Oefentoets Biologie: Bloed - Hart | VWO 5/VWO 6 | variant 3

Ontdek de digitale toets over de hart- en bloedsomloop, gericht op studenten in de gezondheidszorg, met onderwerpen variërend van de bloedvaten en hartfunctie tot elektrische activatie en innervatie van het hart. Test je kennis met vragen over hartcyclus, hartminuutvolume en CO2-transport. - 19 vragen

Aantal vragen

19

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloedvat tussen beenslagader en kransslagader

5/5 Hart en bloedsomloop.

De katheter met contrastvloeistof die via de lies is ingebracht, wordt opgeschoven tot bij de kransslagader.

Noem het bloedvat - waar de katheter met de contrastvloeistof doorgaat - tussen de beenslagader en de kransslagader.

Dit is de [invulveld]

Elektrische Activatie van het Hart

1/3 Hart en bloedsomloop.
Zie de figuren B 3880, B 3881 en B 3882 van de bijlage.

In het hart bevindt zich weefsel dat is gespecialiseerd in opwekking en geleiding van impulsen. Onder meer de sinusknoop, de atrio-ventriculaire (= AV) knoop en de bundel van His bestaan uit dit type weefsel (zie de afbeelding). In de sinusknoop ontstaan impulsen die vanuit de sinusknoop worden verspreid over het aangrenzende hartspierweefsel.

In de afbeelding B 3881 is in willekeurige volgorde (1 tot en met 5) aangegeven welke delen van de hartspier op verschillende momenten elektrisch geactiveerd zijn.

Door middel van een elektrocardiogram (ECG) is het mogelijk om een registratie te maken van de potentiaalveranderingen die achtereenvolgens in de delen van het hart optreden. De afbeelding B 3882 geeft een ECG van een gezonde volwassene weer. Het begin van dit ECG valt samen met het ontstaan van actiepotentialen in de sinusknoop.

Welke tekening van afbeelding B 3881 geeft de elektrische activatie weer op het moment dat overeenkomt met de P-top in het ECG van afbeelding B 3882?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Vernauwing kransslagader en hartfunctie

2/3 Hart en bloedsomloop.

Bij een bepaalde persoon bevindt zich een vernauwing in een kransslagader.

Leg uit wat het directe gevolg van deze vernauwing is voor de werking van het hart.

Verloop van pO2 in de grote bloedsomloop

3/3 Hart en bloedsomloop.
Zie figuur A 886 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een deel van de grote bloedsomloop getekend. In dit traject wordt de pO2 in het bloed gemeten bij een persoon in rust. De resultaten worden in een diagram weergegeven. In de afbeelding zijn ook vier diagrammen getekend.

Welk van deze diagrammen geeft het verloop van de pO2 in het bloed van het getekende traject juist weer?

afbeeldingafbeelding

Innervatie en hartslagfrequentie

1/2 Innervatie van het hart.

Zenuwen die het hart van de mens innerveren, zijn de nervus vagus en de nervus accelerans.
Deze beide zenuwen hebben gelijktijdig invloed op de hartslagfrequentie.

Bij een volwassene in rust is de hartslagfrequentie ongeveer 70 slagen per minuut. Wanneer de impulsoverdracht via het zenuwstelsel naar het hart wordt geblokkeerd, blijkt de hartslagfrequentie toe te nemen tot ongeveer 100 slagen per minuut. Dit wordt de eigen of "intrinsieke" hartslagfrequentie genoemd.
Naar aanleiding van deze waarneming worden drie beweringen gedaan over de hartslagfrequentie bij een gezonde persoon in rust zonder blokkade van het zenuwstelsel:

1. zijn hartslagfrequentie is lager dan 100 slagen per minuut, doordat de invloed van het orthosympatische deel van het autonome zenuwstelsel groter is dan die van het parasympatische deel;
2. zijn hartslagfrequentie is lager dan 100 slagen per minuut, doordat de invloed van het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel groter is dan die van het orthosympathische deel;
3. zijn hartslagfrequentie is lager dan 100 slagen per minuut onder invloed van het animale zenuwstelsel.

Welke van deze beweringen is juist?

Innervatie van het hart en zenuwstelsel

2/2 Innervatie van het hart.

Delen van het centrale zenuwstelsel zijn: de hersenstam, de grote en de kleine hersenen.

In welk van deze delen bevindt zich een centrum waar de actiepotentialen ontstaan die door de nervus vagus naar het hart lopen?

Bloedstroom en hartfunctie tijdens inspanning

1/2 Menselijk hart.

In het hart van de mens pompt de linkerhelft zuurstofrijk bloed dat uit de longen komt door het lichaam, terwijl de rechterhelft zuurstofarm bloed vanuit het lichaam naar de longen. Hoewel de twee helften parallel lijken te werken, is er in werkelijkheid sprake van een in serie-schakeling. Dat betekent dat de hoeveelheid bloed die per minuut de linkerkamer verlaat, gelijk is aan de hoeveelheid die de rechterkamer verlaat. In het hart verlaat het bloed de linkerkamer via de aorta en keert via twee grote aders, de holle aders, terug in de rechter boezem.

Als tijdens intensieve inspanning de bloedstroom naar de beenspieren verdubbelt, wat gebeurt er dan met de bloedstroom naar de longen?

Bloedstroom in het menselijk hart

2/2 Menselijk hart.

De gemiddelde doorsnede van de aorta en de holle aders op het punt waar zij verbonden zijn met het hart en de snelheid van de bloedstroom staan hieronder, waarbij één waarde niet is ingevuld.
Voor de holle aders geeft de doorsnede de som van beide aan.

Aorta Holle ader
Doorsnede 4.5 cm2 18 cm2
Snelheid - 10 cm /min–1

De gemiddelde snelheid van de bloedstroom in de aorta is:

Harttonen en hun oorsprong

Harttonen.

Bij het beluisteren van de harttonen neemt men twee tonen waar, veroorzaakt door het dichtslaan van verschillende kleppen.

De eerste hartoon ontstaat tijdens de ; de tweede hartoon ontstaat tijdens de .

Hartspier en zenuwimpulsen

Impuls voor de hartspier.

In een normaal functionerend menselijk hart krijgt de hartspier de impuls om zich samen te trekken uit het

Hartminuutvolume en de hartslag

Hartminuutvolume.

Het hartminuutvolume is de hoeveelheid bloed die per minuut door één kamer wordt weggepompt. Op de vraag hoe dit volume vergroot kan worden, geven drie leerlingen een antwoord.

Jan: "Dit kan door een toename in de frequentie van de hartslag."
Mies: "Dit kan door een toename van het volume per hartslag (slagvolume)."
Toke: "Dit kan door een toename van de weerstand van de bloedvaten."

Wie heeft of wie hebben gelijk?

Bloeddoorstroming in de hartcyclus

Hartcyclus.

Tijdens de hartcyclus is de doorstroming van het kransslagadersysteem aan sterke verandering onderhevig, met name in de linker kransslagader.

Wanneer treedt daarin de sterkste bloeddoorstroming op?

Fase van de Hartcyclus Identificeren

Hartcyclus.
Zie figuur A 1112 van de bijlage.

Eén fase uit de hartcyclus wordt in nevenstaande schematische tekeningen juist weergegeven door het nummer .

afbeeldingafbeelding

Invloed van zenuwprikkeling op hartslag

Een geïsoleerd hart.

De slagfrequentie van een geïsoleerd hart blijkt te dalen indien een bepaalde zenuw die met het hart is verbonden wordt geprikkeld.

Welke conclusie is op grond van deze gegevens het meest aannemelijk?

Sluiting van de aortakleppen

Slagaderkleppen.
Zie figuur C 433 van de bijlage.

Zie de nevenstaande afbeelding.
De grafieklijnen geven aan hoe het drukverloop is in de kamer (C) en in de boezem (B) van de linker harthelft en in de aorta (A).

Op welk moment of in welke periode verwacht je dat de kleppen in de aorta beginnen te sluiten?

afbeeldingafbeelding

Hartcyclus en kleppen in fase 4-9

Hartcyclus
Zie figuur C 434 van de bijlage.

De afbeelding hiernaast toont informatie over de hartcyclus. Er zijn 9 fasen aangegeven.
De hartkleppen tussen boezem (atrium) en kamer (ventrikel) en de halvemaanvormige kleppen naar aorta en longslagader (pulmonalis), kunnen tijdens een hartcyclus open of gesloten zijn.

Tijdens welke van de genummerde fasen 4-9 van een hartcyclus kunnen beide type kleppen gelijktijdig gesloten zijn? Kruis het juiste nummer of de juiste nummers aan.

afbeeldingafbeelding

Hartminuutvolume van een vrouw berekenen

Hart van een vrouw.

Als het hart van een vrouw 56 x per minuut klopt en het bloedvolume in haar hart is 120 mL aan het eind van de diastole en 76 mL aan het eind van de systole, hoe groot is dan haar hartminuutvolume?

Dat is L/min.

CO2-transport van voet naar neus

CO2 -transport van voet naar neus.

Als een molecuul CO2 , dat afgegeven wordt aan het bloed in je linker voet, naar je neus wordt vervoerd, welk deel zal dat molecuul dan passeren?

Hartspier: Prikkelbaarheid en Contractie

Hartspier.
Zie figuur B 4997 van de bijlage.

Nevenstaand diagram geeft de relatie weer tussen de prikkelbaarheid en de contractie van de hartspier in de loop van de tijd.

Het juiste onderschrift bij dit diagram is

afbeeldingafbeelding