Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - algemeen | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 1

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

3/3 Blozen.

Jan en Pieter blozen allebei als ze zenuwachtig zijn.
Ze doen hier beiden een uitspraak over.
Jan zegt: "Blozen is een voorbeeld van een levenskenmerk, want je reageert op een prikkel."
Pieter zegt: "De snelle ademhaling bij zenuwachtigheid is een levenskenmerk."

Is de uitspraak van Jan juist?
En is de uitspraak van Pieter juist?

Zenuwstelsel

Hersenkwab

Welke hersenkwab speelt een rol bij het ruimtelijke inzicht?

Zenuwstelsel

Hardlopen
Zie figuur B 5941 van de bijlage.

Theo loopt al heel lang hard.

Welke stof komt vrij als Theo heel lang aan het rennen is?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Seksueel gedrag

In welk hersendeel wordt het seksuele gedrag geregeld?

Zenuwstelsel

Hersenbalk

Wat is de functie van de hersenbalk?

Zenuwstelsel

Rechterhersenhelft

Jacob heeft een heel goed ontwikkelde rechterhersenhelft.

Noem twee activiteiten waar Jacob goed in is.

Zenuwstelsel

EEG

Wat wordt er gemeten met een EEG?

Zenuwstelsel

Kleine hersenen

Wat is de functie van de kleine hersenen?

Zenuwstelsel

Stof in de hersenen

Welke stof komt vrij in de hersenen, als iemand zich heel gelukkig voelt?

Zenuwstelsel

Gewaarwording.

Welke weg doorloopt een impuls van ontstaan tot gewaarwording?

Zenuwstelsel

Ademhaling bij paarden.

Bij paarden kan een afwijking voorkomen die cornage wordt genoemd. De stembanden werken dan niet meer goed en als de lucht langs de stembanden stroomt, ontstaat een hoog geluid. Cornage ontstaat door een beschadiging van uitlopers van zenuwcellen die impulsen geleiden naar spieren in het strottenhoofd.

Zijn de zenuwcellen die hierboven genoemd worden bewegingszenuwcellen of gevoelszenuwcellen? Leg je antwoord uit.

Zenuwstelsel

Flauwvallen.

Beredeneer waardoor het verlagen van de bloeddruk tot flauwvallen kan leiden.

Zenuwstelsel

Hartritme.

In de wand van de rechter hartboezem bevindt zich de zogenaamde sinusknoop. Deze sinusknoop geeft impulsen af die door uitlopers van zenuwcellen over de hartspier geleid worden. Door deze impulsen trekt het hart samen: eerst de boezems, dan de kamers. Het aantal malen dat het hart per minuut samentrekt wordt het hartritme genoemd.

Worden de impulsen uit de sinusknoop over het hart geleid door uitlopers van bewegingszenuwcellen, van gevoelszenuwcellen of van schakelcellen?

Zenuwstelsel

Hartritme.

Door verschillende oorzaken kan het hartritme zijn verstoord. Men spreekt dan van een hartritmestoornis. Zo ontstaan soms impulsen op een andere plaats in de hartwand dan in de sinusknoop. Als gevolg hiervan kan het hart dan onregelmatig en sneller gaan kloppen. De tijd tussen de hartslagen is dan te kort om het hart weer goed vol te laten lopen met bloed. Hierdoor pompen de kamers te weinig bloed de slagaders in. Dit kan leiden tot duizeligheid en zelfs bewusteloosheid.

Leg uit waardoor duizeligheid ontstaat als er te weinig bloed in de slagaders wordt gepompt.

Zenuwstelsel

Spieren en energieverbruik.

Waar vindt de bewustwording van het "zwaar en vermoeid gevoel" plaats: in de grote hersenen, in de hersenstam of in de kleine hersenen?

Zenuwstelsel

Kleuren zien.
Zie de figuren B 3245 en 3246 van de bijlage.

De afbeeldingen geven een deel van het zenuwstelsel van de mens weer. Drie delen zijn aangegeven met letters.

Mieke ziet een gekleurde luchtballon (zie afbeelding B 3246).

In welk deel vindt bewustwording van de kleuren plaats?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding