Genotypen van F2 bij cavia's
4/4 Cavia's kruisen.
Welke genotypen heeft de F2 ?
Ontdek de digitale toets over erfelijkheid en genotypen, gericht op studenten biologie, met onderwerpen zoals de genotypen van cavia's, de overerving van steellengte bij sleutelbloemen en de erfelijkheid van oogkleur. Deze toets biedt inzicht in de principes van genetica en kruisingen. - 20 vragen
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 4, VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
4/4 Cavia's kruisen.
Welke genotypen heeft de F2 ?
1/5 Sleutelbloemen kruisen.
Gegeven een kruising van sleutelbloemen: korte bloemsteel x lange bloemsteel.
In de F1
zijn er 113 planten met een lange bloemsteel en 117 met een korte bloemsteel.
Een kruising A van 2 kortgesteelde planten onderling levert altijd kortgesteelde nakomelingen op.
Een kruising B van 2 langgesteelde planten leverde op: 187 langgesteelde en 61 kortgesteelde.
Hoe erft de eigenschap 'steellengte' over?
2/5 Sleutelbloemen kruisen.
Zou kruising A of kruising B weggelaten kunnen worden in de gegevens?
3/5 Sleutelbloemen kruisen.
Wat is het genotype van de ouderplanten?
4/5 Sleutelbloemen kruisen.
Wat is het genotype van de F1 -planten?
5/5 Sleutelbloemen kruisen.
Wat is het feno- en genotype van de kruising van 2 langgesteelde ouderplanten?
1/3 Oogkleur.
Uit een ouderpaar met vader met bruine ogen en moeder met bruine ogen wordt een kind geboren met blauwe ogen.
Hoe erft de oogkleur over?
2/3 Oogkleur.
Welke genotypen hebben deze ouders?
3/3 Oogkleur.
Is er in dit gezin kans op kinderen met bruine ogen? Verklaar.
1/2 Kortvingerigheid.
Kortvingerigheid erft bij de mens dominant.
Kan er uit een ouderpaar dat normale vingers heeft een kind met korte vingers worden geboren?
2/2 Kortvingerigheid.
Kan er uit 2 ouders, die korte vingers hebben, een kind worden geboren dat lange vingers heeft? Verklaar.
1/3 Schapen kruisen.
Albinisme is bij schapen recessief ten opzichte van zwart.
- kruising: zwart schaap x .........ram.
Het moederschaap krijgt in verschillende worpen in totaal 4 lammeren waarvan er 2 zwart zijn en 2 wit.
Welke kleur had de ram?
2/3 Schapen kruisen.
Welk gegeven maakt de conclusie bij de vorige vraag erg onbetrouwbaar?
3/3 Schapen kruisen.
Wat is het genotype van een wit schaap?
1/2 Proeven.
Voor 81 leerlingen had een chemische stof (fenylthio-ureum) een bittere smaak; de overige 30 proefden geen bitterheid.
Vier niet-proevende leerlingen hadden ieder twee ouders die wel de bittere smaak konden proeven.
De proevende leerlingen hadden nooit twee niet-proevende ouders.
Hoe erft het kunnen proeven van de bittere stof over?
1/2 Proeven.
Wat is het genotype van proevers en niet-proevers?
Een tonggootje.
Zie figuur B 895 van de bijlage.
De meeste mensen kunnen met hun tong een gootje maken (zie de afbeelding), maar er zijn ook mensen die dat niet kunnen. Deze eigenschap is erfelijk bepaald.
Een heterozygote moeder die een gootje kan maken en een vader die dat niet kan krijgen een kind.
Hoe groot is de kans dat dit kind een gootje kan maken? De kans is [invulveld] %
afbeelding
Kale mensen.
Bij de mens is het allel voor een kale kruin dominant over het allel voor normale haargroei. Heterozygote mannen zijn wel kaal, maar heterozygote vrouwen niet. Dit wordt veroorzaakt door de invloed van andere genen.
Een bepaalde kale man heeft ouders met een normale haargroei.
Was de vader van deze kale man homozygoot of heterozygoot voor de eigenschap haargroei?
Hij was
.
En de moeder van deze kale man?
Zij was
.
Chi-kwadraat.
De formule waarmee ÷2 (chi-kwadraat) uitgerekend wordt is:
÷2 = Ó((afwijkingen)2 / verwachting)
Men vond in een F2 van een monohybride kruising 295 gele en 105 groene erwten.
De uitkomst van ÷2 voor deze gegevens is .
Honden.
Bij honden is het allel voor gladde haren dominant over dat voor ruwe haren. Iemand beschikt over een ruwharige teef. Hij wil graag alleen gladharige nakomelingen krijgen van deze teef.
Moet dan het fenotype van de reu gladharig of ruwharig zijn? Dat moet
zijn.
En mag het genotype van deze reu alleen homozygoot zijn of mag dit ook heterozygoot zijn?
Dit mag
zijn.