Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Deze oefentoets bevat 7 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

7

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Spijsverteringsstelsel.

Over opname in het spijsverteringsstelsel kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:

1. opname van aminozuren vindt vooral plaats vanuit de dunne darm,
2. opname van koolhydraten vindt vooral plaats vanuit de dunne darm,
3. opname van water vindt alleen plaats vanuit de dunne darm.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Spijsvertering

Opname van stoffen in het spijsverteringskanaal.

In bepaalde delen van het spijsverteringskanaal van de mens worden stoffen opgenomen in het bloed.

Waar vindt voornamelijk de opname van aminozuren plaats?

Spijsvertering

Opname van verteringsproducten.

Bij de vertering worden de stoffen uit het voedsel omgezet in opneembare stoffen: de verteringsproducten.

Vanuit welk deel van het verteringsstelsel worden deze verteringsproducten hoofdzakelijk opgenomen in het bloed?

Spijsvertering

Darmvlokken.

In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens komen darmvlokken voor?

Spijsvertering

Vetvertering.

In welk van onderstaande delen van het spijsverteringsstelsel van de mens worden vetten verteerd?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Een spijsverteringsproduct dat in ons bloed voorkomt, is

Spijsvertering

Darmvlokken.

I. Darmvlokken bevatten bloedvaatjes.
II. Darmvlokken verkleinen het darmoppervlak en maken de opname van voedingsstoffen groter.