Ordening
Ordening.
I. Gesteriliseerde melk bevat relatief veel bacteriesporen.
II. Spirillen zijn schroefvormige bacteriën.
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
Ordening.
I. Gesteriliseerde melk bevat relatief veel bacteriesporen.
II. Spirillen zijn schroefvormige bacteriën.
Bacteriën.
Zie figuur B 938 van de bijlage.
De tekening stelt voor twee bacterievormen, aangegeven met A en B.
Welk combinatie is juist?
afbeelding
Bacteriekolonie.
Waarom wordt een bacteriekolonie niet onbeperkt groter?
Ordening.
Een saprofyt is een
Insecten.
Insecten hebben een open bloedsomloop, waardoor een snelle bloedcirculatie niet mogelijk is. Toch zijn insecten in staat veel energie vrij te maken gedurende een lange tijd, bijv. bij vliegbewegingen.
Dit is onder meer mogelijk, doordat
Ordening.
Welk dier heeft welke indeling van het lichaam?
afbeelding
Ordening.
Insecten hebben een open bloedsomloop, waardoor een snelle omloop niet mogelijk is. Toch zijn insecten in staat veel energie vrij te maken gedurende een lange tijd, bijvoorbeeld bij vliegbeweging
en.
Dit is onder meer mogelijk, doordat
Tracheeën.
Zie figuur B 935 van de bijlage.
Afgebeeld is een deel van een tracheeënstelsel; cel A en cel B hebben allebei zuurstof nodig.
Welke bewering is juist?
afbeelding
Insecten.
Het bloed van insecten vervoert
Ordening.
Tot de insecten behoren
Ordening.
I. Het aantal poten of pootachtige delen bij de geleedpotigen neemt, naarmate zij zich hoger ontwikkelen, steeds verder af.
II. Het aantal looppoten neemt daarentegen juist toe.
Ordening.
Tijdens het popstadium bij vlinders worden bepaalde organen van de larve afgebroken en sommige opgebouwd.
Welke organen worden afgebroken en welke opgebouwd?
Waardoor vindt de afbraak plaats?
afbeelding
Insecten.
Insecten kunnen leven zonder rode bloedcellen in hun bloed, omdat
Ademhaling.
Vindt bij een honingbij de ademhaling vooral plaats via de huid, vooral via tracheeën of via de huid en via tracheeën in gelijke mate?
Gedaantewisseling.
Enkele stadia van de gedaantewisseling van een bepaald insect zijn: ei, pop, rups en vlinder.
Wat is de juiste volgorde van deze stadia bij de gedaantewisseling?
Ordening.
Spirogyra (een in water levend organisme) wordt ingedeeld bij het plantenrijk.
Welke van de volgende gegevens betreffende dit organisme ondersteunt deze indeling?
Ordening.
Een kloppende vacuole komt voor bij eencelligen in zoet water en niet bij eencelligen in zout water.
Deze waarneming is in overeenstemming met de hypothese dat een functie van de kloppende vacuole is
Ordening.
Veel eencellige dieren die in zoet water leven, hebben een kloppende vacuole voor wateruitscheiding.
De meeste eencellige algen die in zoet water leven, hebben geen kloppende vacuole.
Waarmee hangt het ontbreken van een kloppende vacuole bij deze eencellige algen samen?
Deze eencellige algen:
Ordening.
I. Diatomeeën zijn kiezelwieren.
II. Plankton bestaat alleen uit plantaardige organismen.
Ordening.
Autotroof zijn