Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
11
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Ademhaling
Long met bloedvaten. Zie figuur B 964 van de bijlage.
In de figuur is een deel van een long getekend met de daarbij behorende bloedvaten.
Is bloedvat P een slagader of een ader en bevat dit bloedvat zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?
Bloedvat P is
afbeelding
Ademhaling
Longblaasjes en bloed. Zie figuur B 2186 van de bijlage.
De tekening stelt enkele longblaasjes van de mens voor met haarvaten. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Van welk bloedvat is H een vertakking?
afbeelding
Ademhaling
Zuurstof en bloed.
Waar komt bij de mens de zuurstof die in het bloed wordt opgenomen terecht: in bloedvaten van de grote bloedsomloop of in bloedvaten van de kleine bloedsomloop?
Ademhaling
Longblaasjes en bloed. Zie figuur B 1705 van de bijlage.
De afgebeelde tekening stelt een longblaasje met een haarvat voor.
Welke uitspraak ten aanzien van de samenstelling van het bloed is nu juist?
afbeelding
Ademhaling
Longblaasjes en bloed. Zie figuur B 2024 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een longblaasje en een haarvat weer. Pijl Q geeft de binnenstromende lucht weer en pijl R de naar buiten stromende lucht. De pijlen bij P en S geven de stroomrichting van het bloed weer. Enkele beweringen naar aanleiding van deze afbeelding zijn:
1. De luchtstroom met de meeste zuurstof wordt aangegeven met pijl R. 2. Bij S bevat het bloed meer zuurstof dan bij P. 3. Het bloed bij P wordt aangevoerd uit een slagadertje.
Welke van deze beweringen zijn juist?
afbeelding
Ademhaling
Warming-up.
Vlak voor zijn volleybalwedstrijd heeft Harry een warming-up. Op twee verschillende momenten van de warming-up wordt er vastgesteld hoeveel bloed er per minuut door zijn longen stroomt.
moment 1: Bij het begin van de warming-up. Harry heeft dan een rustige ademhaling. moment 2: Op het eind van de warming-up. Harry heeft dan een snelle ademhaling.
Is de hoeveelheid bloed die per minuut door zijn longen stroomt op beide momenten gelijk? En zo niet, op welk van deze momenten is de hoeveelheid bloed die per minuut door zijn longen stroomt groter?
Ademhaling
Longblaasjes en bloed. Zie figuur B 2074 van de bijlage.
De afbeelding geeft enkele longblaasjes van de mens weer met daarbij behorende bloedvaten. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Is bloedvat P een adertje of een slagadertje? Bevat dit bloedvat zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?
afbeelding
afbeelding
Ademhaling
Long en bloed. Zie figuur A 61 van de bijlage.
In de figuur is een deel van een long van de mens getekend.
Welke van de volgende beweringen over de stroomrichting en het bloed op plaats 1 is juist?
afbeelding
Ademhaling
Onderzoek naar de hartslag.
Tijdens een practicumles onderzoeken leerlingen de invloed van inspanning op de frequentie van de hartslag. De volgende onderzoeken worden gedaan:
1. Direct nadat een proefpersoon tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt wordt bij hem het aantal hartslagen per minuut geteld. 2. Twee minuten nadat een proefpersoon tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt wordt bij hem het aantal hartslagen per minuut geteld. 3. Bij een proefpersoon wordt het aantal hartslagen per minuut geteld vlak vóór en direct nadat hij tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt. 4. Bij alle leerlingen van de groep wordt direct nadat zij elk tien diepe kniebuigingen hebben gemaakt, het aantal hartslagen per minuut geteld. Hieruit wordt het gemiddelde berekend.
Bij welk van deze vier onderzoeken is de invloed van inspanning op de frequentie van de hartslag het beste te bepalen?
Ademhaling
Onderzoek naar de hartslag en ademhaling.
Een aantal proefpersonen maakt twintig diepe kniebuigingen. Vóór en direct na die kniebuigingen wordt gedurende een minuut het aantal hartslagen en ademhalingsbewegingen bij deze proefpersonen geteld. Twee minuten later wordt er weer geteld. Van de tellingen wordt het gemiddelde uitgerekend.
Achter welke letter kunnen alle resultaten juist zijn?
afbeelding
Ademhaling
Training.
Om tot grote sportprestaties te komen, moet er getraind worden. Tijdens lichamelijke inspanning neemt de verbranding in de spieren toe. De zuurstoftoevoer naar de spieren wordt groter en een aantal organen gaat harder werken.
Iemand begint de training met een paar rondjes hardlopen.
Neemt dan het aantal ademhalingsbewegingen per minuut toe? En het aantal hartslagen?