Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
3/4 De bestrijding van malaria. Zie figuur A 693 van de bijlage.
Malaria is een ziekte, die gepaard gaat met aanvallen van hoge koorts. Koorts is hier een lichaamstemperatuur boven de 37 graden Celsius. Bij een malariapatiënt is gedurende 24 uur om de vier uur de lichaamstemperatuur gemeten. In de tabel hieronder staan de gegevens vermeld. afbeelding
Zie figuur A 693 van de bijlage.
In de figuur staat een assenstelsel. Zet hierin de gegevens uit de tabel uit in een lijndiagram. Maak voor het diagram zo goed mogelijk gebruik van het assenstelsel.
afbeelding
Ecologie
4/4 De bestrijding van malaria.
Leid uit het door jou getekende diagram (uit de vorige vraag) af hoe lang de koortsaanval bij de patiënt die dag duurde.
Deze duurde [invulveld] uur
Ecologie
1/4 Plakker. Zie figuur B 2885 van de bijlage.
De plakker (zie de afbeelding: links het vrouwtje) is een vlinder die tot in de vorige eeuw alleen in Europa voorkwam. De vrouwtjes van deze soort zijn te zwaar om te vliegen. Ze leven op de grond of op boomstammen. Daar leggen ze ook hun eitjes. Ze maken een geurstof, waarmee de mannetjes worden gelokt. De mannetjes kunnen wel goed vliegen. In Europa komen in sommige jaren zoveel plakkers voor dat de rupsen van deze vlinders grote delen van bosgebieden kaal vreten. Toch vormen in de meeste jaren plakkers geen plaag in Europa.
Noem een biotische factor waardoor de aantallen plakkers in Europa in de meeste jaren niet zo groot worden.
afbeelding
Ecologie
2/4 Plakker.
Een onderzoeker in Amerika liet per ongeluk een paar plakkers ontsnappen uit zijn laboratorium. In Amerika werd de plakker een plaag. Door het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, zoals DDT, werd deze plaag bestreden. Het bestrijden van plakkers met DDT kost geld en veroorzaakt milieuvervuiling.
Noem twee andere nadelen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.
Ecologie
3/4 Plakker.
In de vijftiger jaren is ontdekt hoe de geurstof van de vrouwtjes kan worden nagemaakt. Met behulp van deze namaak-geurstof wordt de plakker bestreden.
Leg uit op welke manier men de plakker kan bestrijden met behulp van deze namaak-geurstof.
Ecologie
4/4 Plakker. Zie figuur B 2885 van de bijlage.
Hoe heten de ademhalingsorganen van een plakker (vlindersoort)?
afbeelding
Ecologie
1/2 Schadelijke insecten in droogvoer.
Bedrijven, die handelen in droogvoer voor huisdieren, hebben grote loodsen voor het opslaan van graan en allerlei andere zaden. Insecten, die zich voeden met deze zaden, kunnen hier flinke schade aanrichten. Het bestrijden van deze insecten met chemische middelen levert grote nadelen op. Een andere manier om insecten te doden is de zaden in te vriezen en ze twee weken bij een temperatuur van -30°C te houden. Deze methode kost veel energie en veroorzaakt indirect milieuvervuiling.
Leg uit op welke manier invriezen milieuvervuiling veroorzaakt.
Ecologie
2/2 Schadelijke insecten in droogvoer.
Het minst schadelijk voor het milieu is het bestrijden van insecten met koolstofdioxide. De zaden worden dan gemengd met koolstofdioxide. Het koolstofdioxide, dat bij deze methode wordt gebruikt, is een afvalproduct van de industrie en wordt steeds opnieuw gebruikt. Door het hergebruik komt minder koolstofdioxide in de lucht. Dit vermindert de aantasting van het milieu.
Wordt hierdoor vermesting verminderd? En wordt hierdoor versterking van het broeikaseffect verminderd?
Ecologie
1/4 Schimmel redt palmen van neushoornkevers. Zie figuur B 1614 van de bijlage.
De volgende tekst is afkomstig uit een landelijk dagblad.
Tekst: Voor neushoornkevers (zie de afbeelding) is kokos tegelijk ontbijt, lunch, diner, een dak boven het hoofd en de kraamafdeling voor de larven. Een plaag kortom voor de telers van kokosnoten. De neushoornkevers zijn ongeveer 10 cm lang en hebben een kenmerkende harde hoorn. Vier tot vijf keer per maand krijgen de dieren nakomelingen. Binnen een paar weken kunnen de kevers de opbrengst van een plantage met palmbomen vernietigen. Onderzoekers hebben een schimmel ontdekt die zo'n plaag kan tegengaan. De schimmel tast de levende keverlarven aan. Een groot gedeelte van de met schimmel besmette larven sterft binnen dertien dagen. Een plantage moet wel elk jaar opnieuw met de schimmel worden behandeld om de schade aangericht door de kevers te beperken. Kevers bestrijden met schimmel heeft als voordeel dat het milieu niet vervuild raakt. Bovendien is het goedkoper voor de boeren. De bescherming van een hectare palmbomen met schimmel kost minder dan de traditionele methode met chemicaliën.
In de tekst over neushoornkevers worden enkele soorten organismen genoemd die samen een voedselketen vormen.
Welke van de onderstaande reeksen is de juiste voedselketen?
afbeelding
Ecologie
2/4 Schimmel redt palmen van neushoornkevers.
Op een kokosplantage worden alleen kokospalmen verbouwd.
Hoe noemt men deze manier van verbouwen, waarbij op een grote oppervlakte slechts één gewas wordt gekweekt?
Dit noemt men een [invulveld]
Ecologie
3/4 Schimmel redt palmen van neushoornkevers.
Bij het traditioneel bestrijden van plagen in een kokosplantage worden biociden gebruikt.
Noem twee ongewenste invloeden die biociden kunnen hebben op dieren.
Ecologie
4/4 Schimmel redt palmen van neushoornkevers.
In de tekst staat dat de neushoornkevers een grote plaag zijn bij de teelt van kokosnoten. Er groeien ook nog kokospalmen in het wild. Daarop komen maar zelden veel kevers tegelijk voor. In de kokosplantages gebeurt dat wel.
Geef een mogelijke oorzaak waardoor de neushoornkevers in de plantages gemakkelijker een plaag vormen dan in het wild. Licht je antwoord toe.
Ecologie
1/2 De sluipwesp. Zie figuur B 6807 van de bijlage.
Een bepaalde soort sluipwesp wordt ingezet tegen plagen bij de teelt van groenten. Zij vernietigt de Witte vlieg (zie afbeelding). Hiervoor zijn dan geen chemische bestrijdingsmiddelen nodig. Witte vliegen zijn te vinden op de onderkant van de bladeren van tomaten-, komkommer- en aubergineplanten. De sluipwesp legt haar eitjes in de larven van de vliegen. De larven van de wespen gebruiken de larven van de vliegen als voedsel. De 'nieuwe' wespen leggen weer hun eitjes in andere larven van de Witte vlieg, enzovoort. In de tekst genoemde organismen vormen een voedselketen.
Geef deze voedselketen.
afbeelding
Ecologie
2/2 De sluipwesp.
Chemische bestrijding van de Witte vlieg vervuilt het milieu doordat giftige stoffen in het milieu terecht komen. Biologische bestrijding met sluipwespen vervuilt het milieu minder met giftige stoffen.
Noem twee andere biologische voordelen van het gebruik van sluipwespen boven chemische bestrijding.
Ecologie
1/4 Amfibieën in de Millingerwaard. Zie figuur B 2564 van de bijlage.
Een bioloog doet onderzoek naar amfibieën in de Millingerwaard, een gebied langs de rivier de Waal. Elke lente trekken kikkers (zie de afbeelding) en padden naar hun voortplantingsgebieden langs de rivier. Ze leggen daar hun eieren in ondiep, stilstaand water. Amfibieën eten onder andere insecten, die op hun beurt weer planten eten. Amfibieën zijn een belangrijke schakel in de voedselketens in het ecosysteem van de Millingerwaard. In sommige jaren zijn er tienduizenden van. In die jaren is er ook genoeg voedsel voor de vogels die amfibieën eten.
In de Millingerwaard bepaalt een bioloog in juni het aantal amfibieën, het aantal insecten en het aantal amfibieënetende vogels in een proefgebied.
Is het aantal amfibieën, het aantal insecten of het aantal vogels in het proefgebied het grootst?
afbeelding
Ecologie
2/4 Amfibieën in de Millingerwaard.
Via welke organen wordt bij volwassen amfibieën in de zomer zuurstof opgenomen in het bloed?
Ecologie
3/4 Amfibieën in de Millingerwaard.
Tijdens de voortplantingstijd in het voorjaar komt het wel eens voor dat het water van de rivier de Waal stijgt en de voortplantingsgebieden van de amfibieën overstroomd worden.
Welk nadelig gevolg heeft dit overstromen voor de voortplanting van de amfibieën? Leg je antwoord uit.
Ecologie
4/4 Amfibieën in de Millingerwaard.
Schrijf de langste voedselketen op waarvan sprake is in de tekst over amfibieën.
Ecologie
1/2 Biosfeer 2.
Bij een experiment in Amerika is een zeer grote kas gebouwd: Biosfeer 2. Men heeft geprobeerd in Biosfeer 2 de aarde in het klein na te bootsen. De kas is gevuld met buitenlucht en daarna luchtdicht afgesloten. Er leven veel verschillende soorten organismen in waaronder een aantal mensen. Enige maanden na het begin van het experiment is het gehalte aan zuurstof van de lucht in de kas gedaald. Men wilde deze daling tegengaan. In een gedeelte van de kas is een oerwoud nagebootst. Men overwoog 's nachts lampen boven dit 'oerwoud' aan te steken.
Leg uit hoe het 's nachts aansteken van de lampen invloed kan hebben op het zuurstofgehalte van de lucht in de kas.
Ecologie
2/2 Biosfeer 2.
Als er resten van planten uit het 'oerwoud' buiten de kas worden gebracht, kan dat ook invloed hebben op het zuurstofgehalte van de lucht in de kas.
Leg uit hoe het buiten de kas brengen van deze resten invloed kan hebben op het zuurstofgehalte van de lucht in de kas.