Oefentoets Biologie: Dissimilatie - Verbranding | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 46 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

46

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Dissimilatie

Verbranding bij de mens.

Vier beweringen over de verbranding in het lichaam van de mens zijn:

1. Er komt energie vrij uit organische stoffen.
2. Er komt energie vrij uit anorganische stoffen.
3. Er wordt energie vastgelegd in organische stoffen.
4. Er wordt energie vastgelegd in anorganische stoffen.

Welke bewering is juist?

Dissimilatie

Een proces bij levende organismen.

In levende organismen komt het volgende proces voor:

uit C6 H12 O6 en O2 ontstaan CO2 , H2 O en energie.

Komt dit proces voor bij autotrofe organismen?
En bij heterotrofe organismen?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Omzetting van organische stoffen in andere organische stoffen.

In een bepaald organisme worden organische stoffen omgezet in andere organische stoffen.

Kan dit organisme autotroof zijn?
Is dit proces fotosynthese?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Verbranding in het menselijk lichaam.

Tijdens de verbranding in het menselijk lichaam gebeurt het volgende:

Dissimilatie

Niet kiemende & kiemende groene erwten.
Zie figuur B 1017 van de bijlage.

In de figuur staan twee afgesloten glazen getekend.
Glas 1 bevat droge, niet kiemende groene erwten.
Glas 2 bevat geweekte, kiemende groene erwten.
Beide glazen worden 24 uur in het donker gezet. Daarna wordt in elk glas een brandende kaars gehouden.

Vergeleken met glas 1 zal in glas 2 de kaars

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Proces waarbij energie vrijkomt.

Het proces in alle levende cellen, waarbij energie vrijkomt, heet

Dissimilatie

Verbranding bij een kiemende boon.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

In welke stadia vindt verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Verbranding van koolhydraten.

Welke stof komt of welke stoffen komen vrij bij verbranding van koolhydraten?

Dissimilatie

Stoffen verbruikt bij de verbranding.

Welke van de stoffen: koolstofdioxide, zuurstof, glucose en water verbruikt een organisme bij de verbranding?

Dissimilatie

Geweekte erwten en gekookte erwten.
Zie figuur C 56 van de bijlage.

In twee buizen wordt kalkwater gedaan. Daarboven wordt een prop vochtige watten gedaan met daarop erwten:
in buis 1 in koud water geweekte erwten en in buis 2 gekookte erwten.
Beide buizen worden 24 uur bij een constante temperatuur van 19,0°C in het licht weggezet.
De tekeningen geven de situatie in het begin en na 24 uur weer.

I. In buis 1 heeft verbranding in de erwten plaatsgevonden.
II. In buis 2 heeft verbranding in de erwten plaatsgevonden.

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Geweekte erwten en gekookte erwten.
Zie figuur C 56 van de bijlage.

In twee buizen wordt kalkwater gedaan. Daarboven wordt een prop vochtige watten gedaan met daarop erwten:
in buis 1 in koud water geweekte erwten en in buis 2 gekookte erwten.
Beide buizen worden 24 uur bij een constante temperatuur van 19,0°C in het licht weggezet.
De tekeningen geven de situatie in het begin en na 24 uur weer.

Er worden twee beweringen gedaan:

I. Met het kalkwater kan een temperatuurverandering worden aangetoond.
II. In buis 2 is koolstofdioxide gevormd.

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een brandende kaars in twee glazen.
Zie figuur B 1842 van de bijlage.

Glas 1 en glas 2 (zie tekeningen) zijn afgesloten en bevatten evenveel lucht. Ze staan twaalf uur in het licht.
Daarna wordt in elk glas een brandende kaars gehouden.

Zal de kaars in glas 2 langer of korter branden dan die in glas 1?
Waardoor?

In glas 2 zal de kaars

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Energie vrijmaken.

Bij welk van de volgende processen in organismen wordt energie vrijgemaakt?

Dissimilatie

Een plant met bladgroen in het donker.

Een plant met bladgroen kan koolstofdioxide, water en zuurstof produceren.

Welke van deze stoffen wordt of welke worden in het donker door cellen met bladgroen geproduceerd?

Dissimilatie

Een proces in levende organismen.

In levende organismen komt het volgende proces voor:

- zuurstof en glucose geeft energie en koolstofdioxide en water.

In welke organismen komt dit proces voor?

Dissimilatie

Verbranding in paddestoelen.

Welke van de volgende beweringen over verbranding in paddestoelen is juist?

Dissimilatie

Processen in het lichaam van een dier.

Twee beweringen over processen in het lichaam van een dier zijn:

I. het vrijmaken van energie uit glucose met zuurstof is een verbrandingsproces.
II. het omzetten van verteerde plantaardige eiwitten in dierlijke eiwitten is een verbrandingsproces.

Dissimilatie

Kiemende bonen in een thermosfles.
Zie figuur B 828 van de bijlage.

Op de bodem van een thermosfles worden kiemende bonen gelegd. De thermosfles wordt afgesloten met een doorboorde kurk waarin zich een thermometer bevindt (zie tekening).
Om de twee uur wordt de temperatuur in de thermosfles afgelezen; ook wordt de kamertemperatuur genoteerd.
De grafieken in het diagram geven het verloop van beide temperaturen weer.

Welke van onderstaande verklaringen voor de temperatuurstijging in de thermosfles is het meest waarschijnlijk?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Insecten, paddestoelen en varens.

Drie groepen organismen zijn: insecten, paddestoelen en varens.

Welke van deze organismen kunnen koolstofdioxide en water afgeven?

Dissimilatie

Een ondergrondse wortel van een plant.

Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide en zuurstof.

Welke van deze stoffen kunnen verbruikt worden in de cellen van een ondergrondse wortel van een plant?

Dissimilatie

Verbranding van vetten.

In het lichaam van een mens worden vetten verbrand.

Door deze verbranding van vet wordt

Dissimilatie

Gebruik van stoffen.

Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide en zuurstof.

Welke van deze stoffen kunnen verbruikt worden in de cellen van een ondergrondse wortel van een plant?

Dissimilatie

Een stofwisselingsproces.

Glucose en zuurstof kunnen in cellen worden omgezet in koolstofdioxide en water.
Enkele groepen organismen zijn: dieren, planten en schimmels.

Bij welke van deze groepen organismen kan dit stofwisselingsproces in de cellen plaatsvinden?

Dissimilatie

De verbranding in een plantencel.

Bij de verbranding in een plantencel met bladgroen spelen onder andere kooldioxide, water en zuurstof een rol.

Welke van deze drie stoffen wordt (worden) daarbij verbruikt en welke ontstaat (ontstaan) daarbij?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

De verbranding in cellen van een long.

Bij de verbranding in cellen ontstaan verschillende stoffen.

Welke stoffen ontstaan bij de verbranding in cellen van een long?

Dissimilatie

Omzetting van glucose in water en koolstofdioxide.

De omzetting van glucose in water en koolstofdioxide in een bladcel is een voorbeeld van

Dissimilatie

Verbranding in het lichaam van de mens.

Vier beweringen over verbranding in het lichaam van de mens zijn:

1. er komt energie vrij uit organische stoffen,
2. er komt energie vrij uit anorganische stoffen,
3. er wordt energie vastgelegd in organische stoffen,
4. er wordt energie vastgelegd in anorganische stoffen.

Welke bewering is juist?

Dissimilatie

Beweringen over verbranding.

Wat gebeurt er met water bij de verbranding in organismen?

1. Bij de verbranding in organismen ontstaat water.
2. Bij de verbranding in organismen wordt water verbruikt.
3. Bij de verbranding in organismen ontstaat zuurstof.
4. Bij de verbranding in organismen wordt zuurstof verbruikt.

Welke bewering(en) is(zijn juist)

Dissimilatie

Vier muizen in een bak.
Zie figuur B 381 van de bijlage.

Vier even grote muizen bevinden zich in afgesloten bakken met lucht.
Muizen hebben energie nodig om hun lichaamstemperatuur constant te houden.
De temperatuur in de bakken 1 en 3 is 5°C.
De temperatuur in de bakken 2 en 4 is 20°C.
De muizen in de bakken 1 en 2 slapen.
De muis in de bak 3 is net zo actief als die in bak 4.

In welke bak neemt waarschijnlijk het zuurstofgehalte het snelst af?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Vier muizen in een bak.
Zie figuur B 381 van de bijlage.

Vier even grote muizen bevinden zich in afgesloten bakken met lucht.
Muizen hebben energie nodig om hun lichaamstemperatuur constant te houden.
De temperatuur in de bakken 1 en 3 is 5°C.
De temperatuur in de bakken 2 en 4 is 20°C.
De muizen in de bakken 1 en 2 slapen.
De muis in de bak 3 is net zo actief als die in bak 4.

Bij welke muis wordt in het lichaam de kleinste hoeveelheid brandstof verbruikt?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Vier muizen in een bak.
Zie figuur B 381 van de bijlage.

Vier even grote muizen bevinden zich in afgesloten bakken met lucht.
Muizen hebben energie nodig om hun lichaamstemperatuur constant te houden.
De temperatuur in de bakken 1 en 3 is 5°C.
De temperatuur in de bakken 2 en 4 is 20°C.
De muizen in de bakken 1 en 2 slapen.
De muis in de bak 3 is net zo actief als die in bak 4.

Bij welke muis wordt in het lichaam de meeste energie vrijgemaakt?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een paardebloem.
Zie figuur B 3388 van de bijlage.

In de afbeelding is een paardebloem getekend. Enkele delen zijn genummerd.

Geef voor elk van de genummerde delen aan of er glucose kan worden omgezet in o.a. koolstofdioxide. Doe dit door ja of nee in te vullen.

in deel 1: [invulveld]
in deel 2: [invulveld]
in deel 3: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Het ontstaan van water en koolstofdioxide uit glucose.

Bij een bepaald proces ontstaan onder andere water en koolstofdioxide uit glucose.

Wat is voor dit proces nodig?

Dissimilatie

Zuurstofopname.

Het bloed neemt zuurstof op uit de lucht die je inademt. Zuurstof is nodig voor de verbranding.
Hieronder is de verbranding in een schema weergegeven.

(P) + zuurstof ® (Q) + water (+ energie)

Wat moet bij P en bij Q ingevuld worden om het schema volledig te maken?

P = [invulveld]
Q = [invulveld]

Dissimilatie

De arm van een mens.
Zie figuur B 788 van de bijlage.

In de afbeelding is een arm van een mens getekend. Hierin is een gedeelte van de beenderen en spieren zichtbaar.

In welke spier vindt in deze situatie de meeste verbranding plaats, in spier P of spier Q?
Of vindt in beide spieren evenveel verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Beren in winterslaap.

Een zwarte beer in winterslaap drinkt niet. Hij verliest bij het uitademen wel vocht. Toch droogt de beer niet uit.

Schrijf de naam op van een stofwisselingsproces waarbij in het lichaam van de beer water ontstaat.

Dissimilatie

Zwanen.

Bij het vliegen ontstaat veel water in een zwaan.

Wat is de naam van het proces waarbij dit water ontstaat?

Dissimilatie

Vleermuizen.

Leg uit wat het voordeel is van de verandering in de lichaamstemperatuur voor een vleermuis die in winterslaap gaat.

Dissmilatie

Sluipwespen.
Zie figuur B 2248 van de bijlage.

Sluipwespen vliegen rond op zoek naar larven van de witte vlieg. Deze vluchten kosten energie. Die energie wordt geleverd door verbranding in de vliegspieren.

Ontstaat bij die verbranding in de vliegspieren warmte?
En welk product of welke producten ontstaan bij die verbranding?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Energie.

Welk organisme uit afbeelding B 1547 kan of welke organismen kunnen door verbranding energie vrijmaken?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Zuurstof in de Theems.

Het zuurstofverbruik van voorns in water uit de Theems bij Londen is gemeten tijdens een zomer en een winter. Dagelijks is het zuurstofverbruik tussen tien en twaalf uur 's ochtends gemeten. Het zuurstofverbruik in de zomer is hoger dan in de winter.
Over het gemeten zuurstofverbruik worden twee beweringen gedaan:

I. Het zuurstofverbruik in de zomer is hoger, doordat de vissen dan meer energie nodig hebben om hun lichaam op temperatuur te houden.
II. In de zomer zijn de voorns door de hogere temperatuur actiever dan in de winter.

Dissimilatie

Spiertraining.

Als iemand voor een sport traint, gaan de gebruikte spieren zich sterker ontwikkelen. Hierdoor krijgt de spier meer volume. De spierkracht neemt toe.
Een getrainde spier verbruikt tijdens inspanning meer zuurstof dan een niet-getrainde spier.

Voor welk proces vooral wordt door een spier tijdens inspanning zuurstof verbruikt?

Dissimilatie

De arm van een mens.
Zie figuur B 788 van de bijlage.

In de afbeelding is een arm van een mens getekend. Hierin is een gedeelte van de beenderen en spieren zichtbaar.

In welke spier vindt in deze situatie de meeste verbranding plaats, in spier P of spier Q?
Of vindt in beide spieren evenveel verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Training.

Waar komt tijdens het hardlopen de brandstof vandaan die nodig is voor de verbranding in de spieren?

Dissimilatie

Kiemende bonen.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

In welke stadia vindt verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding