Oefentoets Biologie: Voeding | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

2/2 Energie.

In welke vorm gaat energie 'verloren'?

In de vorm van [invulveld].

Voeding

Nadorst.

Iemand die teveel gedronken heeft, heeft vaak tijdens zijn roes een uitgedroogde mond en na het ontwaken 'nadorst', terwijl er toch naast alcohol ook veel water is opgenomen bij het drinken.

Leg deze verschijnselen uit.

Voeding

Een marathon op vla?
Zie figuur B 5855 van de bijlage.

René liep in het Noordduitse Husum een marathon (zie afbeelding). Hij mat de daarbij verbruikte hoeveelheid kJ: 11.714.

Stel dat hij alle benodigde energie tijdens de marathon uit volle chocoladevla wil halen.

- Bepaal met de tabel hieronder hoeveel gram volle chocoladevla hij dan naar binnen moet werken.
afbeeldingafbeelding

- Leg uit dat het onmogelijk is de marathon op deze wijze uit te lopen.




-

afbeeldingafbeelding

Voeding

Snoeken.

Voor sommige mensen is het eten van snoekkroketten een ware delicatesse. In plaats van het gebruikelijke kippen-, varkens- of rundvlees wordt een even grote hoeveelheid 'vlees' van de snoek in de kroketten verwerkt.
Behalve dat ze heel lekker kunnen zijn, zijn ze in ieder geval licht verteerbaar. In de tabel is de samenstelling per 100 gram van kippen-, rund-, snoeken-, en varkensvlees aangegeven.

afbeeldingafbeelding

Leg met behulp van de gegevens uit de tabel uit wat de voornaamste oorzaak is van de constatering dat snoekkroketten inderdaad lichter verteerbaar zijn dan kippen-, rund- en varkensvleeskroketten.

Voeding

Brazilië.

In drie verschillende gebieden in het Noordoosten van Brazilië werd onderzoek verricht naar de gemiddelde lichaamslengte van bevolkingsgroepen in deze gebieden. In een van de drie gebieden waren de bewoners aanzienlijk kleiner dan in de andere twee gebieden. De drie gebieden waren: de kuststrook, het droge binnenland en een tussenstrook. De populaties van de gebieden zijn nauw verwant en de leden hebben overwegend dezelfde lichaamskenmerken. Men vermoedt daarom dat voedsel de voornaamste oorzaak is van dit verschil in lichaamslengte. Aan de kust eten de bewoners voornamelijk vis. In de tussenstrook bestaat het voedsel voornamelijk uit meel van de cassaveknol. Het binnenland is een typisch veeteeltgebied waar vooral vlees, melk en kaas worden geproduceerd en gegeten.

In welk gebied zijn de mensen naar verwachting gemiddeld het kortst?

Voeding

1/2 Korhoenders.

Kuikens eten de eerste weken vooral dierlijk voedsel, maar schakelen later over op plantaardig voedsel.

Welke twee voordelen heeft dierlijk voedsel voor de opgroeiende kuikens?

Voeding

2/2 Korhoenders.

Door moderne landbouwtechnieken zijn de kruidenrijke akkers bij de Sallandse heuvelrug verdwenen. Juist een hoge plantaardige diversiteit is van belang voor het korhoen.

Stoffen die in voedsel voorkomen zijn:

1. aminozuren
2. DNA
3. koolhydraten
4. vetten
5. mineralen

Voor welke stoffen is de plantaardige diversiteit in het voedsel voor het korhoen essentieel? Je mag ervan uitgaan dat het korhoen dezelfde eisen stelt aan het voedselpakket als de mens.

Voeding

De Atitlánfuut.

Aan het eind van de jaren zestig werd roofbaars in het meer uitgezet. Dit leidde aanvankelijk niet tot problemen. Voor de indianen betekende het eten van die vis een aanzienlijke aanvulling op hun eenzijdige maïsmenu.

Noem een voedingsstof uit de roofbaars die een aanzienlijke aanvulling betekende op het éénzijdige maïsmenu van de indianen.

Voeding

Gewone spurrie.

Gewone spurrie heeft kenmerken waardoor de zaden geschikt zijn om in tijden van nood graan te vervangen als voedsel voor de mens.

Noem twee van deze kenmerken die Gewone spurrie in verband daarmee kan hebben.

Voeding

Thomsongazellen op de vlucht.

Is de hoeveelheid energie die een Thomsongazelle uit één kilo van zijn voedsel kan halen groter dan, even groot als of kleiner dan de hoeveelheid energie die een leeuw uit één kilo van zijn voedsel kan halen?

Voeding

Verstijfd van schrik.

M. de Koning-Tijssen promoveerde in 1997 op hyperekplexia. Iemand met deze aandoening verstijft bij schrik enige ogenblikken volkomen. De spieren van armen en/of benen blijven bij schrik te lang gespannen.

Het aminozuur glycine blijkt een belangrijke rol te spelen bij hyperekplexia.

Welk van de volgende voedingsmiddelen bevat, per 100 gram, waarschijnlijk de grootste hoeveelheid glycine?

Spijsvertering

1/5 Zwemmen gevaarlijk.
ZWEMMEN NA HET ETEN IS GEVAARLIJK.

Zwemmen direct na het eten is ongezond en gevaarlijk. Je kunt maagkramp krijgen of steken in je zij en misschien wel verdrinken. In "Old wives' tales" van Peter Engel en Merrit Malloy (In vertaling: 'Van spinazie word je sterk', uitgeverij BZZToH) wordt dan ook geadviseerd na het eten een uur te wachten alvorens een duik te nemen in het water.

In het vorig jaar bij Bert Bakker verschenen 'Lexicon van hardnekkige misverstanden' van Walter Krämer en Götz Trenkler wordt het advies een sprookje genoemd. "Het verhaal werd vijftig jaar geleden op de wereld gezet door het Amerikaanse Rode Kruis. In een brochure over zwemmen en gezondheid werd afgeraden te water te gaan na het eten, omdat je daarvan maagkramp kon krijgen en mogelijkerwijs zelfs kon verdrinken."

De Amerikaanse sportarts Arthur Steinhaus vroeg begin jaren zestig zwemmers en zwemsters naar eetgewoonten en training. Hij ontdekte dat veel sport- en hobbyzwemmers regelmatig flink aten om daarna baantjes te trekken. Niemand kreeg last van maagkramp en niemand verdronk, aldus Steinhaus. In recentere brochures van het Rode Kruis staat de waarschuwing niet meer, aldus Krämer en Trenkler.

Maar Engel en Malloy zitten iets dichter bij de waarheid dan Krämer en Trenkler. "Als er voedsel in je maag zit", staat in 'Old wives' tales', krijg je vlugger maagkrampen. Dat zit zo: om de spijsvertering te bevorderen, pompt het hart een grote hoeveelheid bloed naar de maag. Tijdens lichaamsbeweging pompt het hart bloed naar de spieren en neemt de bloedstroom naar de maag aanzienlijk af. Zonder bloedtoevoer krijgen de maagspieren een gebrek aan zuurstof en verkrampen ze, zoals elke spier die niet voldoende zuurstof krijgt. De spijsvertering en de lichaamsbeweging zijn verwikkeld in een gevecht om hulp van het lichaam."

En dat is nog maar de helft van de waarheid. Maagkrampen zijn nog tot daaraan toe, een hartstilstand is ernstiger. "Het hart is in staat slechts een bepaalde hoeveelheid bloed uit te pompen", zegt dr. G. van de Bos, arts/fysioloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam. "In rust is dat 5 liter bloed per minuut, maar bij topsport kan dat oplopen tot 25 of zelfs 30 liter per minuut.
"Om het voedsel te verteren, hebben de darmen bloed nodig. Daarin worden immers de voedingsstoffen opgenomen. Als de darmen en de spieren tegelijkertijd van het hart bloed willen hebben, moet het hart kiezen. In het uiterste geval kan het hart het dan opgeven. Nu zullen de risico's niet al te groot zijn bij een kleine en lichte maaltijd, maar een royale lunch met behoorlijk wat vet en direct daarop zware lichamelijke inspanning - sauna, flink stuk fietsen, zwemmen - kan fataal worden. Vooral ouderen die te zwaar zijn, moeten uitkijken", zegt Van de Bos.

Engel en Malloy adviseren een uur te wachten alvorens in het water te duiken. Van de Bos zegt dat het ongeveer twee uur duurt voordat het voedsel is verteerd en het spijsverteringssysteem weer leeg is. Maar zo lang hoeft er niet te worden gewacht. "Je voelt het zelf ook wel", zegt hij. "Het is een kwestie van je gezond verstand gebruiken. Ik kwam vroeger nog wel eens bij boeren. Tussen de middag aten die toen nog warm. Na de maaltijd gingen ze altijd even achter de pet, zoals dat heette. Ze zaten dan een tijdje te soezen voordat ze weer aan het werk gingen op het land. Heel verstandig."

(De Volkskrant, 10 maart 1998).

(Stepnet, proef 2, 18 november 1998).

Zie volgende scherm

Voeding

Darmflora.

Eiwitten worden opgebouwd uit twintig verschillende aminozuren. Bij goede voeding kan de volwassen mens in de lever twaalf van deze aminozuren wel zelf maken en de acht andere niet. Deze laatste moeten dus met het voedsel worden opgenomen. Er zijn aminozuren die in de lever kunnen worden omgezet in een ander aminozuur.
Hieronder wordt een aantal aminozuuromzettingen genoemd:

1. essentieel aminozuur X ® essentieel aminozuur Y;
2. essentieel aminozuur P ® niet-essentieel aminozuur Q;
3. niet-essentieel aminozuur A ® essentieel aminozuur B;
4. niet-essentieel aminozuur M ® niet-essentieel aminozuur N.

Welk van deze omzettingen is of welke zijn mogelijk in de lever?

Voeding

Geplaagd door de wind.

Welke stof komt in plantaardig voedsel voor en leidt tot de grote gasproductie bij de koe?