Oefentoets Biologie: Ziekten | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ziekten

8/10 Beroepsziekten.

Een van de beroepsziekten die in de informatie wordt genoemd is hepatitis B.

Welke ziekte wordt op dezelfde wijze overgedragen als hepatitis B?

Ziekten

9/10 Beroepsziekten.

In de informatie worden verschillende beroepsziekten genoemd.

Welke ziekte wordt veroorzaakt door een virus?

Ziekten

10/10 Beroepsziekten.

Bij RSI denken veel mensen aan het werken met computers.

Leg uit dat RSI ook kan ontstaan bij het werken aan een lopende band.

Immuniteit

1/5 Orgaantransplantatie.
ORGAANTRANSPLANTATIE

Hart
Een patiënt komt in aanmerking voor een harttransplantatie als er sprake is van een chronisch hartfalen, waarbij de levensverwachting kleiner is dan één jaar en andere behandelingen niet (meer) mogelijk zijn.
Bij een harttransplantatie is een snelle transplantatie is van essentieel belang. Het hart is vier tot acht uur buiten het lichaam houdbaar, maar hoe sneller de operatie, hoe groter de kans op succes.
Het hart is het eerste orgaan dat uit een donor wordt genomen. Harttransplantatie geldt niet als de moeilijkste van alle orgaantransplantaties. Een operatie duurt gemiddeld zo'n drie tot vier uur. Een bijkomend nadeel is dat in verband met de geboden snelheid donor en ontvanger op bloedgroep op elkaar worden afgestemd. Afstemming op weefseltypering is in verband met de tijdsdruk niet mogelijk. Gevolg is dat in 5 tot 15 procent van de transplantaties het donorhart niet goed op gang komt.
De overlevingskans voor een persoon met een donorhart ligt op ruim 90 procent na één jaar; 84 procent leeft na vijf jaar nog.

Lever
De lever heeft verschillende functies, stoornissen hieraan kunnen aanleiding zijn tot transplantatie. Als een van de twee leverfuncties niet goed werkt, betekent het nog niet dat automatisch tot transplantatie wordt besloten. Er mag niets mis zijn met het hart en de longen van de patiënt.
De leverziekte dient ook zó ernstig te zijn dat andere behandelingen geen nut meer hebben. Een leveraandoening wordt meestal veroorzaakt door een erfelijke ziekte, een virusinfectie, medicijngebruik of overmatig alcoholgebruik. In het laatste geval is de aandoening vaak te behandelen met medicijnen en door te stoppen met drinken. Soms is transplantatie noodzakelijk, maar alcoholisten komen daarvoor in beginsel pas in aanmerking wanneer zij minimaal zes maanden ‘droog staan'.
De levertransplantatie is wellicht de moeilijkste van alle orgaantransplantaties. Veel patiënten verkeren ten tijde van de operatie in een slechte conditie door een gebrek aan eiwitten. De operatie duurt zeven tot acht uur. Er is ook haast geboden bij een transplantatie: tussen het moment van uitname en transplantatie mag maximaal twaalf uur zitten. Ook hier geldt: hoe sneller, hoe beter.
Afstoting bij levertransplantaties is een reële kans. Zo'n 30 tot 40 procent van de patiënten heeft te maken met acute afstotingsverschijnselen (tussen 7 en 21 dagen na de transplantatie). De kans op overleving is ongeveer 85 procent na één jaar en 50 procent na vijf jaar.

Uit: http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Orgaandonatie/weefsels.html

Zie volgende scherm

Ziekten

1/3 Jeugdpuistjes.
Zie figuur B 2437 van de bijlage.

Door een sterke verhoorning en talgafscheiding van de huid kunnen de afvoerbuisjes van de talgklieren in de huid afgesloten raken.
In de afbeelding is een schematische doorsnede van een gezonde huid en het onderhuidse bindweefsel weergegeven.
Soms hoopt talg zich op, wat zichtbaar is als een geelwit puntje. Bacteriën zetten het zichtbare topje van de talg om in een zwarte stof. Het zwarte puntje dat zo ontstaat, wordt mee-eter genoemd. Een ontstoken mee-eter is een jeugdpuistje.
Jochem ziet bij zijn huisarts een reclamefolder over jeugdpuistjes. Daarin wordt afgeraden om de puistjes uit te drukken. "Als je ze niet uitdrukt, is de kans groter dat de huid zelf onbeschadigd blijft en dat de witte bloedcellen hun werk goed kunnen doen."
Jochems moeder, die zijn jeugdpuistjes geen mooi gezicht vindt, zegt dat hij de witte puntjes moet uitdrukken zodra ze te zien zijn. "Dan krijg je geen ontsteking van de huid."
Jochems vriendin Ellis zegt: "Je moet de puistjes niet uitdrukken. De kans is groot dat bij het uitdrukken van de puistjes bloedvaten beschadigd raken."
De reclamefolder, zijn moeder en Ellis geven Jochem een advies over jeugdpuistjes.

Wie geeft of wie geven een juiste verklaring bij hun advies?
En wat is het argument?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/3 Jeugdpuistjes.

De huid regelmatig met desinfecterende (= ontsmettende) zeep wassen helpt tegen jeugdpuistjes.

Leg uit dat deze zeep door de desinfecterende werking helpt tegen jeugdpuistjes.

Ziekten

3/3 Jeugdpuistjes.

Bij jeugdpuistjes ontstaat rondom een puistje een rode vlek.

Wat is een verklaring voor het ontstaan van die rode vlek?

Ziekten

1/2 Huid en haar.

Bij het zetten van een blijvende tatoeage bestaat het gevaar voor overbrengen van ziekten, zoals AIDS en hepatitis. Bij het aanbrengen van een hennabeschildering bestaat dit gevaar niet.

Leg uit waardoor bij het zetten van een blijvende tatoeage ziekten zoals AIDS en hepatitis wél overgedragen kunnen worden en bij een hennabeschildering niet.

Ziekten

2/2 Huid en haar.

In informatie 4 wordt een experiment beschreven.
Uit de resultaten van dit experiment worden twee conclusies getrokken.

I. Op een ongewassen vinger bevinden zich meer bacteriën dan op een vinger die met zeep A is gewassen.
II. Door wassen met zeep B worden meer bacteriën verwijderd dan door wassen met zeep A.

Ziekten

Blaasontsteking.
Zie figuur B 3033 van de bijlage.

Blaasontsteking wordt meestal veroorzaakt doordat bacteriën via de urinewegen het lichaam binnendringen.
Vrouwen hebben een grotere kans op blaasontsteking dan mannen.
In de afbeelding zijn schematisch onder andere de urinewegen van een vrouw en van een man weergegeven.

Leg met behulp van gegevens uit de afbeelding uit waardoor vrouwen een grotere kans op blaasontsteking hebben dan mannen.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

Blaasontsteking.

Maaike krijgt van de dokter pillen om de bacteriën, die de blaasontsteking veroorzaken, te bestrijden.

Welk type bacteriedodend middel bevatten deze pillen?

Ziekten

Blaasontsteking.

De huisarts van Rogier schrijft een antibioticumkuur voor tegen een blaasontsteking.

In de afbeelding hieronder is een deel van een bijsluiter weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Rogier moet gedurende tien dagen elke dag twee tabletten innemen.

Hoeveel milligram doxycycline neemt Rogier per dag in?

Hij neemt [invulveld] mg in



-

Ziekten

Micro-organismen.

Sommige soorten bacteriën en schimmels kunnen bij de mens ziekten veroorzaken.

Om de gevolgen van infecties met deze micro-organismen te bestrijden, gebruiken mensen antibiotica.

Kunnen bacteriën worden gedood met antibiotica?
En schimmels?

Ziekten

Een darminfectie.

De bacterie Campylobacter kan, naast diarree, in zeldzame gevallen een ernstige ziekte veroorzaken die het zenuwstelsel aantast. Deze ziekte is een zogenaamde auto-immuunziekte. Hierbij bestrijdt het afweersysteem niet alleen Campylobacter, maar ook stoffen op de buitenkant van de zenuwen. Deze stoffen zetten het lichaam aan tot het maken van antistoffen.

Zo'n auto-immuunziekte kan niet bestreden worden door passieve immunisatie.

Leg uit waardoor dat niet kan.

Ziekten

Tyfus-Mary.

In het begin van deze eeuw leefde in de VS een kokkin (Mary) die tussen 1901 en 1906 minstens 25 gevallen van tyfus ‘veroorzaakte'. De veroorzaker van tyfus, de bacterie Salmonella typhi, bleek zich in haar darmen te bevinden zonder dat Mary zelf de symptomen van deze ziekte vertoonde.
Mary moest uiteindelijk als draagster van tyfusbacteriën de rest van haar leven in een huis op het terrein van een ziekenhuis verblijven, want men kon haar toen niet bacterievrij maken.

Als Mary nu zou leven, zou ze niet hoeven te worden geïsoleerd op het ziekenhuisterrein.

Welke medische behandeling zou ze nu gekregen hebben?

Ziekten

AIDS.

Aids is niet te genezen met een antibioticum, syfilis wel.

Leg uit dat syfilis wel met een antibioticum is te genezen.