Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 16

Deze digitale toets over de gasafgifte door plantenwortels, functies van plantbladeren en de groei van erwtenplantjes is gericht op leerlingen in het voortgezet onderwijs en biedt praktische experimenten en theoretische vragen om hun kennis van plantkunde te testen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gasafgifte door plantenwortels

1/2 Een proefje met een plantenwortel.
Zie figuur B 4487 van de bijlage.

Er wordt in de klas onderzocht of een plantenwortel een bepaald gas afgeeft.
Van een plant die in een pot met aarde staat, wordt de wortel afgesneden en goed schoongespoeld. De wortel wordt in een proefopstelling gebracht (zie de afbeelding). De wortel blijft gedurende de proef in leven.
Na enkele dagen is het kalkwater in de buis troebel wit geworden. Hiermee is aangetoond, dat de plantenwortel een bepaald gas heeft afgegeven.

Wat is de naam van dit gas? Dit gas heet [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Controlebuis bij proefje met plantenwortel

2/2 Een proefje met een plantenwortel.

Om aan te tonen dat dit gas inderdaad door de wortel is gemaakt, heeft de leraar een tweede buis als controle gebruikt.

Wat moet er in zo'n controlebuis weggelaten worden?

Functies van plantbladeren

1/2 De kleine zonnedauw.
Zie figuur B 4351 van de bijlage.

De kleine zonnedauw is een plant die in Nederland wettelijk beschermd is.
De plant wordt ongeveer tien centimeter hoog en bloeit in juli en augustus met drie tot acht witte bloemen. De bladeren van de kleine zonnedauw hebben veel kleverige, dunne haren. Hiermee vangt de plant insecten en spinnen.

De kleine zonnedauw vangt insecten en spinnen met zijn bladeren.

Geef een andere taak van het blad van een plant.

afbeeldingafbeelding

Organen van een Plant

2/2 De kleine zonnedauw.

Een blad is een orgaan van een plant.

Noem twee andere organen van een plant.

De [invulveld] en de [invulveld].

Kieming van Uienzaden onder Verschillende Omstandigheden

1/2 Kieming.

Karin wil weten onder welke omstandigheden zaden van een uienplant het beste kiemen. Ze neemt daarvoor vier petrischaaltjes, waarin ze filtreerpapier legt. In elk schaaltje legt ze 10 kiemkrachtige uienzaden. Ze doet in elk schaaltje evenveel water. Ze bewaart de schaaltjes onder verschillende omstandigheden.
Na een week telt Karin hoeveel zaden zijn gekiemd. Ze noteert ook hoe de kiemplantjes eruit zien (zie de tabel).
afbeeldingafbeelding

Zie figuur C 372 van de bijlage.

Op de uitwerkbijlage staat een stuk grafiekpapier.

Maak op dit grafiekpapier een staafdiagram van het aantal gekiemde zaden onder de vier verschillende omstandigheden.

-

afbeeldingafbeelding

Invloed van licht op kiemplantjes

2/2 Kieming.

Resultaten van de kieming van zaden van de uienplant.

afbeeldingafbeelding

Karin wil weten wat de invloed van licht is op de lengtegroei van de kiemplantjes.

Hoe kan ze daarover een conclusie trekken?

Bloembollen en de invloed van donkerte

Bloembollen in het donker bewaren.

Omdat licht de groeisnelheid van een plant afremt, worden bloembollen vaak tijdelijk in het donker geplaatst.

Het gevolg zal zijn dat in het donker

Dik- en lengtegroei bij cambiumcellen

1/2 Deling van cambiumcel.
Zie figuur B 888 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch de deling voor van een cambiumcel in een boom.

Leidt deze deling tot diktegroei?
En tot lengtegroei?

afbeeldingafbeelding

Aantal chromosomen in cambiumcellen

2/2 Deling van cambiumcel.
Zie figuur B 888 van de bijlage.

Welke van de cellen P, Q en R hebben hetzelfde aantal chromosomen?

afbeeldingafbeelding

Celstrekking tijdens celdeling en groei

1/2 Celdeling en groei.
Zie figuur B 1959 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch een celdeling en de groei van een plantencel weergegeven.

Tussen welke van de getekende stadia vindt celstrekking plaats?

afbeeldingafbeelding

Celdeling en chromosoomaantal

2/2 Celdeling en groei.
Zie figuur B 1959 van de bijlage.

In cel P bevinden zich 20 chromosomen.

In welke van de weergegeven cellen bevinden zich ook 20 chromosomen?

afbeeldingafbeelding

Diktegroei van een dennenstam

1/3 Diktegroei.
Zie figuur B 846 van de bijlage.

Tekening P stelt een dwarsdoorsnede voor van een deel van een stam van een den. In foto Q is met een pijl aangegeven van welke plaats uit de stam de doorsnede van tekening P afkomstig is. De den is 10 meter hoog. De doorsnede is gemaakt op 4 meter hoogte.

Bevindt zich tussen laag 1 en laag 2 cambium?
Is laag 2 gevormd in de nazomer?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Transportvaten in Hout en Bast

2/3 Diktegroei.

Bestaan de transportvaten in het hout uit levende cellen?
Bestaan de transportvaten in de bast uit levende cellen?

afbeeldingafbeelding

Diktegroei en jaarringen in bomen

3/3 Diktegroei.

Zijn de lagen 2 en 3 ontstaan tussen januari en december van hetzelfde jaar?
Bevinden zich vlak bij de grond in de stam evenveel jaarringen als op 4 meter hoogte?

afbeeldingafbeelding

Bepaal de leeftijd van de afgezaagde tak

1/3 Een els.
Zie figuur B 2091 van de bijlage.

Een els is een boom die alleen goed groeit als er veel water beschikbaar is.
Een els is in februari 1990 vlak boven de grond afgezaagd. Tegelijk zijn de takken vlak bij de stam van de boom afgezaagd. In de afbeelding zijn een deel van een doorsnede van de stam en een deel van een doorsnede van een tak weergegeven.
In beide doorsneden zijn jaarringen te zien.

Hoe oud was de tak toen deze werd afgezaagd?

afbeeldingafbeelding

Droogte en jaarringen van een els

2/3 Een els.

De omgezaagde els heeft wel eens last gehad van droogte. Dit is aan de jaarringen van de stomp te zien.

Waaraan is bij een jaarring te zien dat het voor de els een droog jaar was?

afbeeldingafbeelding

Zomer van watergebrek voor de els

3/3 Een els.

In welke zomer heeft de els, op grond van de afbeelding, gebrek aan water gehad?

afbeeldingafbeelding

Groei en cellen van een erwtenplantje

1/3 De groei van een erwtenplantje.
Zie figuur B 1936 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee stadia uit de groei van een erwtenplantje weergegeven.
Overeenkomstige plaatsen in het worteltje zijn met gelijke getallen aangegeven. Daarnaast zijn twee cellen getekend die in dit worteltje voorkomen.

Kan cel P in het jongste stadium van de kiemende erwt (linker tekening) op plaats X voorkomen?
En kan cel Q op plaats X voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Lengtegroei van een erwtenplantje

2/3 De groei van een erwtenplantje.
Zie figuur B 1936 van de bijlage.

Uit de tekeningen blijkt dat in de wortel lengtegroei heeft plaatsgevonden.

Door welk proces is de wortel het meest in lengte toegenomen?

afbeeldingafbeelding

Groei van een erwtenplantje

3/3 De groei van een erwtenplantje.
Zie figuur B 1936 van de bijlage.

Welk proces vindt vooral plaats op plaats X?

afbeeldingafbeelding