt opgelost en middels een infuus wordt toegediend.