Oefentoets Biologie: Ademhaling | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

3/5 Ademhaling en roken.

Worden bij diepe inademing middenrifspieren samengetrokken?
En worden dan tussenribspieren samengetrokken?

Ademhaling

4/5 Ademhaling en roken.

Met sigarettenrook worden schadelijke stoffen ingeademd, zoals koolmonoxide, nicotine en teer.
Koolmonoxide wordt vanuit de longen opgenomen in rode bloedcellen, waardoor die niet goed meer werken.
Teer komt als een laagje tegen de wand van de longblaasjes terecht.

Wat is het directe gevolg van opname van koolmonoxide in het bloed?

Ademhaling

5/5 Ademhaling en roken.

Heeft teer in de longen invloed op de afgifte van koolstofdioxide uit het bloed?
En heeft het invloed op de opname van zuurstof in het bloed?

Ademhaling

1/4 Tabaksrook.

Tabaksrook bestaat onder andere uit een mengsel van gassen en teerdruppeltjes. Als een roker tabaksrook inhaleert, blijven teerdruppeltjes aan de wand van de longblaasjes plakken. Hierdoor ontstaat bij deze rokers langzamerhand een laagje teer in de longblaasjes.
Koolstofmonoxide is één van de schadelijke gassen in tabaksrook. Dit gas wordt in de rode bloedcellen opgenomen, waardoor deze hun eigenlijke functie niet meer kunnen vervullen. Sander is 18 jaar en hij rookt sinds twee jaar. Als gevolg van het roken wordt hij bij lichamelijke inspanning sneller moe dan in de tijd dat hij nog niet rookte.

Leg met behulp van bovenstaande tekst over tabaksrook uit, waardoor Sander als gevolg van het roken sneller moe wordt.

Ademhaling

2/4 Tabaksrook.

Tabaksrook tast het slijmvlies in de luchtwegen aan. Hierdoor vermindert de werking van de trilharen van dit slijmvlies.

Wat is de functie van de trilharen van het slijmvlies?

Ademhaling

3/4 Tabaksrook.

Sander moet veel vaker hoesten sinds hij rookt.
Tijdens het hoesten wordt diep en krachtig uitgeademd.

Trekken de buikspieren zich samen tijdens zo'n diepe uitademing?
En de middenrifspieren?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/4 Tabaksrook.

Sander gaat stoppen met roken. Hij weet dat roken op de lange duur nog andere schadelijke gevolgen kan hebben voor zijn lichaam dan de hierboven genoemde.

Noem een ziekte die het gevolg van roken kan zijn.

Ademhaling

1/6 Tabaksrook.

1 Tabaksrook bevat een groot aantal stoffen. Zo komt er koolstofmonoxide
2 in voor. Koolstofmonoxide gaat in het bloed op de plaats zitten waar
3 gewoonlijk zuurstof zit. Een andere stof is nicotine. Door deze stof
4 trekken onder andere bloedvaten in de huid zich samen.
5 Weer een ander bestanddeel is teer. Teer heeft onder andere tot gevolg
6 dat trilharen in de luchtpijp stil komen te staan en op den duur zelfs
7 verdwijnen. Bovendien neemt de slijmproductie door de aanwezigheid van
8 teer sterk toe. Het gevolg is dat de roker gaat hoesten. Teer heeft onder
9 andere ook tot gevolg dat op den duur delen van de longen afsterven.

In welke delen van het bloed komt koolstofmonoxide vooral terecht?

Ademhaling

2/6 Tabaksrook.

Zal door de nicotine in het bloed de hoeveelheid bloed in de huid veranderen?
Zo ja, hoe?

Ademhaling

3/6 Tabaksrook.

Welke functie heeft de trilhaarbeweging in de luchtpijp?

Ademhaling

4/6 Tabaksrook.

Bij het hoesten wordt met kracht lucht uit de longen gedreven, doordat de buikspieren zich samentrekken.

Trekken hierbij de middenrifspieren zich samen of ontspannen ze zich?
Wat gebeurt er dan met het middenrif?

Ademhaling

5/6 Tabaksrook.

1 Tabaksrook bevat een groot aantal stoffen. Zo komt er koolstofmonoxide
2 in voor. Koolstofmonoxide gaat in het bloed op de plaats zitten waar
3 gewoonlijk zuurstof zit. Een andere stof is nicotine. Door deze stof
4 trekken onder andere bloedvaten in de huid zich samen.
5 Weer een ander bestanddeel is teer. Teer heeft onder andere tot gevolg
6 dat trilharen in de luchtpijp stil komen te staan en op den duur zelfs
7 verdwijnen. Bovendien neemt de slijmproductie door de aanwezigheid van
8 teer sterk toe. Het gevolg is dat de roker gaat hoesten. Teer heeft onder
9 andere ook tot gevolg dat op den duur delen van de longen afsterven.

Zal de warmte-afgifte door de huid ten gevolge van het in de regels 3 en 4 beschreven proces afnemen, toenemen of gelijk blijven?

Ademhaling

6/6 Tabaksrook.

Trekken hierbij de buikspieren zich samen of ontspannen ze zich?
Wat gebeurt er daardoor met het middenrif?

Ademhaling

1/4 Ademhalen.
Zie figuur B 1876 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede weer van onder andere de ademhalingsorganen van de mens. De tekening geeft de situatie weer tijdens een diepe inademing.

Zijn tijdens deze diepe inademing de middenrifspieren samengetrokken?
En spieren tussen de ribben?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/4 Ademhalen.
Zie figuur B 1876 van de bijlage.

Is buis 2 verstevigd met kraakbeen?
En buis 3?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/4 Ademhalen.
Zie figuur B 1876 van de bijlage.

Komen trilhaarcellen voor in buis 2?
En in buis 3?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/4 Ademhalen.
Zie figuur B 1876 van de bijlage.

Waar is het CO2 -gehalte van de lucht het hoogst: bij 1, bij 3 of bij 4?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/5 Een longblaasje.
Zie figuur B 787 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een longblaasje met een haarvat van een mens voor.
De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.

Deel 1 bevat hemoglobine.

Wat stelt deel 1 voor?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/5 Een longblaasje.
Zie figuur B 787 van de bijlage.

Tot welk weefsel behoort de met cijfer 2 aangegeven cel?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/5 Een longblaasje.
Zie figuur B 787 van de bijlage.

Waar bevat het bloed de meeste zuurstof: bij P, bij Q of bij R?

afbeeldingafbeelding